Recensie

Het Nationale Ballet is een maatje te groot voor Meisner

Onder de titel Dutch Doubles worden choreografen met een cv waar Nederland in voorkomt, gekoppeld aan Nederlandse kunstenaars uit andere disciplines.

Foto Het Nationale Ballet

Niet omdat het moet, maar omdat het kan. Die reclameslogan drong zich op tijdens de nieuwe choreografie die Ernst Meisner in samenwerking met harpist/componist Remy van Kesteren maakte voor Dutch Doubles. Onder die programmatitel werden vier jaar geleden ook al eens choreografen met een cv waar Nederland in voorkomt, gekoppeld aan Nederlandse kunstenaars uit andere disciplines. De artistieke resultaten blijven jammer genoeg achter bij het aantrekkelijke concept.

Van Kesteren heeft zich de laatste jaren losgemaakt van het klassieke circuit en experimenteert met jazzartiesten en een eigen band. In Impermanence stort hij zich met Meisner in een jazz-achtig avontuur, zonder vooropgezette plannen, ingaand op elkaar en de ideeën van de tien dansers.

In een van kleur verschietend decor met bewegende, transparante panelen levert dat overwegend klassieke dans op met een vlot hedendaags jasje en soms aardige details. Van Kesteren creëert afwisselende sferen, van verglijdende klankvelden, ijle zang en meanderende duduk, tot romantische strijkersklanken onder een ‘minimal’ plukkende harppartij. Soms breken delen abrupt af, vaak blijkt oplopende spanning zich tot de muziek te beperken. En steeds oogt de choreografie als de belichaming van de kreet ‘niet omdat het moet, maar omdat het kan’. Dat is een prima uitgangspunt voor de Junior Company. Een groep met de statuur van Het Nationale Ballet verplicht echter tot artistieke concepten met dwingende noodzaak, en is een maatje te groot voor Meisner.

Versiering bij een optreden

In Last Resistance verandert Annabelle Lopez Ochoa het gezelschap in Het Nationale Showballet. In elk geval komen de vele synchrone dansen in inwisselbare, elegante neo-neo-post-post-post-balletstijl over als de versiering bij een optreden van Wende Snijders. Let wel: versiering, want een interessante uitwerking van de combinatie van zangeres en dansers ontbreekt, ook al mengt Snijders zich soms, individueel bewegend, tussen het ensemble.

Wat zij daar doet? Last Resistance schijnt over kwetsbaarheid en dergelijke te gaan. Liefde ook.

Wat dat betreft zou Lopez Ochoa een voorbeeld mogen nemen aan Two and Only (2017) van Wubkje Kuindersma. Een intiem en expressief portret van voorbije liefde, prachtig ‘herinnerd’ door Marijn Rademaker en élève Timothy van Poucke en van een sterke muzikale bodem voorzien door singer-songwriter Michael Benjamin.

Muzikaliteit, helderheid, zeggingskracht, handschrift, persoonlijkheid – inderdaad, ook Hans van Manen is vertegenwoordigd in Dutch Doubles. Déjà Vu (1995) schetst in tien minuten het verloop van een relatie, waarbij de dans zich opvallend dicht tegen Arvo Pärts Fratres beweegt. Rademaker en Igone de Jongh vormen met Van Manen én Keso Dekker een schitterend Dutch Quartet.