Opinie

    • Tom-Jan Meeus

Nu zijn politici er nog voor kiezers. In de toekomst zal dit omgekeerd zijn

Deze week: de opkomst van Denk en de neergang van Wilders.

Ofwel: waarom de lokale verkiezingen lieten zien welke kolossale vragen op ons afkomen.

Donderdag aan het begin van de middag werd ik in de wandelgangen aangesproken door Selcuk Öztürk, het Kamerlid van Denk.

Selcuk Öztürk vroeg zich met lichte stemverheffing af of hij nog „felicitaties van NRC” kon verwachten.

Je hebt dat niet vaak, dat verkiezingswinnaars gelukwensen vragen, maar een winnaar is een winnaar, dus ik feliciteerde hem.

Ik vroeg meteen even waarom mijn krant niet welkom was geweest op de uitslagenavond van Denk. Ook De Telegraaf was geweigerd door de partij.

Denk is sceptisch over traditionele media (‘poortwachters van de gevestigde orde’) en bedient zich zo nodig van strafmaatregelen die we kennen van een andere partij: ook de PVV liet NRC ooit op straat staan tijdens een uitslagenavond.

Öztürk was nog bezig met zijn antwoord toen het Denk-Kamerlid Farid Azarkan kwam aanlopen. Ik feliciteerde ook Farid Azarkan, en stelde hem dezelfde vraag over de uitslagenavond.

Farid Azarkan, doorgaans soepeler in de omgang dan Öztürk, hoefde niet lang na te denken. Hij keek me breed lachend aan en vroeg of NRC, zoals nieuwe Nederlanders vaak verweten wordt, misschien verlangt naar „een slachtofferrol”.

De gemeenteraadsverkiezingen van deze week zullen wel even onthouden worden.

De fragmentatie van de politiek lijkt niet langer beheersbaar. En terwijl de neergang van de PVV zich voortzet, is Denk een nieuwe politieke factor geworden.

Een behoudende politicus had er donderdag in de binnenkamer een scherpe analyse over. Hij zei: nu Wilders is uitgewerkt zien we zijn erfenis – de lancering van Denk.

Er zit veel in. Onder Wilders’ aanvoering is het land problemen van immigratie, integratie en de islam steeds confronterender gaan benoemen, en nu confronteren de benoemden ons met hun antwoord: wat jullie kunnen, kunnen wij ook.

Het kwam vrijdag symbolisch in beeld bij de laatste verschuivingen in de uitslag van Rotterdam: door de verdeling van restzetels zakte de PVV naar één zetel, en kreeg Denk er een bij - naar vier.

Wilders maakt daarbij een uitgebluste indruk. Je hoort al langer in de PVV dat hij zijn interesse voor het Kamerwerk van collega-PVV’ers aan het verliezen is.

Ooit volgde hij op zijn werkkamer precies wat zij in de vergaderzalen van de Kamer zeiden. Nu vertellen PVV-Kamerleden elkaar dat ze nooit meer iets van De Blonde horen.

Toch is Wilders’ invloed niet verdwenen. Dinsdag, in het NOS-slotdebat, betrok Rutte de stelling dat asielzoekers niet langer voorrang mogen krijgen bij de gemeentelijke verdeling van woningen.

Een bekende Rutte-oprisping aan de vooravond van verkiezingen. Hij deed het eerder met Syriëgangers (mochten dood) en sommige Turkse Nederlanders (oppleuren).

Dit was weer een stap verder. In de eerste plaats verkocht hij beleid dat hij al in 2015 overeenkwam met de PvdA. In de tweede plaats deed hij het voorkomen alsof asielzoekers altijd maar vooraan staan bij dit soort verdelingen.

Het toeval wilde dat ik in de debatzaal achter de partijleiders zat – en aan de lichaamstaal van diverse van hen, ook een coalitiegenoot, kon je zien dat ze het een bedenkelijk optreden vonden.

Forum voor Democratie won raadszetels in Amsterdam, waarmee ook de fragmentatie op rechts verder wortel schoot: rechts is nu een vierstromenland (VVD, PVV, FvD, veel lokalen) dat gelijkenis vertoont met de aloude versnippering op de progressieve vleugel.

Vooral de drie volkspartijen (VVD, CDA, PvdA) lijden onder alle nieuwkomers – ze versterken hun afkalving. Zo is er steeds meer te kiezen, en wordt besturen steeds lastiger.

Het ingewikkelde is alleen dat we nog maar aan het begin van de fragmentatie staan.

Wie deze week het nieuws uit de VS en het Verenigd Koninkrijk volgde over de datafirma die voor Trump en Brexiteers werkte, Cambridge Analytica, zal gezien hebben dat politici hier nog beperkt gebruikmaken van alle technologische mogelijkheden.

Duidelijk is wel dat partijen als Denk en FvD hun achterban vinden via Facebook en andere sociale media, zodat ze direct communiceren met potentiële kiezers. Alle partijen gebruiken deze tools voortaan.

De trend versterkte eerder de zware nederlagen van volkspartijen CDA (in 2010, 2012) en PvdA (in 2017): hun ambitie om op te komen voor uiteenlopende subgroepen, staat op gespannen voet met de mogelijkheid om een partij op één subthema (allochtonen, dieren, etc.) te organiseren.

De VVD leed hier nog amper onder omdat die partij uiteenlopende subgroepen bijeenhoudt met de persoon van de premier. Maar zodra dat niet meer werkt, bijvoorbeeld omdat Rutte vertrekt, kan ook de VVD-achterban uit elkaar vallen in deelgroepen die kiezen voor een partij met één deelbelang (zzp’ers, jongeren, woningbezitters, etc.).

Nieuwe politiek: Facebook, Google en Apple als de vijand van de volkspartij - vooral de VVD.

En het schandaal met Cambridge Analytica laat zien tegen welke enorme technologische mogelijkheden volkspartijen straks moeten opboksen.

Als je persoonsgegevens koppelt aan psychologische profielen (bijvoorbeeld op basis van Facebook-likes) kun je potentiële kiezers aanspreken op angsten die ze zelf nog niet kennen. Angst voor een andere huidskleur, voor andersdenkenden, voor buren, etc.

In feite zijn politieke kandidaten er dan niet meer voor kiezers, maar zijn kiezers een instrument in handen van kandidaten geworden.

Viceonthulde begin vorig jaar al dat Cambridge Analytica zo voor Trump werkte. Vorig weekend onthulden The New York Times en The Guardian dat het databedrijf daarvoor 50 miljoen Facebook-profielen in bezit kreeg, zonder toestemming van de gebruikers.

Het leert dat alle mogelijkheden om steeds kleinere subgroepen politiek te organiseren hier nog amper zijn aangesproken: de echte strijd tussen de volkspartijen en big tech moet nog beginnen.

Maar de kans dat volkspartijen dit winnen lijkt me niet overdreven groot.

In feite dreigt ons politieke landschap dus veel verder te verkruimelen door twee vormen van fragmentatie. De ene is mentaal – zie Denk, FvD. De andere is puur technologisch – via de mogelijkheid steeds kleinere subgroepen politiek te organiseren.

Dus het is nogal naïef te denken dat Denk en FvD de laatste nieuwelingen in het partijenlandschap zullen zijn: er zijn er nog vele moderne afsplitsingen te verwachten.

Vanzelf zal daarom de komende jaren de vraag opkomen of deze fragmentatie is tegen te gaan of af te remmen uit vrees dat de hele partijpolitiek anders in te veel piepkleine deelbelangen uiteenvalt.

Misschien is ingrijpen in de marktvrijheden van big tech een optie, bijvoorbeeld door aanwending van psychologische profielen voor politieke doeleinden te verbieden.

Misschien is nieuwe politieke blokvorming een mogelijkheid, naar analogie van het ‘motorblok’ (VVD, CDA, D66) in de laatste formatie. Als je drie blokken zou vormen, ‘links’, ‘rechts’ en ‘midden’, kun je alle partijen met een deelbelang dwingen te kiezen -omdat ze anders overal buiten vallen.

In elk geval zou het niet slecht zijn als de politiek alvast gaat verkennen welke dilemma’s hier op politiek en burger afkomen.

Want het waren, als je goed keek, nogal interessante lokale verkiezingen – omdat ze voorzichtig lieten zien welke kolossale vragen op ons afkomen.

    • Tom-Jan Meeus