Brieven

Brieven 24/3/2018

Verkiezingen (1)

Goed resultaat

Altijd domineerde de landelijke politiek de gemeenteraadsverkiezingen en dat werd veelal bekritiseerd. Het gaat immers om zaken die spelen op lokaal niveau. En nu is de landelijke politiek afwezig in de verkiezingen en weer is het niet goed (Kiezer laat gemeenten versplinteren, 22/3).

We moeten blij zijn met het resultaat en enige schaduwzijden maar voor lief nemen.

Verkiezingen (2)

Grote bek terug

Joris Luyendijk schrijft: Wit navelstaren NOS bevestigt gelijk van Denk, Nida en Bij1 (22/3).

Persoonlijk, als witte man, zie ik al jaren een onbedoeld positief gevolg van Wilders’ polarisatie: de versnelde emancipatie en bijbehorende mondigheid van minderheden.

Kijk eens aan, ze hebben nu een eigen vertegenwoordiging in het bestuur en geven ons, zoals we het graag zien in dit land, een grote mondige bek terug, recht in ons gezicht. Ik zou zeggen: integratie op koers en leve ons verkiezingsstelsel dat kan anticiperen op nieuwe maatschappelijke veranderingen.

Verkiezingen (3)

Lokale kunst

Cultuur en kunst zijn het haasje bij de gemeenteraadsverkiezingen, aldus Louise Fresco (De universele waarde van ‘lokale’ kunst, 21/3). Kunst zou „een universeel verhaal” moeten vertellen, maar het is „verworden tot iets lokaals”, schrijft zij.

Zelf gezegend met een weidse blik over de wereld doet Fresco geringschattend over lokale kunst. Zij realiseert zich daarbij niet dat veel mensen een ‘universeel verhaal’ pas weten te verstaan en te waarderen nadat zij hun eigen, lokale verhaal geleerd hebben te verstaan. Het een geldt als voorportaal voor het ander.

Mijns inziens wijst een terugval op lokale cultuur eerder op de verwaarlozing daarvan in voorgaande decennia, dan op een afwijzing van universele cultuur per se. De politiek weet op dit moment garen te spinnen met het geringschattende commentaar op lokale cultuur door het establishment.

Geef lokale cultuur liever de kans haar inhaalslag te maken in plaats van haar terecht te wijzen.

Vrije markt

Zo slecht nog niet

NRC bespreekt twee boeken over de vrije markt (Het fiasco van de vrije markt, 16/3). Het is onmiskenbaar dat de mensen het nu in het algemeen beter hebben dan vroeger. Wat we nu al armoede noemen is te vergelijken met de levensstandaard van een bovenmodale arbeider in de jaren zestig.

Een krot of vervallen huis zie je nog maar zelden.

De vrije markt is zo slecht nog niet.

Sander Heijne, een van de besproken auteurs, zegt: „We hebben ons wijsgemaakt dat we geen overheid nodig hebben”.

Dat is natuurlijk niet zo. De uitgaven van de overheid zijn nog steeds bijna de helft van het bbp.

Heijne geeft ook een voorbeeld van hoe slecht de marktwerking in de zorg heeft gewerkt. „Het heeft een kolossale bureaucratie opgeleverd.”

Is dat een gevolg van marktwerking? Als alle ziekenhuizen met alle verzekeraars en de overheid afspreken dat ze de kosten elk jaar maar met een bepaald percentage laten stijgen, is dat eerder stalinisme dan marktwerking.

Natuurlijk leven we niet in de meest ideale wereld. Crises zijn blijkbaar niet uit te bannen. Maar ik woon toch liever hier dan in de Sovjet-Unie of in Venezuela, waar de marktwerking werd uitgeschakeld of verboden.

Homoseksualiteit

Nog steeds moeilijk

Een bijzonder interview met de homoseksuele hockeyer Thijs de Greeff (‘Verliezers zijn homo’s, dacht ik’, 21/3)

Maar toch ook vreemd om dit verhaal bijzonder te moeten noemen, ik bedoel: nu, in 2018. In 1969, ik was 21, vond ik het nodig om mijn ouders te vertellen dat ik op jongens viel. Nog altijd blijft dat gesprek als het moeilijkste, meest emotionele in mijn herinnering, omdat ik mijn ouders, aan wie ik altijd zo veel kon toevertrouwen, ook dat deel van mijzelf niet wilde onthouden.

Mijn ouders zijn al in 1988 en 1993 overleden, maar het gesprek van toen lijkt soms nog gisteren gevoerd te zijn. Ik weet als geen ander hoe moeilijk uitkomen voor wie je bent, kan zijn. Wonend in een dorp, geen al te jonge ouders, schaamte, „vooral je mond houden”…

Toch kan ik terugkijken op lieve, betrouwbare ouders, die voor hun zoon ‘gelukkig worden’ het belangrijkste vonden.

Het is jammer dat laten weten wie je bent toen en nu even moeilijk gebleken is en een deel van je jonge jaren minder leuk maakt. In mijn werkzame leven in het onderwijs heb ik telkens weer ervaren hoe jonge mensen bij hun coming-out vaak tegen problemen aanlopen, ook (of misschien juist) met hun naaste familie.

Ik ben nu bijna zeventig en toch voelde ik bij het lezen van dit artikel weer de pijn, het verdriet, de emoties van toen.

Tot nu toe heb ik er, ondanks of dankzij, een mooi leven van gemaakt.

Zomertijd

Extra uur in de tuin

Komend weekend gaat de zomertijd weer in en het is tegenwoordig een traditie om dat in te luiden met klagende artikelen.

Hoewel het argument van energiebesparing met de huidige energiezuinige LED-lampen misschien achterhaald is, blijft daglicht vroeg in de ochtend verspilling.

Met het langer worden van de dagen krijgen we er ‘s ochtend én ‘s avonds minuten bij.

Zonder zomertijd zou de zon rond 21 juni al om 4:18 opkomen. Zelfs mensen die om zes uur opstaan trekken de gordijnen dan met licht open. Met zomertijd hebben we ‘s avonds een extra uur op het terras of in de tuin.

Zomertijd is geweldig.