Opinie

    • Jeroen Geurts

Het MS-brein geeft zijn geheimen nog niet prijs

Jeroen Geurts zoekt al zo lang naar de oorzaak van multipele sclerose. Is dit wel de goede weg? begint hij zich af te vragen. Wat als hij faalt?

Mijn hoofd zit vol van twintig nanometer brein. Twintig miljoenste van een millimeter. Daar ben ik op ingezoomd hier in Calgary, Canada. In 2012 kwam ik voor het eerst naar de University of Calgary en bekeek ik met grote ogen de fantastische microscopie-faciliteiten die hier aanwezig zijn. Ik werk veel met hersenweefsel, maar heb in Amsterdam niet de mogelijkheden om het zo mooi in beeld te brengen. Sinds dat eerste bezoek vlieg ik elk jaar terug en werk met mijn team aan de vraag: ‘wat veroorzaakt multipele sclerose?’ Zo ook nu.

Ik heb een wat ‘dwarse hypothese’ over die oorzaak. Daar heb ik hier al eens over geschreven. Doorgaans kijkt men naar het immuunsysteem voor het ontstaan van MS, maar wij kijken naar het zenuwstelsel zelf. Volgens ons gaat het mis op de overgang tussen zenuwuitlopers (axonen) en hun isolatielaag (myeline). Het immuunsysteem reageert daar pas veel later op, als de ziekte al volop door het zenuwstelsel raast. Nadat immuuncellen zich gaan roeren en er overal in de hersenen en het ruggenmerg littekens ontstaan, wordt de invaliderende zenuwziekte herkend. We zien de littekens dan op hersenscans verschijnen en de diagnose kan worden gesteld. Maar al jaren vóórdat de diagnose er is, zijn mensen met MS moe, somber en lusteloos. Tevergeefs dolen ze in het zorgcircuit rond, op zoek naar een verklaring voor hun klachten. Ik denk dat juist die vroege klachten te wijten zijn aan het haperen van die minuscule overgang tussen axonen en hun myeline.

Terwijl de sneeuw ons elke dag verder ingraaft en de wind buiten guur en ijzig waait, ontvouwt er zich een fascinerend drama op mijn scherm. Een stukje hersenweefsel van een overleden persoon met MS vertoont vervaarlijk opgezwollen zenuwvezels. De zwellingen hebben alle kleuren van de regenboog: rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo, violet. Op het scherm ernaast is het een oase van rust. Geen felle kleuren, maar een rustig, evenwichtig donkerblauw. Dat is de ‘controle’, een gezond stukje hersenweefsel van een persoon zónder MS. We hebben een kleurstof gebruikt om het weefsel te bewerken, zodat de microscoop nu de chemische opmaak van myeline reflecteert.

Gezond is een myelinelaag die vooral bestaat uit vetzuren met ongelijke ladingen. Die vetzuren zijn ‘polair’. Ongezond is het wanneer myeline meer apolair wordt. De normale chemische huishouding is dan veranderd. We vermoeden dat de communicatie tussen het axon en het apolair geworden myeline slecht werkt. Die communicatie is overigens ook weer chemisch van aard, met allerlei signaalstofjes die over en weer vliegen. Signaalstoffen binden aan receptoren, een soort docking stations, en geven zo informatie door. Als die communicatie verstoord is en axon en myeline ‘begrijpen’ elkaar niet meer goed, dan bladdert het myeline af, als verf van de muur. Het axon kan dan geen zenuwimpulsen meer geleiden en er ontstaan allerlei neurologische symptomen. Van moeheid tot verlamming tot gevoelsstoornissen. Als er genoeg myeline in de rondte ligt, wordt het uiteindelijk opgeruimd door ontstekingscellen. Dan zijn de poppen pas echt aan het dansen, want daarmee raken de hersenen en het ruggenmerg onherstelbaar beschadigd en beginnen zenuwcellen af te sterven. Althans, dat is de theorie. We moeten nog allerlei onderdelen van die theorie bewijzen.

Ik staar en staar naar beeld na beeld. Ik zoom in en uit. Vergelijk MS met controles. Regenboog versus donkerblauw. Ik zet kanalen aan en uit. Ik probeer me voor te stellen wat er gebeurt in die olieachtige microlaagjes van het brein. Waar begint de cascade die tot ziekte leidt? Welk experiment moet ik doen om daar zeker van te worden?

Mijn onderzoekers kibbelen zachtjes op de achtergrond. De een wil snel meer samples meten, de ander wil eerst beter snappen wat er in deze te zien is. Ik heb respect voor ze. Hun toewijding, hun geduld. Maar zelf voel ik de onrust groeien. We zijn al zo lang aan het zoeken. Is dit wel de goede weg? Er zitten nog veel aannames in de theorie. Voor een deel van het verhaal wéét ik nog niet eens hoe ik bewijs moet vinden. De biologie is grillig. Nooit is een resultaat eens een keer honderd procent waar of onwaar. Een test positief of negatief. Het MS-brein geeft zijn geheimen nog niet prijs.

Het is al laat. We rijden naar huis. In Calgary huren we altijd een huisje; net echt, zo tussen de Canadezen in suburbia. Moe van de dag maken we een hapje eten en kijken naar The Crown op tv. Mijn gedachten laten me niet los. Ik baal dat ik het niet sneller snap. Wat als ik het niet kan oplossen; wat als ik faal? Op tv spreekt Churchill met Queen Elizabeth. Churchill, die ooit zei: success is not final, failure is not fatal, it is the courage to continue that counts. Ik mompel: ‘wijze man die Winston’, pak mijn laptop en ga terug aan de slag.

Jeroen Geurts is hoogleraar translationele neurowetenschappen aan het VU medisch centrum in Amsterdam.
    • Jeroen Geurts