Opinie

Schaf het referendum niet af – het werkt

Over de geheime diensten is breed en genuanceerd gediscussieerd. Het referendum bewees zo de democratie een dienst, betogen Arjen Nijeboer, Thijs Vos en Niesco Dubbelboer. Ze roepen de Eerste Kamer op het niet af te schaffen.

Het tellen van de stemmen in het Haagse stadhuis. Foto Bart Maart / ANP

Dat het ene referendum het andere niet is, is na woensdag weer eens heel erg duidelijk geworden. Na het Oekraïne-referendum domineerden de argumenten van tegenstanders van het referendum. Het onderwerp zou te complex zijn, het volk grosso modo te dom omdat men niet zou weten waarover men had gestemd. Het zou te gemakkelijk zijn om een referendum te organiseren. En alleen enge populisten doen het. Tegenstanders winnen altijd want die komen tenminste opdagen. Deze tegenargumenten zijn woensdag één voor één gelogenstraft of fors genuanceerd.

Zo zei hoogleraar Paul Abels, voorstander van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv): „vastgesteld (moet) worden dat NL op een elders niet eerder vertoonde wijze fundamenteel gedebatteerd heeft over werk van geheime diensten. Voor een democratie is dat pure winst”. Dat is de grote waarde: er is een breed en genuanceerd maatschappelijk debat gevoerd en het zijn niet alleen de tegenstemmers geweest die zijn gaan stemmen. Gelukkig was er ook geen perverse prikkel van de opkomstdrempel vanwege de koppeling met de raadsverkiezing. In sommige gemeenten hebben zelfs meer mensen voor het referendum gestemd dan voor de raadsverkiezing!

Lees ook de NRC checkt: ‘Alleen DDR schafte eerder referendum af’

De Tweede Kamer heeft een maand geleden ongelukkigerwijs en te vroegtijdig steun gegeven aan het kabinet om de referendumwet, die nog geen drie jaar oud is, alweer af te schaffen. Wij denken dat men zich nog eens goed achter de oren moet krabben. Vele politicologen en staatsrechtgeleerden hebben aangeraden om meer ervaring op te doen met het referendum. Daarna kan er een goede evaluatie op worden losgelaten om vervolgens de wet te verbeteren naar aanleiding van de inzichten. Deze inzichten komen naar boven in een goed maatschappelijk debat. Het is voor een moderne, democratische overheid heel zuiver om vervolgens te kijken of de bezwaren tot aanpassingen van de wet kunnen leiden. Zo moet de democratie werken.

Omstreden juridische constructie

Het afschaffen van het referendum – zonder over dat besluit een referendum toe te staan – steunde in de Tweede Kamer op de kleinst mogelijke meerderheid, namelijk één zetel. Dit terwijl kiezers bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen in grote meerderheid stemden op de partijen die beloofden het raadgevende referendum te steunen. D66 ging daarin het verst en beloofde in haar verkiezingsprogramma in 2017 dat zij zich volop zou inzetten voor behoud van het raadgevende referendum en maakte zelfs een hard verwijt aan andere partijen die „na één referendum, het alweer willen afschaffen”. Voor die draai is D66 gisteren afgestraft.

Men kan zich afvragen of het democratisch verantwoord is om binnen deze context het referendum af te schaffen. En die vraag is indringender als men ziet dat het kabinet met een zeer omstreden juridische constructie het wettelijk gegarandeerde recht op een referendum erover blokkeert. Die constructie is staatsrechtelijk zo bedenkelijk dat het voor de SGP, ondanks hun afkeer van het referendum, reden was een amendement in te dienen om deze juridische truc te verhinderen en zo een referendum over het afschaffen ervan wél mogelijk te maken. De coalitie (inclusief D66, sic) stemde in de Tweede Kamer tegen.

Beter ten halve gekeerd

Maar een referendum over het afschaffen ervan betekent, net als bij de Wiv, een waardevolle, brede maatschappelijke discussie, in dit geval over de staat van onze democratie. Dat is een prachtig onderwerp. De democratie is namelijk niet het bezit van politici, maar het kostbare eigendom van alle burgers. Die Eerste Kamer moet als hoeder van de democratie nu haar cruciale rol pakken. De beslissing over het referendum en over de vraag of we er met z’n allen een goede maatschappelijke discussie over kunnen voeren, ligt nu bij de Eerste Kamer. Wij roepen, met de lessen van twee referenda in het achterhoofd, op tot bezinning. Het oud-Nederlandse gezegde ‘beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald’ is hierbij geheel van toepassing.

Het referendum is van te grote waarde voor de democratie om het zo ijlings af te schaffen

Hoe mooi is het wanneer tegelijkertijd met de Provinciale Staten-verkiezing in maart 2019, die ook van invloed is op de samenstelling van de Eerste Kamer, dit maatschappelijke debat over de toekomst van de democratie kan plaatsvinden. Het rapport over de staat van de democratie van de Staatscommissie Parlementair Stelsel, die overigens genuanceerd positief naar het referendum kijkt, is dan ook gereed en kan een betekenisvolle rol spelen in dat debat.

Dus Eerste Kamer, schaf het referendum niet af en indien u dit wel wil: laat ons er dan een breed maatschappelijk debat over voeren aan de hand van een referendum. Het referendum is van te grote waarde voor de democratie om het zo ijlings af te schaffen.

Arjen Nijeboer, Thijs Vos en Niesco Dubbelboer zijn verbonden aan Meer Democratie (www.meerdemocratie.nl)