Molenbeek na twee jaar nog niet ‘opgekuist’

Radicalisering Twee jaar na de aanslagen in Brussel gaat het een stuk beter met ‘terroristengemeente’ Molenbeek. Nieuwe scholen, een gerichtere aanpak van radicalisering, een hip café hier en daar. Maar er is nog steeds een lange weg te gaan.

Molenbeek heeft twee gezichten: achterstand, werkloosheid, radicalisering, en ‘het nieuwe Berlijn’. Foto Wouter Van Vooren

Bij Maryam Hedayat in de buurt kent iedereen elkaar. Pinpas vergeten? Dan betaal je je boodschappen toch volgende week. Bij het theehuis op de hoek wordt iedereen met open armen ontvangen. Postcode 1080, gemeente Molenbeek, zorgt elders misschien voor scheve gezichten, maar Hedayat, een 38-jarige visueel kunstenaar, voelt zich hier thuis.

Dit is een gemeente met twee gezichten. Er is het Molenbeek van plastic zakjes, flessen en ander rondslingerend afval, van langs de weg gedumpte meubels. Ingeslagen ruiten, graffiti. Op al maanden braakliggend terrein waait het zand in je gezicht. Soms houdt de stoep plotseling op. Huizen waar te veel mensen in wonen en waar al te lang niets aan onderhoud gedaan is. Telefoonwinkels en theehuizen genoeg, maar geen restaurant waar je romantisch uit eten gaat. Dit is het Molenbeek waar jongens van nog geen tien jaar oud tot ’s avonds laat op straat hangen, bijna elke vrouw een hoofddoek draagt – en waar Parijs-terrorist Salah Abdeslam opgroeide.

Lees meer over Saleh Abdeslam: Salah Abdeslam voor de rechter: wat weten we van hem?

Ertussendoor loopt dat andere Molenbeek. Met gezinswoningen, voortuintjes, rustige straten en parken. Met talloze stichtingen die inwoners enthousiast krijgen voor buurtactiviteiten. Het Molenbeek van het MIMA-museum voor moderne kunst, penthouses en een hotel dat zich in een voormalige brouwerij vestigde. Het Molenbeek waarvan bewoners zeggen dat het er fijn is, dat ze nergens anders zouden willen wonen. Waar veel nationaliteiten en religies samenleven.

Het gaat beter

Over geen enkele Belgische gemeente is de laatste jaren zo veel geschreven als over deze zes vierkante kilometer, op een kwartiertje lopen van het centrum van de Belgische hoofdstad. Klinkt het in sommige media dat in de ‘terroristengemeente’ niets – of te weinig – is veranderd, elders wordt Molenbeek uitgeroepen tot ‘het nieuwe Berlijn’ of ‘Williamsburg twintig jaar geleden’.

Twee jaar nadat Molenbeek onder een vergrootglas kwam te liggen na meerdere aan de buurt gelinkte terreurdaden, ligt de waarheid in het midden. Het gaat beter. De positieve evolutie die voor de aanslagen al voorzichtig in gang was gezet, heeft zich sindsdien versneld. Maar de successen zijn fragiel.

Bij de aanslagen zijn ook mensen omgekomen die ik kende, en ineens wees iedereen naar Molenbeek, terwijl dat helemaal niet het Molenbeek is dat ik ken.

Soumaya

Het meest problematische deel is het zogenaamde Laag-Molenbeek, een wijk die bestaat uit laagbouw met bruingrijs uitgeslagen pleisterwerk. Begin 2015 kwamen daar de eerste signalen binnen, herinnert burgemeester Françoise Schepmans zich. Ze was toen ruim twee jaar burgemeester. In het Waalse Verviers werden bij een anti-terreuractie twee jihadisten doodgeschoten die uit Molenbeek bleken te komen.

Maar het duurde tot eind 2015 voor de omvang van het probleem echt duidelijk werd. Een aanzienlijk deel van de terroristen die op 13 november aanslagen pleegden in Parijs (onder anderen het vermoedelijke brein erachter, Abdelhamid Abaaoud) bleek ervandaan te komen. De enige nog levende van het stel, de in Molenbeek opgegroeide Salah Abdeslam, werd er vier maanden later opgepakt. En bij de aanslagen in Brussel op 22 maart 2016 was opnieuw een van de betrokkenen afkomstig uit Molenbeek.

Lees ook over de aanslagen in Brussel: Dit gebeurde in de laatste dagen voor de aanslag op Zaventem

Molenbeek werd tot broeinest van het kwaad uitgeroepen. Media overspoelden de gemeente en minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon van de Vlaams-nationalistische N-VA riep zelfs op tot „opkuisen” – schoonvegen.

Bij de bewoners kwam dat alles hard binnen. Soumaya (22), aan het werk in een Molenbeekse winkel voor vrouwenkleding, weet nog hoe geschokt ze was dat de gemeente waar ze al haar hele leven woonde plotseling zo negatief in de aandacht stond. Huispakken in felle kleuren hangen om de gehoofddoekte vrouw heen, terwijl ze de prijzen van artikelen naar klanten roept en daarmee de harde hiphop in de zaak probeert te overstemmen. Vanwege haar werkgever wil ze haar achternaam niet in de krant. „Het heeft me heel erg geraakt wat er toen is gebeurd. Bij de aanslagen zijn ook mensen omgekomen die ik kende, en ineens wees iedereen naar Molenbeek, terwijl dat helemaal niet het Molenbeek is dat ik ken.” Ook Hedayat, die toen een jaar in Laag-Molenbeek woonde, herkende in de televisiebeelden haar geliefde gemeente niet. „Ik schrok vooral van hoe media ermee omgingen.”

Bij het bestuur was de schok niet minder groot. Burgemeester Schepmans wist wel dat haar gemeente grote problemen kende, vertelt ze. Maar dat het zó erg zou zijn? „Niemand stelde zich zoiets voor.” Zelfs niet de Molenbeekse deradicaliseringsambtenaar Olivier Vanderhaeghen, al sinds 2014 hoofd van de gemeentelijke afdeling die jongeren op het rechte pad probeert te houden: „We wisten dat zo’n vijftig Molenbekenaars Syriëstrijders waren, maar niet dat sommigen van hen ook terugkwamen en aanslagen planden.”

Hoge werkloosheid

Molenbeek heeft twee gezichten: achterstand, werkloosheid, radicalisering, en ‘het nieuwe Berlijn’. Foto Wouter Van Vooren

Bijna 90 procent van de inwoners van Molenbeek heeft een migratieachtergrond; ruim 40 procent is moslim. Velen van hen hangen een „eenvoudige en conservatieve islam” aan, maar je moet de oorzaak voor de problemen daar niet te veel in zoeken, stelt historicus Hans Vandecandelaere. Hij dompelde zich drie jaar onder in de gemeente en schreef daarna het boek In Molenbeek (Epo, 2017). „Binnen dat conservatisme heb je fracties die neigen naar ultra-orthodoxie. Maar je moet dat scheiden van terreur, want die terroristen waren gewoon criminelen.”

Dat denkt ook bewoonster Soumaya: „Ik ben moslim. Ik bid en ga naar de moskee, net als de rest van mijn familie, maar mijn broers en ik zijn niet geradicaliseerd. Die jongeren die zich hebben laten inpakken, waren gewoon verloren en zwak.”

De enorme focus op Molenbeek was „deels ten onrechte”, vindt Vandecandelaere. Ook uit andere arme Brusselse gemeenten en delen van Antwerpen kwamen Syriëgangers en zeker niet alle aanslagplegers kwamen uit Molenbeek. Toch is het geen geheim dat de gemeente grote problemen heeft. Niet voor niets reisden hier zoveel Syriëgangers af. Een slechte reputatie had de wijk al jaren.

Lees ook: Molenbeek – kroniek van een aangekondigde ramp

Molenbeek, met name Laag-Molenbeek, is arm en de werkloosheid ligt er hoog: ruim 1 op de 4 is werkloos, in sommige wijken 1 op de 3. In de jaren voor de aanslagen liep de werkloosheid onder jongeren (en Molenbeek heeft veel jongeren) zelfs op naar tegen de 50 procent. De gemiddelde bewoner komt rond van net iets meer dan 10.000 euro per jaar.

Volgens deradicaliseringsambtenaar Vanderhaeghen schuilt in die combinatie van factoren een groot deel van het probleem. „Veel jongeren in de wijk wonen met grote families in kleine huizen en gaan op jonge leeftijd zonder enig ouderlijk toezicht tot laat op straat hangen.” Ze komen er in contact met drugshandel en andere criminaliteit. Sommigen grijpen zich, op zoek naar oplossingen voor hun problemen, vast aan de islam en ontwikkelen een zeer streng geloof. Voor rekruteerders zijn ze een makkelijk doelwit, terwijl de overheid juist invloed en grip verliest.

Nu is het rustiger. De camera’s en internationale media strijken alleen nog neer voor uitzonderlijke evenementen: een bezoekje van Geert Wilders, het proces tegen Parijs-terrorist Salah Abdeslam, de herdenking van de aanslagen in Brussel. Maar de gebeurtenissen hebben diepe indruk gemaakt, zag gemeentewerknemer en bewoner Mustafa Er: „Het idee dat er hier ‘niets aan de hand is’, is nu wel echt weg.” Het heeft overheden meer dan ooit gedwongen in te grijpen. En ook in de buurt zelf is de dynamiek veranderd.

Foto Wouter Van Vooren

Minister Jambon lanceerde sinds de aanslagen zijn zogenaamde Kanaalplan, wat onder meer veel lokale politie in Brusselse probleemzones betekende. Het plan „werpt vruchten af”, zo communiceerde hij eind november, en ook burgemeester Schepmans ziet verbetering. Inmiddels weten de autoriteiten veel beter wie waar woont – wat voorheen lastig was door de hoge bevolkingsdichtheid en illegale onderhuur. Ze weten wat iedere stichting doet – sommige bleken jongeren richting radicalisering te duwen. En het aantal controles en huiszoekingen is opgeschroefd, waardoor problemen eerder gesignaleerd kunnen worden.

Ook de gemeente greep in. Al vóór de aanslagen werd meer geïnvesteerd in preventie. De laatste jaren zijn nieuwe scholen geopend, ambtenaren worden beter voorgelicht en het contact tussen gemeente en moskeeën is versterkt. Bij deradicaliseringsambtenaar Vanderhaeghen komen ouders nu vaker langs om zorgen te uiten over hun kinderen, en het contact met de politie over mogelijke probleemgevallen is beter. Dat was ook nodig: het overgrote deel van de geradicaliseerde jongeren begint met kleine delicten. Per individu ontwikkelt Vanderhaeghens afdeling nu een aanpak om te kijken hoe ze kunnen helpen en radicalisering kunnen voorkomen. Sinds juli 2016 zijn er uit Molenbeek geen jongeren meer naar oorlogsgebieden getrokken.

Minstens zo belangrijk voor de buurt zijn de uiterlijke veranderingen. Op het centrale plein in Laag-Molenbeek is een jaar na de aanslagen het hippe pop-upkunstcafé Brass’Art geopend. Ze schenken er alcohol. De clientèle is gemengd. Hedayat ging er onlangs nog naar een expositie over hipsters en moslims. „Het was helemaal vol en er waren mensen met heel verschillende achtergronden.” Oprichtster Sanae Jamaï (36) zag de buurt veranderen sinds de aanslagen. „Er zijn de laatste jaren veel meer van dit soort vernieuwende initiatieven in de wijk waar bewoners actief aan meedoen. Men wil Molenbeek ook echt in een beter daglicht stellen.”

Een nieuwe vestiging van Domino’s pizza in Molenbeek.

Foto Wouter Van Vooren

De grens tussen Molenbeek en Brussel-stad vervaagt en de buurt wordt diverser. Ook die verandering was al voor de aanslagen ingezet, aldus historicus Vandecandelaere, maar versnelde daarna. Hij noemt een smoothiebar met hip terras van drie Marokkaanse Belgen, die op het gemeenteplein is verrezen tussen de stoffenwinkels en theehuizen. Bij sandwichshop Bel’O langs het kanaal verkopen laaggeschoolden en langdurig werklozen zelfgekweekte groenten uit de moestuin, en even verderop is ‘tech-incubator’ Molengeek. Bij café annex coworkingplek Le Phare du Canal zitten freelancers druk te tikken, er vlakbij zijn woningen in aanbouw rondom het nieuwe theater Ras el Hanout. Investeerders tonen interesse: er zijn steeds meer lofts voor rijke middenklassers langs het kanaal te vinden. Ook bewoonster Hedayat merkt die verandering: onlangs nog openden om de hoek een hippe koffiebar en een pizzaketen.

Zelf geeft ze workshops fotografie aan Molenbeekse vrouwen. Ze komen er in groten getale op af, vertelt ze. „Het zijn kleine tekenen dat er verandering op komst is, en ook dat de koopkracht toeneemt.”

Deze veranderingen waren „vijf jaar geleden ondenkbaar”, zegt Vandecandelaere. Maar, constateert de historicus: „Er zijn ook nog bergen aan uitdagingen.” De ‘gentrificatie’ die sommige media gretig uitroepen is nog ver te zoeken. De nieuwe initiatieven kunnen niet verhullen dat een hip café al ruim zes maanden zijn opening aankondigt, het centrum één pinautomaat telt waar op marktdag lange rijen staan en het straatbeeld met vervallen woningen nog altijd bestaat. De werkloosheid is nog altijd dramatisch hoog.

De enige geldautomaat in de buurt. Foto Wouter Van Voore

En radicalisering blijft een risico, waarschuwen experts en overheid. „Er zijn minder jongeren die richting gewelddadige radicalisering opschuiven, aangezien IS de laatste tijd minder succes heeft. Maar er zijn niet per se minder radicale jongeren”, aldus Schepmans. Vanderhaeghen bevestigt: „Een organisatie die nu zou zeggen controle te hebben over de situatie, zou liegen. We moeten heel voorzichtig blijven.” Met name de drugshandel, die voorheen afnam, heeft volgens hem terrein herwonnen. „Gemeente, politie en justitie zouden nog beter moeten samenwerken om preventie, repressie en opvolging bij radicalisering samen te laten gaan. Maar het gaat hier nog altijd om jongeren die ontsnappen aan sociale netwerken en institutionele structuren. Ze zijn van school, hebben geen werk. Ze leven ’s nachts en het enige contact dat ze met de normale wereld hebben is met de politie.”

Twee jaar na de aanslagen noemt Schepmans zichzelf „positief, maar zeker niet al te optimistisch”. „Ik hou van mijn gemeente. Er is veel potentieel. Maar optimaal is het zeker niet. Er is nog een lange weg te gaan.”

Dat denkt ook Hedayat. „Er zou nog veel meer moeten worden geïnvesteerd in het betrekken van lokale bewoners om de sociale cohesie te verhogen. Dat mensen nog meer het gevoel hebben: dit is mijn gemeente.”

    • Anouk van Kampen