Max Verstappen heeft er vertrouwen in dat zijn team de beste auto kan leveren.

Foto Robert Cianflone

Twintig pas, maar nu al een ervaren coureur

Formule 1 Max Verstappen begint aan zijn vierde seizoen in de Formule 1. Hij maakte veel mee, met drie zeges en heel veel tegenslag. „Als je zo vaak uitvalt, raak je geïrriteerd.”

Als hij nu naar zijn debuutrace in de Formule 1 kijkt, drie jaar terug op deze plek, dan herkent hij zichzelf daar nog steeds in. „Natuurlijk”, snuift Max Verstappen, alsof de suggestie belachelijk is.

Je bent in de afgelopen drie seizoenen niet anders gaan rijden?

„Nee, want dit zijn dingen die je al leert als je begint met karten en begint in de autosport.”

Kun je als coureur eigenlijk nog veel veranderen door de jaren heen, als je eenmaal in de Formule 1 zit?

„Ehm, dat zal heel lastig zijn. Je hebt gewoon een bepaalde stijl en die krijg je er moeilijk uit.”

We zitten aan een tafeltje in het kleine Red Bull-vertrek op het circuit van Albert Park, de donderdag voor de openingsrace in Melbourne. Binnen is het rustig, de meeste mensen zitten buiten in de warme Australische herfstzon op geïmproviseerde terrasjes met witte stoelen en tafels. Op tafel twee flesjes water. Verstappens ogen dwalen af naar het televisiescherm op de achtergrond.

Hier begint alweer zijn vierde seizoen. Het wat onwennige jochie van 17 van zijn debuut drie jaar geleden is nu een zelfverzekerde jonge man van 20. Toen kreeg hij tijdens zijn eerste persconferentie in Melbourne nog bemoedigend advies van de oudere, meer ervaren concurrenten. Nu leest hij ze eerder zelf de les.

Hij is drie overwinningen, elf podiumplaatsen en 421 WK-punten verder. Zijn teambaas Christian Horner denkt dat de „databank aan kennis” die Verstappen inmiddels heeft hem nu echt van pas gaat komen. Er zijn volgens Horner qua ervaring geen obstakels meer.

Lees waarom de coureurs klagen over de halo; de teenslipper boven op de cockpit is de meest opvallende verandering aan de auto’s in de Formule 1.

Verstappen voelt dat zelf ook wel. Hij is nu routinier. Er zijn nu twee coureurs jonger dan hij: Lance Stroll (Williams) en Charles LeClerc (Sauber), beiden eveneens 20. En er zijn er zeven minder ervaren dan hij: Pierre Gasly, Brendon Hartley (beiden Toro Rosso), Esteban Ocon (Force India), Sergej Sirotkin en Stroll (beiden Williams), Stoffel Vandoorne (McLaren) en Charles Leclerc (Sauber).

„Op een gegeven moment wordt alles heel gewoon”, zegt Verstappen. „Je kent steeds meer mensen, in de paddock en daarbuiten, je hebt al met veel mensen gesproken. Alles gaat vanzelf.”

In welk opzicht ben je een betere coureur geworden de afgelopen jaren?

„Dat is puur ervaring, denk ik. Het is niet per se snelheid. Ervaring door dingen die je hebt meegemaakt, ervaring uit bepaalde races. Daar krijg je dan weer meer ideeën van, weet je beter wat je moet doen.”

Met die focus op zijn leeftijd is hij nooit bezig geweest. Hij was altijd de jongste in elke klasse waarin hij reed. De vraag of hij er wel klaar voor was, toen hij de Formule 1 binnenkwam – daar was hij altijd heel nuchter onder. Dan moest hij maar bewijzen dat die vraag niet gesteld had hoeven worden.

Is het niet fijn dat de nadruk op je leeftijd nu naar de achtergrond is verdwenen, dat je nog meer als volwaardig coureur gezien kan worden?

„Ik denk dat het al een ander verhaal is als je drie races hebt gewonnen. Als je constant in de toptien rijdt.”

Wat is daarin achteraf het kantelpunt geweest? Was dat de overwinning in Barcelona?

„Nou ja, ik denk dat het sowieso al gebeurt als je meer vooraan rijdt. Dan is het al anders dan wanneer je in het middenveld zit.”

Vanaf zijn allereerste race in Melbourne was de rijstijl zichtbaar waar hij de afgelopen drie seizoenen om geprezen werd. Hij reed die grand prix niet uit, maar onderscheidde zich al meteen met zijn aanvallende racen. Inhaalacties op lastige plekken werden zijn handelsmerk en op natte banen leek het alsof er geen regen was gevallen op de plek waar hij reed.

Nico Rosberg (wereldkampioen in 2016) zei eerder deze maand dat hij baalt als jij uitvalt tijdens een race. Die wordt er dan meteen een stuk minder leuk van.

„Het is zeker een compliment, maar ik ben daar niet zo mee bezig. Ik probeer elke race gewoon uit te rijden, in een goede positie. Maar het is wel goed dat er zo wordt gedacht. Ik denk dat meerdere mensen er ook zo over denken. Aan de andere kant hoop ik natuurlijk dat ik op een gegeven moment ook zoals Lewis Hamilton in de rondte rijd. Dat is misschien wat saaier, maar uiteindelijk wel het allerbeste.”

Dat gebeurde vorig seizoen in Mexico, voor het eerst in zijn carrière. Verstappen kwam vroeg aan de leiding en reed toen vijf, tien, twintig seconden weg bij de rest. Uit het zicht van de camera’s, hij was niet interessant meer.

Lees hoezeer ze in het racegekke Australië snakken naar een overwinning van een landgenoot bij de grand prix van Melbourne.

Die race was een absoluut hoogtepunt in een seizoen met vele dieptepunten. In zeven van de twintig races haalde hij de finish niet. Hij was drie keer betrokken bij een botsing waaraan hij weinig tot niets kon doen, vier keer viel zijn auto stil met problemen. De Renaultmotor in zijn Red Bull bleek hoogst onbetrouwbaar. Een groot deel van het seizoen voor Verstappen, in het tweede deel van het seizoen kreeg zijn Australische teamgenoot Daniel Ricciardo veel met motorproblemen te maken.

De frustratie nam toe bij Verstappen. Vloekend op de boordradio van zijn auto of voor de tv-camera’s. Na de uitvalbeurt in zijn thuisrace op het circuit van Spa in België werd er druk op Red Bull gelegd: zo kon het niet verder. Uiteindelijk eindigde het seizoen positief met twee zeges, naast Mexico in Maleisië, en een tweede plek in Japan.

Vorig seizoen moest je er niets van hebben als iemand als Horner zei dat je van tegenslag een betere coureur en een beter mens zou worden. Hoe kijk je daar nu tegenaan?

„Je moet leren omgaan met die teleurstellingen, positief proberen te blijven. Het is niet fijn, maar het moet nou eenmaal. Ik hoop dat het nu even niet meer gebeurt.”

Heb jij er vorig seizoen op enig moment doorheen gezeten?

„Ik was natuurlijk wel teleurgesteld door alles. Ik snapte niet waarom het allemaal aan mijn kant gebeurde, iets wat eigenlijk niet hóórt te gebeuren. Spa was niet echt de ergste, daar reden we niet om een podiumplaats of zo. Maar dat was niet fijn voor de fans daar. Ze zijn eigenlijk allemaal slecht. Hoe beter de positie waarop je ligt, hoe erger.”

De emotie die je toen vaak hebt laten zien, dat was nieuw voor je. Boos, teleurgesteld, later ook cynisch. Is dat een kant die je liever niet laat zien?

„Je hoopt gewoon niet in die situatie terecht te komen. Als je zo vaak uitvalt, raak je geïrriteerd, en ik denk dat dat ook redelijk normaal is. Het zou slecht zijn als je zegt: ja, nou ja, we gaan door naar de volgende race.”

Heb je nog geleerd van de manier waarop je omging met die teleurstelling?

„Het positieve eraan was dat ik negatieve energie heb weten om te zetten in positieve.”

Bij Red Bull zijn ze voorzichtig optimistisch over het komende seizoen. De wintertests in Barcelona waren beter dan vorig jaar, de motor van Renault lijkt betrouwbaarder. Hoewel die nog pure snelheid mist, zal het gat met Mercedes en Ferrari op z’n minst een stuk kleiner zijn dan een jaar geleden.

Met Verstappen zelf vooruitblikken heeft nooit veel zin. „We zien wel”, klinkt het dan. „Moeilijk te zeggen.”

Toch deed hij dat wel toen hij onverwacht snel besloot bij te tekenen bij Red Bull tot en met 2020, afgelopen oktober. En hij deed dat luttele maanden na verkapte dreigementen als gevolg van de vele tegenslagen.

Wellicht was de belofte van Red Bull-teamadviseur en ‘tweede vader’ Helmut Marko om van Verstappen een nieuw „Vettel-project” te maken wel aantrekkelijk genoeg. „Daar zijn we wel mee bezig”, zegt hij. Sebastian Vettel werd in 2010 bij Red Bull op zijn 23ste de jongste wereldkampioen ooit. Dat record moet Verstappen gaan verbreken – hij heeft nog drie jaar de tijd. Misschien was het ook wel een handige financiële zet.

Toen Nico Rosberg je deze maand prees zei hij ook: bij Red Bull gaat Verstappen geen wereldkampioen worden.

„Ja, dat is even afwachten. Ik heb geen glazen bol. Ik heb het vertrouwen dat dit team de beste auto kan leveren. Alleen moeten we wachten tot we het beste totaalpakket hebben. Maar dat is niet in onze handen.”

    • Frank Huiskamp