Opinie

    • Arjen Fortuin

‘De baby-industrie’ toont een harde realiteit

Zap Het anoniem doneren van eicellen is in Nederland verboden, maar in andere landen kan het wel. Een nieuw programma over de vruchtbaarheidsindustrie is een pleidooi voor betere internationale regels.

De baby-industrie (KRO-NCRV)

Heerlijk, dat gegiechel rondom de zwangerschapstests in De roze dolk, de korte serie over kinderen krijgen van Bo Jeuken. Heerlijk vooral omdat het goed afloopt: aan het eind van aflevering twee zien Jeuken en haar vriend een streepje in het juiste vakje. Een minder helder streepje dan de gebruiksaanwijzing lijkt te beloven, maar toch: een baby!

Daarvoor had Jeuken de kinderwens onderzocht van mensen bij wie het allemaal minder makkelijk ging. Daar bleek hoe sterk het verlangen naar een kind kan zijn – en hoe mensen steeds weer een stap verder blijken te gaan op de weg naar vervulling van die wens. En geef ze eens ongelijk.

Waar De roze dolk de kracht van de kinderwens invoelbaar maakte, toonde de eerste aflevering van de vierdelige reeks De baby-industrie (ook KRO-NCRV) donderdag een verwante, maar harde en zeer ongemakkelijke realiteit. Die is het gevolg van de intense kinderwensen in rijke landen, de technische mogelijkheden en de kwetsbare economische positie van vrouwen elders in de wereld.

Aan het begin van het programma reist een Nederlands koppel naar Alicante, waar de vrouw een IVF-behandeling met een door een onbekende vrouw gedoneerde eicel zal ondergaan. Daar moeten ze voor naar Spanje, want in Nederland waren de mogelijkheden voor hen uitgeput.

Het anoniem doneren van eicellen is in Nederland verboden – zodat kinderen inzicht kunnen krijgen in hun afkomst. Per jaar worden in Spanje meer dan honderd Nederlandse vrouwen geholpen, elders in Europa nog honderden meer; het is een zeer snel groeiende markt.

Het Nederlandse stel blijkt de eiceldonatie ‘gewonnen’ te hebben; in ruil moeten ze voor publiciteit zorgen. Aan die eis is met De baby-industrie voldaan, maar echte reclame voor de kliniek is het niet geworden. Alles ziet er spic en span uit, de dokters zijn zorgvuldig en hartelijk, maar achter die façade ontdekt verslaggever Liesbeth Staats niets prettigs meer. De kliniek beweert donateurs vooral te werven onder studentes. Zij worden aangemoedigd om hun eicellen te laten invriezen ‘voor later’ – die social freezing is gratis als de vrouwen ook doneren. Inseminatie ‘later’ is vast niet gratis, gok ik zo.

Lees ook: Onze reportage over de vruchtbaarheidskliniek in Alicante

Veel donateurs zijn geen student. Staats interviewt in Alicante een uit Roemenië afkomstige serveerster die al vier keer eicellen heeft afgestaan, voor 900 euro per keer. Ze is blij met het geld en blij dat ze mensen kan helpen. Een academica verklaart de snelgroeiende markt eenvoudig uit „het samenkomen van een economische crisis en een migratiecrisis”. Ze heeft het over ‘omgekeerde mensenhandel’.

In Oekraïne kun je op een site met babyfoto’s van vrouwen een donor uitkiezen. „Tinder voor eicellen”, stelt Staats wrang. Een vrouw vertelt over de complicaties die de bijbehorende hormoonbehandeling haar bezorgde. Een arts zei haar dat je zeker niet meer dan 3 of 5 behandelingen moet ondergaan, volgens de kliniek kan 9 à 12 keer best. Een ander vertelt aan de keukentafel hoe ze de onbetaalde rekeningen voor haar geestesoog ziet verdwijnen, bij de gedachte aan de 400 euro die een donatie haar oplevert: „Nu leven we weer.”

Zo jaagt het geld de eicellen de wereld over, worden vrouwen in het nauw gedreven en kinderen opgezadeld met een ongewisse afkomst. De baby-industrie is een noodzakelijk pleidooi voor betere internationale regels. Hier moet het kapitalisme worden ingedamd. Intussen hoef je maar even aan al die onvervulde kinderwensen te denken om te voelen hoe pijnlijk en tragisch zo’n maatregel zou zijn.

    • Arjen Fortuin