Merlijn Doomernik

‘Je leert dat je jezelf slecht moet vinden’

Franca Treur | Schrijver

Het bevindelijk gereformeerde milieu beschreef ze wel, maar over de psychologische consequenties ervan zweeg schrijfster Franca Treur aanvankelijk. „Hoe je het geloof beleeft, hoe je je altijd maar schuldig voelt tegenover God – nee.”

Maandagmiddag, café Bosco, Amsterdam-West. Franca Treur (38) vraagt of ze het gesprek mag opnemen. Ze geeft donderdagavond een lezing in Meliskerke en ze weet nog niet zo goed wat ze daar gaat vertellen. Misschien heeft ze er wat aan.

Meliskerke, waar je vandaan komt.

„Voor het eerst dat ze me daar vragen. Mijn moeder komt ook. ‘Ik heb die avond nog niks anders’, zei ze. De eigenares van De Boekenmolen heeft me uitgenodigd, maar mijn komst is omstreden. Er zijn mensen die vinden dat ze mijn werk en mijn visie op het geloof niet mag promoten.”

En je vader, komt hij?

„Weet ik niet. Hij gaat af en toe wel mee, hoor. Mijn ouders zijn eraan gewend geraakt dat ik voor publiek over het geloof praat, maar het blijft ongemakkelijk voor hen. Al is hun geloof minder zwaar geworden.”

Zijn ze nog lid van de Gereformeerde Gemeente?

„Nee.”

In ‘Hoor nu mijn stem’ onderzoek je via je alter ego Ina wat er gebeurt als je gewoon verzwijgt dat je niet meer gelooft.

„Om de vrede te bewaren, ja, en het familiegevoel niet aan te tasten. Maar je moet dan wel verhullen wie je bent, dat is het dilemma. Als ik naar mijn oma ga en ik trek een broek aan, voelt zij nog eens extra hoe verkeerd het met mij gaat. Aan de andere kant wil ik wel staan voor wie ik nu ben.”

Mijn ouders zijn eraan gewend geraakt dat ik voor publiek over het geloof praat, maar het blijft ongemakkelijk voor hen

Dus trek je die broek aan?

„Nee. Ik hoef het haar niet meer in te wrijven.”

En als je naar je ouders gaat?

„Zij hebben er geen moeite mee als ik een broek draag. Vroeger wel, maar dat is veranderd.”

Voelen ze zich verantwoordelijk voor jouw afvalligheid?

„Ze moeten me waarschuwen voor de consequenties, en dat doen ze, anders dragen ze schuld. Mijn oma doet het ook.”

Zij kunnen er niets aan doen dat God je heeft laten vallen.

„Zij zullen God de schuld niet geven. Een dominee in het Reformatorisch Dagblad deed dat onlangs bijna wel. Hij citeerde uit de eerste brief van Johannes. ‘Zij zijn uit ons uitgegaan, maar zij waren uit ons niet; want indien zij uit ons geweest waren, zo zouden zij met ons gebleven zijn’.”

Hij bedoelde dat je altijd al een rotte appel was?

„Zo ziet hij het. Hij vond dat het Reformatorisch Dagblad er verkeerd aan had gedaan mij een podium te geven. Ik had een opiniestuk geschreven over het verwijt dat ik een leeg leven leid en dat mijn boeken leeg zijn. ‘De leegheid spat van de pagina’s.’ Ik was bij Pauw te gast geweest en refo’s kijken tegenwoordig ook televisie, via internet, en daar word ik dan mee geïdentificeerd. ‘Dat is nou haar wereld, daar kom je terecht als je niet meer gelooft’.”

Zij hebben er geen moeite mee als ik een broek draag. Vroeger wel, maar dat is veranderd

Hoe verweer je je daartegen?

„Ik ben me gaan verdiepen in de geschiedenis van dat verwijt, en ik kwam terecht bij de Duitse romantici. Bij de opkomst van het kapitalisme werd gezegd dat mensen niet meer werkten omdat het een goddelijke opdracht was, maar om geld te verdienen en daarmee nog meer geld te verdienen. Dat werd de leegheid waar de westerse wereld aan lijdt. IS heeft die gedachte ook omarmd. ‘Wij willen nog sterven voor onze idealen, jullie hebben Coca-Cola’.”

En wat breng je daar tegenin?

„Dat je het zelf bent die je leven zin geeft en dat het ’m zit in de verbinding met andere mensen, met de wereld waarin je leeft. Kerkverlaters voelen zich trouwens vaak erg schuldig over hun verraad – zo voelt het – aan de groep. Ze geloven niet meer, maar dat betekent niet dat ze hun familie willen verlaten. In mijn geval is het eigenlijk nog heel goed gegaan. Mijn ouders vinden familiebanden belangrijker dan dogma’s. Maar vaak is dat helemaal niet zo.”

Doet het pijn als een dominee zegt dat je er nooit bij hebt gehoord?

„Het is eerder schaamte. Jouw toestand, jouw vermeende leegte is onderwerp van gesprek. Mensen die ik ken lezen dat.”

Je ouders lezen het.

„Die hebben geen Reformatorisch Dagblad meer.”

Mijn ouders vinden familiebanden belangrijker dan dogma’s. Maar vaak is dat helemaal niet zo

In ‘Hoor nu mijn stem’ beschrijf je hoe Ina haar geloof beleeft en het uiteindelijk verliest.

„En wat de psychologische effecten van de bevindelijke gereformeerde theologie zijn. Het vreselijke onderscheid dat gemaakt wordt tussen gewone gelovigen, negentig procent van de kerkgangers, en de ware gelovigen, de bekeerden. Gewone gelovigen belanden ondanks hun trouwe kerkgang in de hel. Wat doet het met je als je als kind al leert dat je jezelf slecht moet vinden? In Dorsvloer vol confetti durfde ik daar nog niet aan. In lezingen vertelde ik wel over de reformatorische wereld, hoe die werkt. Maar hoe je het geloof beleeft, hoe je je altijd maar schuldig voelt tegenover God – nee. Sowieso is je relatie met God iets waar je in de refowereld niet over praat. Je moet al snel prijsgeven of die relatie er is en of God in jou al begonnen is. Er hangt zoveel vanaf dat het voor een onbekeerde taboe is om er iets over te zeggen.”

Ga je nog vaak naar Zeeland?

„Ik kom er net weer vandaan. Mijn opa was overleden. Hij werd begraven en ik was weer in de kerk.”

Voelt dat veilig en vertrouwd?

„Hoe zou dat kunnen als er zo op wordt gehamerd dat wij ook eens voor die Rechterstoel moeten komen? Veel mensen zullen het oneens met me zijn, ‘God is vol van genade’, maar ik vind het genadeloos als je mensen bij voorbaat verwerpt en het is hun eigen schuld en ze hebben geen enkele kans om het goed te maken. Ze moeten wel blijven bidden en roepen om gered te worden, maar het zal nooit effect hebben, behalve als je voor je geboorte al uitverkoren bent en dat zijn er maar heel weinig. Dat is toch geen veiligheid?”

Is de God van je ouders nu wel liefdevol?

„Ja. Maar voor mij werkt dat niet. God was altijd een objectieve Waarheid en om dan te zeggen: die God wil ik niet, maar een iets vriendelijkere variant wel, dat is voor mij het bewijs dat alles wat mensen over Hem zeggen door mensen zelf is bedacht.”

Zeg je dat ook tegen je ouders?

„Ja. Dat is wel nieuw, hoor, dat ik er met hen over praat. En eigenlijk is het heel leuk. Het is begonnen na Dorsvloer vol confetti. In mijn studententijd, ik had me al losgemaakt, probeerde ik het onderwerp nog te vermijden, want ik ging er vaak bij huilen en ik wist niet waarom. ‘Waarom huil je?’, zei mijn moeder dan. Nu snap ik het wel. Het was het verlies van een thuisgevoel waar ik nog geen alternatief voor had.”

Ben je nu beter af?

„Ik denk het wel. Ik heb er geen spijt van, nee. Het is fijner om met een open blik naar alles te kijken en dat niet alles al bepaald is. Ik voel me bevrijd van de angst om in mijn slaap dood te gaan en plotseling voor de Rechterstoel van God te moeten verschijnen. Ik ben los van het idee dat ik door en door zondig en slecht ben.”

En die harde blik waarmee je altijd naar jezelf gekeken hebt, is die weg?

Ze aarzelt. „In relaties werkt die nog wel door. Als iemand me leuk vindt, denk ik al snel: die vergist zich, want ik bén niet leuk, en daar zal hij nog wel achterkomen. Dat is wel te herleiden tot dat enorme zondebesef.”

Heb je nu een relatie?

„Ja. Geen kinderen, nee. Maar dat wil ik graag zien als een positieve keuze, geen gevolg van een trauma. Ik ga er niet van uit dat ik een trauma heb. Ik zal niet zeggen dat ik gemakkelijk leef, maar er zijn toch wel heel veel momenten waarop ik geniet.”

Heeft het schrijven van ‘Hoor nu mijn stem’ je geholpen?

„Analyseren geeft je grip op je eigen geschiedenis. En ik zie nu ook dat het een manier is geweest om verantwoording af te leggen voor mijn keuzes.”

Lees ook de boekrecensie van ‘Hoor nu mijn stem’: vier ballen.

Moet dat dan?

„Ik houd ook lezingen voor een christelijk publiek en voor hen moet ik me continu verantwoorden.” Ze lacht. „Hoor nu mijn stem is ook een poging om begrip en liefde te krijgen van degenen die ik verlaten heb. Ik krijg genoeg complimenten, maar uiteindelijk wil je die horen van de mensen met wie je bent opgegroeid.”

Hoor je die van je ouders?

„Mijn moeder heeft het boek gelezen en ze zei dat ik goed kan schrijven. Dat heb ik wel onthouden.”

Een echte breuk met waar je vandaan komt zou misschien gemakkelijker zijn geweest.

„Maar dat wil ik niet en ik wil het niet belachelijk maken, al schrijf ik er denk ik wel met humor over. Ik zie ook de voordelen van die leefwereld, bijvoorbeeld voor mijn oma. Die zou doodongelukkig zijn als ze op een ochtend wakker zou worden en de reformatorische wereld zou verdwenen zijn. Ze zou geen oriëntatie en geen status meer hebben.”

Is ze bekeerd?

„Ergens na haar veertigste, ik was nog niet geboren. Dat is heel fijn voor haar.”

Mijn moeder heeft het boek gelezen en ze zei dat ik goed kan schrijven

Heb je tante Ma in ‘Hoor nu mijn stem’ naar haar gemodelleerd?

„Als type, ja. Maar haar bekeringsverhaal, met dat strijkijzer dat brandplekken achterlaat, dat heb ik verzonnen.”

En tante Sjaan, de zus van tante Ma? Zij is niet bekeerd.

„Daar ken ik er ook veel van. Zo tragisch, zo bang. Altijd het gevoel dat je al met één been in de hel staat. En daar dan toch niet over kunnen praten. Als ik gebleven was, zou ik dat ook hebben gehad. Je denkt: het zou wel heel toevallig zijn als ik er in mijn leven nog door God wordt uitgepikt.”

Je moet er een vorm van hoogmoed voor bezitten.

„Het gaat vaak gepaard met lijden, hè. Mensen die veel te verduren krijgen, voelen zich uitverkoren in hun leed. Ze kunnen er zichzelf een status mee aanmeten. Het is iets subjectiefs, zo’n bekering, niemand kan het controleren. Maar je kunt in de preken van de nadere reformatoren nalezen wat de vereiste stappen zijn in het proces van wedergeboorte en met een beetje creativiteit kun je daar wel een voor de ouderlingen aanvaardbaar verhaal van maken.”

Het zou best wat voor jou geweest zijn.

„Als kind ging ik er wel voor. Ik interpreteerde onbestemde gevoelens gretig als ingrijpen van Hogerhand, want ik was als de dood voor de hel. Maar op een gegeven moment had ik verkeerde dingen gedaan en daardoor dacht ik: het gaat niet meer gebeuren.”

Wat voor verkeerde dingen?

„Geld gestolen om snoep te kopen. Wij hadden nooit snoep in huis, daar was mijn moeder tegen, en toen heb ik geld gestolen. Een tientje dacht ik, maar bij de kassa bleek het honderd gulden te zijn. De caissière zei: ‘’k Dienke da-je steelt, hoor’.”

Het gaat vaak gepaard met lijden, hè

En toen?

„Ben ik de winkel uit gerend en ik heb het geld teruggestopt. Maar de zonde was al begaan. Ik heb daar verschrikkelijk mee gezeten.”

Kwamen je ouders erachter?

„Mijn moeder had het gehoord van iemand die erbij was geweest en ze zei tegen mij: ‘Ik heb zo’n raar verhaal gehoord.’ Ik durfde het niet toe te geven, en dat maakte het zo erg, want onbeleden zonden zijn onvergeven zonden. Dit is de eerste keer dat ik dit verhaal vertel. Mijn moeder gaat in de krant lezen dat ik dat geld inderdaad gestolen had.”

Wat weerhield je?

„Bang voor straf. Bang dat ze me slecht zou vinden. In de kerk werd elk jaar een keer over het achtste gebod gepreekt” – ‘gij zult niet stelen’ – „en dan bleef ik in bed liggen, zogenaamd ziek. Helaas trapten mijn ouders er niet in.”

Ben je net als Ina gaan tellen: vierhonderd doden per dag, alleen al in Nederland, onmogelijk dat die allemaal voor de Rechterstoel verschijnen?

„De hele film van je leven wordt afgespeeld en God heeft dan wel een andere tijdsrekening, ‘duizend jaren zijn als een dag’, maar een mens toch niet. Dus, ja, ik dacht op een gegeven moment: óf ze spelen die film supersnel af, waardoor het publiek misschien net de scène mist waarin je op je negende geld steelt, óf, ja, wat eigenlijk? En toen dacht ik: die film is er gewoon niet. Misschien is er zelfs geen oordeel.”

Donderdagavond, een boerenschuur in Meliskerke. Zeker honderdtwintig mensen luisteren op klapstoeltjes naar Franca Treurs verhaal en daarna kunnen er vragen worden gesteld. Zijn ze boos? Lezen ze haar de les? Nee. Er is begrip en er is mededogen, vooral mededogen. Zo jammer dat deze Zeeuwse boerendochter in angst is opgegroeid, nergens voor nodig. God is liefdevoller dan zij denkt, en dat zo weinigen zijn uitverkoren en zo velen verworpen, daar zijn de mensen hier in dit met landbouwplastic afgescheiden zaaltje lang niet allemaal meer van overtuigd. Franca, Franca, je weet toch dat je altijd mag terugkeren?