Opinie

    • Caroline de Gruyter

Facebook gaat over macht, niet over privacy

Veel Europeanen zijn deze week van Facebook afgegaan. Velen denken dat hun persoonlijke gegevens dan veiliger zijn, en dat hun privacy dan niet meer wordt geschonden door bedrijven of politieke groeperingen die er hun voordeel mee doen.

Dream on. De verontwaardiging van de Europeanen is helemaal terecht – maar de consternatie over Facebook gaat niet over privacy. Ze gaat over macht. Op datagebied hebben maar twee landen echt macht: de VS en China. Zij hebben begrepen dat degene die wereldwijd de meeste data weet te verzamelen, de race om de mondiale hegemonie kan winnen. In dit machtsspel zijn Google, Facebook of Amazon de belangrijkste vehikels – zoals je een boor gebruikt om olie te winnen. Al jaren is het hoofdstuk ‘data’ het meest cruciale deel van handelsakkoorden die de VS met derde landen of (tot voor kort) regio’s afsluiten. Aan deze geopolitieke titanenstrijd doet Europa niet mee. Dát is ons ware probleem. Het enige echte antwoord dat wij Europeanen kunnen formuleren op de constante schendingen van onze dataprivacy is dat we zélf sociale media en zoekmachines gaan ontwikkelen.

Data zijn wat olie vroeger was: dé grondstof waar moderne economieën op draaien. Defensiesystemen, politieke planning, de hele inrichting van het openbare leven – niets kan meer zonder data. In Franse supermarkten vragen ze zelfs naar je postcode. Wie data heeft, zet de wereld naar zijn hand. De VS en China zetten zoekmachines en sociale media strategisch in, zoals ze legers inzetten. Het marktaandeel van Google in China daalde in 2017 naar 3,7 procent: China heeft eigen zoekmachines gemaakt om te zorgen dat Amerika geen controle krijgt over Chinese burgers (nu doet de Chinese staat het). Ook met restrictieve wetten probeert China de Amerikanen te weren. Maar in een land als Spanje bedroeg Google’s marktaandeel in oktober 2017 maar liefst 92 procent. In Italië was het 91 procent, in Frankrijk 87 en in Duitsland 86. En van alle social media die Europeanen in februari 2018 gebruikten, nam Facebook 72 procent in beslag. Heel in de verte volgen Pinterest met 15 procent, en Twitter en YouTube met nog minder. Conclusie: zolang wij nauwelijks Europese sociale media en zoekmachines hebben, moeten we niet verbaasd zijn dat de Amerikanen er met onze data vandoor gaan. Wie de macht heeft, bepaalt de regels.

Als Europeanen heel hard miauwen passen Google of Facebook weleens zaken aan – maar verder houden ze geen rekening met ons.

Natuurlijk kan Europa, als grote markt voor Amerikaanse dataslurpers, in de EU strengere regels afvaardigen over privacy. Dat gebeurt ook. In mei wordt een nieuwe Europese wet van kracht. Maar dit is reactief. Het getuigt niet van visie, maar bewijst alleen dat we achter de feiten aanhobbelen. Het heeft jaren gekost om die wet te maken. De oude wet, die nog van kracht is, is zestien jaar oud. Europa is geen match voor Amerika en China, die eeuwig tien stappen verder zijn. Als Europeanen heel hard miauwen passen Google of Facebook weleens zaken aan – maar verder houden ze geen rekening met ons.

Als Europa echte dataprotectie wil, moet ze enorm investeren in digitale innovatie. Niet landje voor landje, maar Europees. De vraag is: geven we de sleutelrol aan bedrijven, zoals in Amerika, of aan de staat, zoals in China? Of is er een tussenvorm te bedenken, een ‘neutrale’ openbare, digitale ruimte met sterke privacyregels, waarin burgers Europese zoekmachines en sociale media kunnen gebruiken zonder meteen de hijgende commercie of een opdringerige staat op hun dak te krijgen? Zoiets is mogelijk. Het past perfect in een tijd vol debatten over doorgeschoten privatisering en een nieuwe balans tussen bedrijfsleven en staat. Het enige wat we moeten doen, is ophouden met klagen en in actie komen.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.
    • Caroline de Gruyter