Iedereen kijkt naar Klaver en Kuzu

Haagse pikorde

De raadsverkiezingen beïnvloeden het gezag van partijleiders in Den Haag. Wat is de nieuwe pikorde na afgelopen woensdag?

Illustratie Hajo

Bij het aantreden van zijn derde kabinet, in oktober vorig jaar, zoemde het rond: wanneer wordt Mark Rutte sleets? Woensdag bleek hij politiek nog springlevend te zijn. Zijn partij presteerde iets wat in twee decennia niet meer is voorgekomen: als grootste regeringspartij lokale verkiezingen winnen. De VVD bleek immuun voor de populistische concurrentie ter rechterzijde, PVV en Forum voor Democratie. Of dat te danken was aan Ruttes intensieve bemoeienis met de campagne valt lastig te zeggen. Maar zijn coalitiepartners weten nu dat Rutte nog altijd ver uittorent boven iedereen in Den Haag en dat ze zijn derde kabinet beter even rustig kunnen laten zitten.

Over de datum?

Na negen verkiezingszeges op rij moest Alexander Pechtold een keer verliezen – en dat gebeurde woensdag. Getalsmatig viel het mee: D66 bleef in grootte de derde landelijke partij. Toch is het verlies in steden als Amsterdam en Utrecht een gevoelige tik. Aan het Binnenhof versterkt de uitslag het gesmoes over Pechtold, die zijn partij al sinds 2006 aanvoert: blijft hij tot het einde van dit kabinet? Op verkiezingsavond bleek dat D66 niet bepaald de gunfactor heeft: bij diverse partijen steeg gejuich op toen het D66-verlies in beeld kwam.

Hetzelfde geldt voor Geert Wilders. Ondanks veel ronkende retoriek vooraf wist de PVV woensdag in geen enkele gemeente écht door te breken. In Rotterdam behaalde de partij welgeteld één zetel. De schrik van het Binnenhof is Wilders al geruime tijd niet meer, in peilingen stappen zijn kiezers over naar Forum van Democratie. Zijn politieke tegenstanders zeggen nu: de neergang van de PVV is definitief ingezet.

Belofte (nog) niet ingelost

Het leek zo’n slimme zet: afgelopen december nam Lilian Marijnissen het SP-leiderschap over van Emile Roemer, wiens politieke carrière bij deze raadsverkiezingen onherroepelijk op zijn einde leek af te steven. Maar ondanks een conservatievere koers op integratie en immigratie en prima campagne-optredens liep Marijnissen woensdag tegen een lelijke nederlaag op. Ze reageerde zoals alle SP-leiders in de afgelopen acht jaar na een electorale zeperd: „Er is werk aan de winkel.” De socialisten gaan ervan uit dat Marijnissen deze nederlaag snel van zich kan laten afglijden omdat ze pas net komt kijken. Maar binnen het linkse blok in de Tweede Kamer kan ze na deze week minder vanzelfsprekend een leidende rol opeisen.

Een andere nieuwkomer, Thierry Baudet (FvD), lijkt zijn momentum even te hebben verloren door intern gerommel en het uitblijven van een échte klapper in Amsterdam. In de Tweede Kamer liggen andere leiders niet wakker van een debat met hem, maar Baudet weet dat hij zijn (virtuele) zetels elders verkrijgt: in de traditionele en sociale media.

Lees ook deze reconstructie van de richtingenstrijd bij FvD: Gedonder en gedoe bij de ‘partij van de liefde’

Luidruchtige stijgers

Jesse Klaver (GroenLinks) trok de campagne slim naar zich toe. Middenin de politieke storm over de ING-loonsverhoging kwam hij met een ‘spoedwet’ (bestaat niet). Bij het slotdebat haalde hij ongegeneerd de dividendbelasting van stal. En hoewel de uitslag voor zijn partij niet zo goed was als vorig jaar, plakte Klaver er meteen het etiket ‘historisch’ op. Als GroenLinks de winst ook weet te verzilveren met wethouders in grote steden, zal Klavers positie aan het Binnenhof sterker worden. En misschien, zo hopen ze bij GroenLinks, houden de andere partijen dan eens op Klaver te verwijten dat hij vorig jaar is ‘weggelopen’ bij de formatie.

Lees ook: In de hoofdstad is GroenLinks op z’n linkst

Tunahan Kuzu bewees deze week dat zijn partij Denk een blijvertje is: ook lokaal kreeg hij zijn achterban naar de stembus. „Groepen eisen hun plek op”, zei Kuzu woensdag. Zelf zal hij dat in de Tweede Kamer nu nóg luidruchtiger gaan doen.

Stille stijgers (en blijvers)

Voor de vierde keer op rij kreeg het CDA minder stemmen bij de raadsverkiezingen – niet zo best voor een partij die sterk leunt op de regio. Maar Sybrand Buma kan wel claimen dat het CDA, en niet de VVD, de grootste landelijke partij is geworden. En zijn partij is, net als de ChristenUnie van Gert-Jan Segers, electoraal overeind gebleven als kleinere coalitiepartner van Mark Rutte – iets wat geen enkele partij in de afgelopen acht jaar lukte. Al met al blijft het CDA behoorlijk in de luwte – en dat is niet ongunstig voor Buma. Hij weet dat het echte moment van de waarheid komt bij de volgende Tweede Kamerverkiezingen: dan wil het CDA de VVD onttronen als grootste partij.

Een stille stijger is ook Marianne Thieme (Partij voor de Dieren), die haar verbluffend goede resultaat van vorig jaar nu ook weet te vertalen naar een aantal gemeenten.

    • Thijs Niemantsverdriet