Column

‘Salisbury’ beproeft Europese solidariteit

Het zenuwgas tegen dubbelspion Sergej Skripal en zijn dochter Julia in Salisbury is nog niet uitgewerkt. Premier May sprak van een „aanval van de Russische Staat op ons land”. In het Lagerhuis had minister Boris Johnson het woensdag over een „keten van verantwoordelijkheid” die reikt tot aan het Kremlin en Poetin. Maar ook Johnson, de grote overdrijver, vermeed de term ‘commandoketen’ en hield de rol van de Russische president vaag.

Kripal werd in 2006 in Moskou wegens landverraad veroordeeld tot dertien jaar strafkolonie; dankzij een spionnenruil belandde hij enkele jaren later in Engeland. Kennelijk tot onvrede van zijn Russische oud-collega’s. De gifgasaanval ziet eruit als een afrekening in het milieu van geheime diensten. Of Vladimir Poetin er zelf achter zit is een andere vraag.

Soms wil je als leider graag met de hand aan de knop worden gezien. Denk aan de foto’s uit mei 2011 van een geconcentreerde Barack Obama, omgeven door adviseurs in de Situation Room van het Witte Huis, toen duizenden kilometers verderop, in Pakistan, Amerika’s volksvijand nummer één, Osama bin Laden, op zijn bevel werd vermoord. Ook ‘extraterritoriale liquidatie’. Boodschap: I’m in charge. Belangrijke beelden voor Obama’s herverkiezing als president, in 2012.

Maar er zijn ook vuile praktijken waarvan ondergeschikten hun baas niets zeggen, om hem te beschermen. Woordvoerders van een minister die aan de pers lekken – een onschuldige variant – houden dat voor zich of volstaan met een knipoog. ‘Salisbury’ viel allicht in die categorie. Hetgeen niet uitsluit dat de daders Poetin wilden behagen, kort voor zijn herverkiezing tot president.

Natuurlijk zijn de Britse buren en bondgenoten unaniem geschokt. Maar het westerse front van veroordelingen is niet zo hecht als de Britten wensen. Vorige week woensdag – na tien dagen onderzoek – beschuldigde Londen de Russische regering van poging tot moord. Binnen een dag verklaarden de Britse, Amerikaanse, Franse en Duitse leiders May, Trump, Macron en Merkel dat er „geen plausibele alternatieve verklaring” bestond voor Russische verantwoordelijkheid. Een stevig westelijk blok. Maar de EU als geheel was niet zover.

De 28 buitenlandministers zeiden afgelopen maandag dat ze de Britse inschatting „extreem serieus” nemen, maar onderschreven de schuldtoewijzing niet. De Griekse en Italiaanse ministers stribbelden tegen, uit angst voor economische represailles door Moskou. In Brussel praatten Rutte en zijn EU-collega’s er donderdagavond over door. Na een felle discussie gingen ze verder dan hun ministers; ze geven Rusland wel onverkort de schuld. Ook roepen ze de EU-ambassadeur in Moskou terug voor overleg. May betoonde zich blij met de steun.

In een debat in het Europees Parlement sprak Frans Timmermans vorige week van een „ondubbelzinnige, onwankelbare en zeer sterke” Europese solidariteit met de Britten. Tijdens de MH17-zaak ervoer hij als Nederlands buitenlandminister hoe wezenlijk dat is. Je voelt je als land in het hart getroffen en wilt niet alleen staan. Maar vanwege Brexit is dit minder vanzelfsprekend. De Britten verlaten de club, de anderen gunnen hun minder. Theresa May vraagt haar Europese collega-leiders om naar Brits voorbeeld Russische diplomaten uit te wijzen. Maar ze kan zich, half-buiten, niet meer beroepen op de verdragsmatige solidariteit tussen EU-lidstaten. Terecht verwijst ze dus naar een diepere band tussen ‘Europese democratieën’, schouder aan schouder voor de vrijheid. De situatie herinnert eraan hoe we, ook na Brexit, een politieke vorm moeten vinden om de Britten als buur en bondgenoot in het Europese blok te behouden.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof en hoogleraar Europees recht en EU-studies (Leiden, Louvain-la-Neuve). Onlangs verscheen zijn boek De nieuwe politiek van Europa .

Update (23 maart 2018): dit artikel is aangepast na de veroordeling van de zenuwgasaanval door de Europese leiders tijdens hun bijeenkomst in Brussel op donderdag 22 maart.