Opinie

We kunnen en willen het zonder Den Haag

Gemeenteraadsverkiezingen

Veel gemeenten werden gerund als grote bedrijven, met bestuurders uit de stal van landelijke partijbureaus. Kiezers zijn daar helemaal klaar mee, ziet .

Richard de Mos van de lokale partije Groep de Mos tijdens de uitslagenavond. Foto Martijn Beekman / ANP

De gemeenteraad van Den Haag kent na de gemeenteraadsverkiezingen 15 fracties op 45 zetels; Alphen aan den Rijn 11 op 39; Moerdijk 9 op 25 en Emmen 11 op 39. In al deze gemeenten werd een lokale partij de grootste, en is de raad sterk gefragmenteerd. Het zijn geen uitzonderingen – het is eerder het normaalpatroon.

Het formeren van een college dreigt hier een nachtmerrie te worden, zou je zo denken. Een onervaren, want lokale partij, die het voortouw moet gaan nemen in een formatie met een bonte verzameling eigengereide amateurpolitici die nog koortsig zijn van de campagne. De kansen op een redelijk gesprek en constructief akkoord lijken op voorhand niet groot.

Commissaris van de Koning Boele Staal (D66) maakte zich begin van dit jaar bezorgd over deze mate van versplintering van de gemeenteraden: „Het lijkt heel democratisch, maar bedreigt wel de bestuurbaarheid van gemeenten en land” liet hij optekenen. Hij kreeg bijval van de Eindhovense burgemeester John Jorritsma (met straks 13 fracties op 45 zetels) en zijn Haagse collega Pauline Krikke (beiden VVD). Zijn die zorgen terecht, moeten we de Kieswet aanpassen, het afsplitsen van fracties voorkomen, onberaden avonturisme en politieke spelletjes in de raden tegengaan – zoals de laatste jaren wel wordt voorgesteld? Ik denk het niet.

Het zit in onze volksaard

Ten eerste is de ‘versplintering’ van de raden geen nieuw fenomeen. Politieke fragmentatie hoort bij Nederland, het zit in onze volksaard, in onze genen. We waren altijd al een land van talloze geloofs- en politieke richtingen met steeds weer nieuwe afscheidingen. De Nederlandse politieke ontwikkeling van de afgelopen vier eeuwen laat nauwelijks grote revoluties zien, maar wel een haast oneindige reeks van kleine geloofstwisten en richtingenstrijd. Politieke vernieuwing gaat hier meestal betrekkelijk vreedzaam – fragmentatie hoort bij dat proces.

Dertien fracties in een Tweede Kamer van 150 zetels; het is onbestaanbaar in de meeste parlementaire democratieën, maar het is een normaal patroon in Nederland. Tussen 1918 en 1952 kende de Tweede Kamer gemiddeld 9,75 fracties op 100 zetels; tussen 1956 en 2017 10,45 fracties op 150 zetels. Zo zijn we nu eenmaal. Politieke fragmentatie in gemeenten is dan ook „een volkomen legitiem verschijnsel” schrijven Martin Schulz en Paul Frissen in een onlangs uitgebracht rapport van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB). Fragmentatie (zij spreken liever over ‘hyper-differentiatie’) kan een probleem zijn uit oogpunt van bestuurlijke effectiviteit (snel en slagvaardig besluiten), maar dat is maar één aspect van de kwaliteit van gemeentelijke democratie. Democratische kwaliteit wordt óók gemeten in termen van legitimiteit en representativiteit. En juist die elementen zijn de laatste jaren onder druk komen te staan.

Democratische kwaliteit wordt óók gemeten in termen van legitimiteit en representativiteit. Juist dat stond onder druk

Gemeenten werden door professionele bestuurders de afgelopen jaren min of meer gerund als bedrijven, waarin de raad wordt vastgeklonken aan een dichtgetimmerd coalitieakkoord van een paar grote partijen, meestal klassieke landelijke partijen die via partijbureau’s meesturen en ook de burgemeester en wethouders leveren. Het ‘mennen’ of disciplineren van de raad om je agenda er in korte tijd door te jagen, is inderdaad moeilijker geworden. Het lijkt er nu op dat de gemeentelijke kiezers juist met dat doorgeschoten bestuurlijke effectiviteits- of managementdenken heeft willen afrekenen.

Dat zie je op alle fronten terug: de lokale kiezers hernemen de controle over hun eigen gemeente via lokale partijen, kleine gemeenteraadsopstanden (afsplitsingen vaak) van professioneel gerunde bestuurspartijen. De bestuurbaarheid komt er trouwens nauwelijks door in het gedrang.

Afrekening van managementdenken

Gemeentebesturen hebben allerlei manieren gevonden om met veel fracties tegelijkertijd zaken te doen. Open collegevormingsonderhandelingen en een programma waarover ook de oppositie meepraat, wethouders die door verschillende fracties worden gedeeld, open coalitieakkoorden, minderheidscolleges die per onderwerp zaken doen met de raad (iets wat vaak heel goed loopt), enzovoort.

Het formeren van een college gaat door de bank genomen ook veel sneller dan een kabinetsformatie op landelijk niveau. De meeste gemeenten lukt het binnen een maand of twee. Slepende formaties zoals we die landelijk kennen, komen nauwelijks voor. Fragmentatie staat de bestuurbaarheid van gemeenten nauwelijks in de weg – ze zijn alleen een probleem voor bestuurders met haast en een afkalvend mandaat.

Fragmentatie is, zoals Schulz en Frissen laten zien, eerder een blessing in disguise met kansen voor politieke vernieuwing, zuurstof voor een werkelijke inclusieve democratie. In Den Haag kunnen ze leren van deze ontwikkelingen in gemeenten – meestal rollen die met enige vertraging ook binnen in de landelijke politiek.