Tja, vijf partijen met vier zetels...

Verbrokkeling

In gemeenteraden verdelen steeds meer kleine partijen de zetels. Dat noopt bij de collegevorming tot creativiteit

Foto David van Dam

In het Overijsselse Hellendoorn hadden ze in 2014 een probleem. Het politieke landschap was verbrokkeld, de breuken leken onherstelbaar. Het CDA was veruit de grootste partij, met 8 van de 25 zetels, BurgerBelang had er 5. Maar die twee zouden na vier moeizame jaren als coalitiepartners niet samen verder gaan. De overige zeven partijen hadden 1 of 2 zetels. En het nieuwe college mocht uit niet meer dan vier wethouders bestaan.

Vier van die Hellendoornse ‘kleintjes’ (ChristenUnie, D66, PvdA, VVD) besloten tegenover de twee wethouders van het CDA twee eigen wethouders te zetten. Ze zetten een sollicitatieprocedure op, vertelt Ruben Minkjan, fractievoorzitter van de ChristenUnie. „We hebben met z’n vieren overlegd, heel constructief, en besloten dat elke partij één kandidaat zou aandragen, van wie we er twee zouden uitkiezen.”

In 2018 zullen alleen maar meer gemeenten met zulke problemen te maken krijgen – en dus op zoek moeten naar creatieve oplossingen. Wie de cijfers van de laatste drie gemeenteraadsverkiezingen naast elkaar legt, ziet het aantal partijen in de raden gestaag toenemen, van maximaal twaalf in 2010 naar vijftien nu. Daarbij moet worden bedacht dat het aantal gemeenten is teruggelopen van 431 naar 380. De ‘gemiddelde’ gemeente is tussen 2010 en 2018 een stuk groter geworden.

Met de verbrokkeling in de raden nemen zowel de politieke risico’s toe als de noodzaak tot creativiteit à la Hellendoorn. Het blad Binnenlands Bestuur tekende in 2016 een record op: in 28 gemeenten kwam het college ten val. In Gouda viel een college van vijf partijen en dat moest worden vervangen door een college van zes partijen. Woensdag kregen de vijf grootste partijen daar allemaal vier zetels. „Ga er maar aanstaan”, zegt Ton Roerig, directeur van de brancheorganisatie Wethoudersvereniging. „En dan heb ik het nog niet eens over de programmatische verschillen.” Hij ziet de afgelopen jaren niet alleen het aantal fracties per gemeente toenemen, maar ook het aantal fracties dat nodig is om een college te vormen.

Pragmatische partijen

Crux daarbij is de wil tot samenwerking, zegt politicoloog André Krouwel van de Vrije Universiteit. De groei van het aantal fracties in raden als zodanig hoeft geen probleem te zijn, vindt hij. Die kan zelfs helpen om kiezers die anders zouden afdwalen van de politiek, erbij te houden. „Cruciaal is of er genoeg pragmatische partijen in de raden beschikbaar zijn die willen samenwerken, en niet vooral bezig zijn met negatieve energie.”

Als nee-zeggende partijen noemt Krouwel de PVV, Forum voor Democratie, 50 plus, Denk en Partij voor de Dieren. Ook de SP telt hij mee, maar dat verschilt per gemeente. Leefbaar Rotterdam heeft zich ontwikkeld tot relatief stabiele bestuurderspartij.

Dat laat juist zien dat wat niet is, nog kan komen, zegt Krouwel. Neezeggers kunnen ja-zeggers worden. „Wat dat betreft is de PVV interessant. Tot nu toe zijn experimenten met samenwerking met de PVV slecht verlopen. Het gedoogkabinet-Rutte I mislukte. Anderzijds zie je dat bij de PVV Almere de scherpe kantjes er langzaam zijn afgegaan.”

Voorbode van ellende

Ton Roerig van de Wethoudersvereniging verwacht de komende tijd interessante ontwikkelingen als gevolg van de verbrokkeling. Het zal gemiddeld langer duren eer de colleges zijn geformeerd en er zullen vaker verrassende constructies worden bedacht om de steeds grotere politieke verschillen te overbruggen.

Zijn vereniging krijgt van haar leden (ongeveer twee derde van de ruim 1.400 wethouders) vaker dan vroeger verzoeken om inlichtingen over informateurs bij collegebesprekingen. Roerig juicht die zorgvuldigheid toe. „Snel formeren is vaak een voorbode van ellende gebleken.”

Roerig denkt dat we vaker oplossingen als in Hellendoorn zullen zien. In de Overijsselse gemeente schoven alle vier de kleine partijen voor de sollicitatieronde in 2014 bewust een wethouderskandidaat van buiten naar voren. Een bekend raadslid, laat staan de lijsttrekker, zou polarisatie tussen de partijen onnodig vergroten. Fractievoorzitter Minkjan van de ChristenUnie zocht het landelijk partijbureau aan met de vraag of ze daar een geschikte kandidaat wisten. Ze suggereerden iemand „uit de wethouderspool” van zijn partij.

Roerig verwacht ook een toename van partijloze ‘zaakwethouders’. Die kwamen de afgelopen periode relatief vaak terecht in de door de decentralisaties verzwaarde portefeuille zorg. Verder denkt Roerig aan minderheidscolleges, die per onderwerp op zoek moeten naar verschillende meerderheden in de raad.

In Almelo, waar 35 zetels te verdelen zijn, werd het meerderheidscollege na het opstappen van twee wethouders een minderheidscollege. „Er was een diepgeworteld wantrouwen tegenover het bestuur”, zegt Marcel Zielman, fractievoorzitter van het CDA.

De raad ging in politieke therapie onder leiding van een lokale oud-CDA-politicus, Rob Franken. „Die hamerde er bij de raadsleden op dat ze weliswaar politiek van mening verschilden, maar dat ze er samen voor de stad zaten”, zegt Zielman. „Dat werd daarna de mindset.”

„Zoals het minderheidscollege in Almelo daarna functioneerde, dat is het mooiste”, zegt Rob Franken. „Ook een meerderheidscollege zou zich zo moeten gedragen; luisteren naar alle fracties.” Maar hij zag het woensdagavond alweer gebeuren. „Op de uitslagenborden beginnen de politici in Almelo te tellen tot ze bij 18 van de 35 zetels zijn aanbeland: de kleinste meerderheid.”