GroenLinks is niet veel verder dan het vorig jaar was

Verkiezingsuitslag

De partij van Jesse Klaver vierde woensdag feest, maar de uitslag is minder mooi dan gehoopt. Massaal meebesturen wordt best lastig.

Foto Clemens Bilan / EPA

Een „historische avond” was het voor GroenLinks – alweer. Net als vorig jaar na de Tweede Kamerverkiezingen kon de partij van Jesse Klaver woensdag uitbundig feest vieren – en opnieuw deden ze dat in Amsterdam.

GroenLinks behoort tot de grote winnaars van de gemeenteraadsverkiezingen. Net als de lokale partijen en enkele jonge landelijke partijen die voor het eerst aan de lokale verkiezingen meededen (Denk, Forum voor Democratie).

Het is de grootste partij geworden in zeker vijftien gemeenten, waaronder hoofdstad Amsterdam. GroenLinks veroverde, nog altijd op basis van de voorlopige uitslag, in 230 gemeenten 517 zetels. Een sprong van bijna 70 procent ten opzichte van de 305 zetels vier jaar geleden.

Toch waren de woorden van partijleider Jesse Klaver woensdagavond iets minder ronkend dan in zijn toespraak eind februari op het partijcongres in Rotterdam. Vol vertrouwen formuleerde hij toen de ambitie voor deze gemeenteraadsverkiezingen. „We gaan Nederland veranderen. Dorp voor dorp. Stad voor stad. Gemeente voor gemeente.” Concrete voorspelling: GroenLinks zal in wel honderd gemeenten gaan meebesturen, inclusief de vier grote steden – dus óók in Rotterdam. „Ik voel dat het kan”, sprak hij optimistisch. Nu, een maand later, was Klaver minder stellig. Hij herhaalde weliswaar de verkiezingsslogan dat zijn partij „het land gaat veranderen”, maar zijn uiteindelijke oordeel over de uitslag luidde: „We zijn er nog niet.”

Die relativering is terecht, want de zege in de gemeenteraadsverkiezingen is in meerdere opzichten minder groot dan feestfoto’s en -filmpjes doen vermoeden.

Wie wat beter naar de resultaten kijkt, ziet dat GroenLinks niet heel veel verder is gekomen na de overwinning vorig jaar. Toen behaalde de partij de „beste uitslag ooit”, met veertien zetels in de Tweede Kamer. De partijleiding had tot doel gesteld om dat niveau vast te houden, zowel dit jaar als volgend jaar voor de Provinciale Statenverkiezingen. Dat is nu niet helemaal gelukt: percentueel gezien kreeg GroenLinks minder stemmen dan vorig jaar: 8,5 procent in plaats van 9,1. Verzachtende omstandigheid: bij de Tweede Kamerverkiezingen is er geen concurrentie van lokale partijen.

GroenLinks blijft daarmee de vijfde partij van het land. In de metafoor van D66-leider Pechtold: geen podiumplaats.

Ten opzichte van de gemeenteraadsverkiezingen van 2014 groeide GroenLinks met 3,4 procentpunt (van 5,1 procent naar 8,5 procent). Indrukwekkend, maar die winst is minder groot dan het verlies van de twee andere grote partijen op links, SP en PvdA, en van D66. Met andere woorden: GroenLinks heeft niet volledig kunnen profiteren van de val van deze drie voornaamste electorale concurrenten.

Door de verdere opmars van lokale partijen en de winst van regeringspartij VVD wordt meebesturen op de schaal die Klaver in het hoofd had sowieso een lastige missie. Allereerst – maar dat geldt voor alle partijen met bestuursambities – zullen door de verdere versnippering van het politieke landschap veel gemeentelijke colleges uit meer dan de gebruikelijke drie of vier partijen moeten gaan bestaan. Dat maakt het formeren ervan ingewikkelder en zal de bereidheid tot het sluiten van pijnlijke compromissen noodzakelijker maken.

Niet de initiatiefnemer

In Amsterdam is de winnende lijsttrekker Rutger Groot Wassink voortvarend aan de slag gegaan door nog op de verkiezingsavond de informateur te benoemen – partijgenoot Maarten van Poelgeest. Dat is het voorrecht van de grootste fractie in de nieuwe gemeenteraad. Maar in het overgrote deel van de gemeenten – 320 – is GroenLinks niet de initiatiefnemer in de collegevorming. En kan het dus geen stempel drukken op het proces en de agenda.

In gemeenten waar GroenLinks als minderheidspartner gaat meebesturen is het niet gezegd dat men de grote stappen kan gaan zetten die men graag wil maken. Lokaal voerde de lokale afdelingen campagne met vergaande beleidsveranderingen: van autoluwe binnensteden tot de bouw van duizenden sociale woningen, van het verplicht energieneutraal maken van alle nieuwbouw tot het verbieden van bio-industrie binnen de gemeentegrenzen. GroenLinks zal in veel gemeenten waar winst is behaald vaak D66 nodig hebben om een nog enigszins progressieve agenda te kunnen uitvoeren.

De vraag is of D66 dat wil. In een van de laatste verkiezingsbijeenkomsten noemde Jesse Klaver D66 cynisch een partij „met afwijking naar rechts”. Hij verwees naar de voor veel GroenLinksers teleurstellend verlopen kabinetsformatie van vorig jaar. Klaver kreeg in zijn ogen te weinig steun van D66, waarna het ‘motorblok’ voor de conservatievere ChristenUnie koos.

Het is niet ondenkbaar dat in veel gemeenten de komende tijd een vergelijkbaar scenario voordoet. Kijk naar Amersfoort. Daar zijn twintig raadszetels nodig voor een meerderheidscollege. Het linkse blok heeft slechts elf zetels. VVD, CDA, D66 en GroenLinks hebben er elk zes.

Als die combinatie mislukt – Klaver zal er niet rouwig om zijn – kan de plaatselijke ChristenUnie met vier zetels inspringen.

    • Philip de Witt Wijnen