Herkent een hond echt zijn eigen ras?

Een chihuahua kan maatjes worden met een herder, maar herkent-ie ook soortgenoten? Wekelijks zoekt de redactie wetenschap het antwoord op een veelgestelde vraag. Ook een vraag? durftevragen@nrc.nl

Voor veel baasjes staat het als een paal boven water: hun honden spelen buiten het liefst met honden van hetzelfde ras. Een herder stuift meteen op een andere herder af, een collie stoeit eindeloos met een andere collie, ook als er genoeg andere honden zijn. Herkennen honden echt hun eigen ras, vroeg een lezer zich af – en hoe dan?

In de wetenschappelijke literatuur is daar niets over te vinden. Er is maar één studie die een beetje in de buurt komt, van de Franse gedragsbioloog Dominique Autier-Dérian (Animal Cognition, 2013). Hij testte met plaatjes op computerschermen of honden andere honden kunnen onderscheiden van bijvoorbeeld katten, schapen en mensen. Dat konden ze: ze pikten feilloos hun soortgenoten eruit, of dat nu chihuahuas waren of Duitse herders.

„Of ze de verschillende rassen ook kunnen onderscheiden, is voor zover ik weet niet onderzocht”, mailt Autier-Dérian desgevraagd. „Maar ik kan het me goed voorstellen. Als zelfs koeien dat kunnen…” Hij verwijst naar een studie waarin koeien leerden een plaatje van een specifieke koe te selecteren uit een rijtje andere koeienplaatjes (PLoS One, 2009). Dat lukte de koeien aanmerkelijk beter bij hun eigen ras. Daaruit concludeert Autier-Dérian dat koeien een onderscheid maken tussen rassen.

Grote hondenrassen

Veel forums op internet behandelen dit onderwerp. Een lezer merkt op dat herkenning vooral plaatsvindt tussen grote hondenrassen die nog relatief veel op wolven lijken, zoals herders, husky’s en ook collies en labradors. Kleinere, verder doorgefokte rassen zoals teckels, boxers en chihuahua’s zouden minder gezichtsuitdrukkingen en andere lichaamstaal vertonen en daarom minder snel een klik met elkaar hebben. Dat is wel onderzocht (Animal Behaviour, 1997). Deze ‘pedomorfe’ rassen (met een kinderlijke vorm: grote ogen, ronde gezichtjes) bleken inderdaad veel minder lichaamstaal te gebruiken dan grote rassen. De poppige Cavalier King Charles-spaniels kennen bijvoorbeeld maar twee manieren om hun sociale status te tonen, husky’s wel vijftien, aldus deze studie. Dan is het niet gek dat een husky zich op het strand sneller aangetrokken voelt tot een andere grote hond.

Maar per se een husky? Wellicht, denkt Ton Groothuis, hoogleraar diergedrag aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij heeft hier geen onderzoek naar gedaan, maar weet wel dit: „Bij veel diersoorten vindt in de vroege periode een inprentingsproces plaats waarbij ze soortgenoten leren herkennen. Inprenting is het beste bekend op basis van visuele kenmerken, maar geur kan ook een rol spelen.”

Ook Ulrike Meder, eigenaar van DogRelate, een praktijk voor hondengedragstherapie, noemt die vroege inprenting. Zij spreekt van een ‘socialisatiefase’, zo tussen 8 en 12 weken. „Dan maken de hondenhersenen de snelste ontwikkeling door”, zegt ze, „en leren puppy’s de meeste sociale signalen herkennen. Als ze opgroeien met alleen maar rasgenoten, dan zal dat dus hun referentie zijn.” Ook ervaringen met andere honden bepalen hun verdere voorkeur, benadrukt ze. „Je hond kan dus na een aanvaring een hekel houden aan zwarte honden.”

Daarnaast heeft elke hond een eigen persoonlijkheid, aldus Meder. „Die is onafhankelijk van ras. Daarom kan een chihuahua best heel goed klikken met een herder. Het is dus niet zwart-wit. Hoe is je hond opgegroeid, daar gaat het om.”

En dan nog dit: „Een hond is ook heel gevoelig voor de energie van de eigenaar. Veel baasjes reageren enthousiast op andere honden van hetzelfde ras, en op hun baasjes. En ze vinden het leuk als hun hond het eigen ras eruit pikt. Honden voelen dat haarfijn aan.”

    • Nienke Beintema