Schietpartij, debat, dan weer stilte

School shootings

Zaterdag is een grote anti-wapendemonstratie in Washington D.C. en veel andere steden wereldwijd. Verandert er nu iets? Terug naar Virginia Tech, waar het in 2007 misging. ‘Altijd als zoiets gebeurt, ben ik weer in lokaal 211.’

Het Reserve Officers’ Training Corps (ROTC), een trainingsprogramma van het Amerikaanse leger, op de campus van Virginia Tech. De kadetten zijn zelf ook studenten van de school. Foto James Glass

Als Kristina Anderson (30) de scholieren van Marjory Stoneman High School in Florida op televisie ziet, ziet ze iets van zichzelf terug. Jonge mensen, die op Valentijnsdag een moordpartij op hun school hadden overleefd, en nu hun trauma en verdriet omzetten in woede en geestdrift. Ze zijn lid van dezelfde club als zij, zegt ze. „De Club Waar Niemand Lid Van Wil Worden.”

Ze ziet hoe de jongeren op CNN in debat gaan met politici, wetten eisen die vuurwapenbezit moeten beperken. Ze organiseren zaterdag een Mars Voor Onze Levens in Washington – en honderden andere steden wereldwijd. Daar eisen ze „dat onze levens en veiligheid een prioriteit worden, en dat we vuurwapengeweld en massale schietpartijen in onze scholen vandaag stoppen”.

De studenten van nu hebben nauwelijks een relatie met wat er in 2007 is gebeurd. De docenten en andere medewerkers leven er nog elke dag mee.

hoogleraar Politicologie Timothy Luke

Kristina Anderson kent die woede – die voelt ze zelf ook. Het was er niet plotseling, het groeide langzaam in de jaren na 16 april 2007. Op die maandagochtend zat Anderson, toen 19 jaar, in lokaal 211 voor een les Frans. Ze was te laat, en zat nog maar net, toen ze harde geluiden op de gang hoorde. De docent riep nog: ‘Bel 911!’, en probeerde de deur op slot te doen. Maar Seung-Hui Cho, een student, drong met twee vuurwapens en munitie de klas binnen. Hij schoot systematisch alle leerlingen en de docent neer, van links naar rechts. Kristina Anderson ging instinctief op de grond liggen, en werd drie keer geraakt: in haar rug, in een bil en in een teen.

Cho verliet het klaslokaal, maar kwam nog twee keer terug. De eerste keer schoot hij in de muur, vlak boven haar hoofd. De tweede keer schoot hij zichzelf dood. Anderson was zwaargewond, maar leefde nog. Om haar heen hoorde ze het gekreun en gegorgel van stervende studenten. Toen de politie het lokaal binnenkwam, zeiden agenten tegen elkaar: „Er zijn veel zwarten hier.” Ze vond het een vreemde opmerking. Pas later hoorde ze dat ‘zwart’ codetaal voor ‘dood’ is.

Lees ook: Virginia Tech krijgt maximale boete voor bloedbad in 2007

De schietpartij op haar school was zo wreed en zo grootschalig, dat ze dacht dat het nooit meer zou gebeuren. Op die ochtend vielen 33 doden, onder wie de schutter, en 23 gewonden. Het was de ergste schietpartij uit de Amerikaanse geschiedenis. „We hadden alle records gebroken. Ik dacht dat het Amerika wakker zou schudden, dat er wetten zouden komen die dit konden voorkomen.” Ze keerde terug naar Virginia Tech, studeerde af, en probeerde lichamelijk te herstellen.

De klap kwam ruim vijf jaar later, toen op basisschool Sandy Hook in Newtown twintig kinderen en zes volwassenen werden doodgeschoten. Het vertrouwen dat Anderson had in haar land, en haar leiders, was opeens weg. „Ik besefte dat wat ik had meegemaakt op Virginia Tech géén incident was. Het is deel van Amerika geworden.”

Lees ook: Zelfs na Sandy Hook lukte het niet

Na Sandy Hook besloot Kristina Anderson activist te worden. Ze richtte een stichting op, Koshka, die ijvert voor veilige scholen en preventie van schietpartijen. Ze zegt: „Ik heb de schietpartij overleefd, maar twaalf klasgenoten niet. Ik ben niet religieus, maar heb het gevoel gehouden dat ik iets moest doen. Dit is mijn manier om zin te geven aan die gebeurtenis.”

De scholieren van Marjory Stoneman High School zijn elke dag in het nieuws. Ze beïnvloeden, nu het drama op hun school nog vers is, het debat over vuurwapengeweld op Amerikaanse scholen. Bijna elf jaar geleden speelde Virginia Tech die rol. Wekenlang was de universiteit in het nieuws. Het was niet alleen de dodelijkste schietpartij op een school ooit, het was ook nog eens de eerste in het socialemedia-tijdperk: Facebook kwam net op, zeker onder studenten.

Toen vertrokken de cameraploegen, begonnen de lessen weer en zakte de nieuwswaarde weg.

Universiteitsmedewerker Debbie Day zegt: „Je kan het zien aan de spullen die we kregen. De eerste paar weken kregen we ruim 90.000 beren, boeketten, tekeningen en zelfs blikken met eten.” Alles is opgeslagen in een archief. Al snel zakte de aandacht weg. Vorig jaar, tijdens de tienjarige herdenking, had ze haar personeel voorbereid op een nieuwe stortvloed. Er kwam bijna niets.

Een van de cadeautjes die de school ontving na de schietpartij in 2007. Foto James Glass

Rare biotoop

Virginia Tech ligt in de bergen van Virginia, vier uur rijden vanuit Washington. De campus is een kleine stad: er wonen 30.000 studenten, er zijn winkels, restaurants en grote studentenwoningen, allemaal gebouwd van dezelfde grijze kalksteen. De universiteitskrant schrijft over de uitschakeling van de trots van de universiteit: basketbalteam The Hokies. „Een universiteit is een rare biotoop”, zegt hoogleraar Politicologie Timothy Luke. „In vijf jaar tijd is een hele generatie studenten gewisseld. De studenten van nu hebben nauwelijks een relatie met wat er in 2007 is gebeurd. De docenten en andere medewerkers leven er nog elke dag mee.”

Het kantoor van Timothy Luke is tot aan het plafond volgestouwd met papier en boeken. Luke, die moeizaam loopt, komt zijn kamer nauwelijks nog uit. De schietpartij, in een gebouw op een steenworp afstand van zijn kantoor, heeft zijn leven ingrijpend veranderd. Luke ontwikkelde een obsessie voor vuurwapens, en onderzocht het effect van Virginia Tech op het maatschappelijke debat.

Virginia Tech belandde al snel in de thoughts-and-prayers-fase. Er zijn mooie woorden uitgesproken, het verhaal is door de jaren heen gepolijst, maar de schietpartij is betekenisloos gebleven.

Fotograaf James Glass

Aanvankelijk, zegt Luke, was er brede steun voor aanscherping van de vuurwapenwetten. De schutter was geestesziek en had alsnog twee semi-automatische pistolen kunnen kopen. Democraten én Republikeinen schreven een wet om dat moeilijker te maken. Even leek Virginia Tech een doorbraak in het gepolariseerde debat over vuurwapens.

Maar het duurde niet lang, zegt Luke. De verhalen van de slachtoffers ebden weg en oude tegenstellingen kwamen weer op. „We kwamen er achter dat Virginia Tech helemaal niet zo uniek was als we dachten. Er zijn veel meer schietpartijen op scholen geweest, en gek genoeg maakte dat het debat juist minder intens.”

Ook op Virginia Tech veranderde de sfeer. Er kwam een groot monument, met gedenkstenen voor alle slachtoffers, naast het centrale grasveld op de campus. Er is een jaarlijkse hardloopwedstrijd en een ceremonie met kaarsen. Er zijn meer gewapende bewakers gekomen, en Timothy Luke wijst op een elektronisch waarschuwingssysteem aan de muur, dat ieder lokaal gekregen heeft. De universiteit benadrukt dat er „een gevoel van gemeenschapszin” is ontstaan na Virginia Tech. Debbie Day: „De meeste overlevenden zijn teruggekeerd naar de universiteit, omdat ze zich hier thuis voelden. Studenten vonden dat ze docenten niet alleen konden laten. Het heeft ons sterk gemaakt.”

Maar op de universiteit ontstond ook tweespalt, zegt Timothy Luke. Tegenover de studenten die actie wilden, vaak stedelingen, stond een grote groep die daar niets voor voelde, de studenten uit de conservatieve plattelandsgebieden. „Dit is een instelling met veel kinderen uit dunbevolkte gebieden. Zij groeien op in een vuurwapencultuur, terwijl je in de progressieve steden zelden een pistool tegenkomt.”

Er ontstond debat op de campus over de ruim duizend kadetten van de militaire academie op Virginia Tech. Mogen die op de campus nog met een vuurwapen rondlopen? Of een sabel? Sommige overlevenden voelden zich in de steek gelaten door de universiteit. Bij de herdenking van de schietpartij, vorig jaar, werden alleen de overlevenden uitgenodigd die gewond waren geraakt. „Jullie behandelen ons alsof wij geen traumatische gebeurtenis hebben meegemaakt”, schreef een overlevende, Lisa Hamp, aan de universiteit. Ze wist de deur te barricaderen, waardoor de schutter niet binnen kon komen. Ze is vergeten door de universiteit, schrijft ze. „De eenzaamheid heeft me uitgeput.”

Lees ook: ‘Shame on you’, overlevende schietpartij Florida roept op tot actie

James Glass is een fotograaf die vlak bij de campus woont. Hij heeft de foto’s bij dit artikel gemaakt. Glass was bevriend met Jamie Bishop, een docent Duits. Ze hadden de dag voor de schietpartij met hun partners nog een lange wandeling gemaakt. Bishop werd tijdens zijn les doodgeschoten, Glass moest hem identificeren – en de vader van zijn vriend inlichten.

Glass: „Ik belde, en zei: ‘U moet snel komen.’ Maar hij aarzelde. Ik moest steeds opnieuw op hem inpraten, tot hij uiteindelijk toch kwam. Alsof hij de werkelijkheid kon ontkennen als hij het niet zou zien.”

James Glass moet vaak aan die gesprekken terugdenken. Zoals de vader van zijn vriend reageerde, is typerend voor Amerika, zegt hij. „Virginia Tech belandde al snel in de thoughts-and-prayers-fase. Er zijn mooie woorden uitgesproken, het verhaal is door de jaren heen gepolijst, maar de schietpartij is betekenisloos gebleven. Hoe kunnen we over vuurwapengeweld praten als we de dood niet recht in de ogen kijken?”

De kadetten van het ROTC. Foto James Glass

Eenzaam

Overlevende Kristina Anderson weet wat de tieners uit Parkland te wachten staat als de aandacht voor de schietpartij op hun school verdwijnt. Ze heeft het er vaak over op een besloten Facebook-groep met andere overlevenden: The Rebels Project. Iedereen daar weet hoe eenzaam het verwerken van het trauma wordt. Een directeur van een school in Oregon, die in 2015 getroffen werd door een schietpartij, omschreef het eens zo: er is een Honeymoon-fase van een paar weken, vol energie en aandacht. Iedereen wil je verhaal horen, iedereen wil je helpen, iedereen is het met je eens dat er iets moet veranderen. Daarna sta je er opeens alleen voor.

Anderson: „Het is moeilijk om overlevende te zijn, veel moeilijker dan ik dacht. Over alles moet je nadenken: hoe reageer je op een botte opmerking? Welke details vertel je aan je vriend?” Het is makkelijk om bitter te worden, zegt ze, omdat er zo weinig verandert. „Ik heb vrij snel besloten dat cynisme geen vat op me mag krijgen. Als mijn ouders bellen, neem ik altijd meteen op, terwijl ik helemaal geen familiemens was. Ik probeer er iets positiefs van te maken, al is dat een dagelijkse strijd.”

Kristina Anderson weet uit eigen ervaring wat het moeilijkst zal worden voor de scholieren uit Parkland: de jaarlijkse herdenkingen, die ze lange tijd uit beleefdheid op de universiteit had bijgewoond, maar nu niet meer kan opbrengen. En iedere schietpartij op een school die ze op televisie gaan zien. „Op die momenten zullen ze het zwaar krijgen. Altijd als het gebeurt, ben ik weer terug in lokaal 211.”

    • Guus Valk