Abdulkerim Simsek.

Foto Felix Schmitt

‘Door racisme zijn de daders niet eerder gepakt’

Kerim Simsek

Zijn vader was het eerste dodelijke slachtoffer van de Nationalsozialistische Untergrund (NSU), een groep die jarenlang aanslagen pleegde in Duitsland. Een gedenkteken voor zijn vader wordt regelmatig beklad met hakenkruizen. ‘Extreemrechts wordt steeds sterker in dit land’.

Een week voor zijn vader werd vermoord was Kerim Simsek dertien jaar geworden. Hij zat op een Turks jongensinternaat in de Duitse deelstaat Saarland, bij de Franse grens. Hij vertelt het met een zachte stem – nu een grote man van dertig met donker, borstelig haar, een kortgeschoren baard en een breekbare blik.

Zijn vader verkocht bloemen – als groothandelaar, maar soms stond hij ook zélf in een kraam. Zoals op zaterdag 9 september 2000. Die dag werd Enver Simsek het eerste slachtoffer in een reeks racistische moorden in Duitsland, die jarenlang onopgehelderd bleven.

En toen na elf jaar eindelijk aan het licht kwam dat een extreemrechtse terreurgroep er achter zat, werd tegelijk duidelijk hoe dramatisch de Duitse autoriteiten en de media, verblind door vooroordelen, al die jaren hadden gefaald. Steeds hadden ze de moorden afgedaan als familieruzies of afrekeningen in het Turks-Duitse criminele milieu. Ze werden neerbuigend ‘Döner-moorden’ genoemd. Signalen dat er neonazi’s achter konden zitten waren systematisch genegeerd.

Tot 2011. Toen werden in een uitgebrande camper in Eisenach, in de deelstaat Thüringen, de lijken gevonden van twee mannen die al jaren als neonazi’s bekend stonden. Samen met een vriendin, Beate Zschäpe, bleken ze een terroristische organisatie gevormd te hebben die ze Nationalsozialistischer Untergrund (NSU) noemden. De NSU had in de loop der jaren verspreid door Duitsland tien moorden gepleegd en nog een reeks andere gewelddaden op zijn geweten.

Het leidde tot een groot politiek schandaal, een maatschappelijk debat en een slepend proces in München – een van de grootste strafzaken uit de naoorlogse Duitse geschiedenis. Het proces, met Zschäpe als hoofdverdachte, is na bijna vijf jaar nu eindelijk zijn laatste fase ingegaan. Ook vier medeplichtigen staan terecht. Maar veel raadsels rond de NSU zijn onopgelost gebleven.

Negen schoten van dichtbij

„Het was een zondagochtend, heel vroeg, toen iemand van het internaat me wekte”, herinnert Kerim Simsek zich. We zitten samen met zijn advocaat, Seda Basay-Yildiz, in haar sobere kantoor, niet ver van het centraal station van Frankfurt. „Ze zeiden dat ik met de trein naar Neurenberg moest. Wat er aan de hand was wist ik niet. Maar ik was wel bang dat er iets ergs was gebeurd. Ik probeerde naar huis te bellen, maar er nam niemand op.

„Mijn oom kwam me in Neurenberg van de trein halen. Ik zag aan zijn gezicht dat het heel erg mis was. Hij vertelde niet dat mijn vader was neergeschoten, maar dat hij door een ruzie in een vechtpartij was beland. Hij lag in het ziekenhuis, maar het zou nu weer beter met hem gaan.

„Maar in het ziekenhuis waren mijn moeder en andere familieleden volledig in zak en as. Toen ik in de kamer werd gelaten waar mijn vader lag, zag ik dat zijn hoofd vol gaten zat. Overal zat nog bloed aan. Het was vreselijk.”

Een dag later overleed de 38-jarige bloemenhandelaar. In 1985 was hij uit Turkije naar Duitsland gekomen. Daar was hij getrouwd, had hij twee kinderen gekregen en een succesvol bedrijf gesticht, waar hij en zijn vrouw dag-in-dag-uit voor in touw waren.

Zelfs goede vrienden zeiden over mijn vader: er moet tóch iets geweest zijn, waarom wordt hij anders neergeschoten?

Vanuit hun woonplaats bij Fulda was hij die zaterdag heel vroeg met zijn Mercedes-bus naar Neurenberg gereden. Nadat hij eerst een stal in een voorstad van bloemen had voorzien, ging hij naar de kraam waar hij die dag zelf zou gaan verkopen, niet ver van het stadion van FC Nürnberg. De club speelde thuis, dus het was druk in de stad.

Een klant die ’s middags bloemen wilde kopen maar de kraam verlaten aantrof, vond het verdacht en belde de politie. Die vond Simsek in zijn bus, zwaar gewond en onder het bloed, liggend tussen de bloemen en de emmers. Hij was niet aanspreekbaar, had kogels in zijn hoofd, in zijn schouders – in totaal negen schoten, zou later blijken, waren van dichtbij op hem afgevuurd.

Niemand had er iets van gezien. Van de daders geen spoor. Het contante geld dat Simsek bij zich had, 740 D-Mark in zijn portemonnee en bijna 7.000 Mark in de middenconsole in de auto, hadden ze niet meegenomen.

„Het was heel beangstigend”, zegt Kerim Simsek. „We hadden geen idee wat er gebeurd was of wie er achter zat. In het ziekenhuis vreesden we dat ze zouden terugkomen om hun werk af te maken. Ook later bleef de angst. Het was allemaal heel verwarrend.”

Lees ook het achtergrondverhaal over de NSU: Zijn de daders soms getipt?

De verdenking van de politie richtte zich meteen op de familie en op mogelijke drugshandel. Agenten toonden de kersverse weduwe een foto van een blonde vrouw, die de geheime geliefde van haar man zou zijn en met wie hij twee kinderen zou hebben – een verzonnen verhaal dat alleen bedoeld was om haar aan de praat te krijgen.

Ook de verdenking dat Simsek iets met drugs te maken had was nergens op gebaseerd. Hij had geen strafblad, nooit iets met de politie te maken gehad, en een speuractie met drugshonden – in de bloemenauto, op de plaats delict, in zijn huis en in het bedrijf – had niets opgeleverd. Maar Simsek haalde zijn bloemen altijd op bij een veiling in Nederland, dat was kennelijk verdacht genoeg. En hij kwam uit Turkije.

„Mijn vader was een keurige, aardige man. Hij was onschuldig, maar werd van alle kanten als een crimineel voorgesteld. De media brachten hem niet alleen in verband met drugs, maar ook met illegaal gokken, met de [extreemrechtse Turkse beweging] Grijze Wolven, met iets wat ‘de Bosporus-maffia’ werd genoemd, van alles werd erbij gehaald.

„Natuurlijk hoorde ik al die verhalen. Ik heb daarom als jongen altijd gezwegen over wat ons is overkomen. Op school probeerde ik geheim te houden dat mijn vader een van de slachtoffers van die reeks moorden was. Als het gesprek daarover ging zag ik mensen denken: zijn vader is een crimineel, dus wat klets je nou.

„Toen in de loop der jaren het tweede, het derde, het vierde slachtoffer viel, allemaal met een migratie-achtergrond en steeds met hetzelfde wapen, begrepen we wel dat het uit de extreemrechtse hoek kwam. Maar zelfs goede vrienden zeiden over mijn vader: er moet tóch iets geweest zijn, waarom wordt hij anders neergeschoten? Dat overkomt mij toch ook niet, waarom hem dan wel?

„Buiten de familie sprak ik er elf jaar lang met niemand over. En om mijn moeder te ontzien ook binnen de familie nauwelijks. Pas in 2011 kon ik zeggen: zie je wel, hij was geen misdadiger, hij was onschuldig. Dat was een enorme opluchting. Maar ik was ook woedend. Het meest nog omdat twee van de drie verdachten, die dood gevonden waren in die camper, er lafhartig tussenuit geknepen waren.”

Roze Panter

Abdulkerim Simsek met zijn dochter. Foto Felix Schmitt

Een politiek motief voor de reeks moorden had de politie al die jaren uitgesloten, omdat er geen brief was waarin de verantwoordelijkheid werd opgeëist. Zo’n bekentenis kwam er pas na de dood van het duo in de camper, Uwe Mundlos en Uwe Böhnhardt. Aangenomen wordt dat de een de ander heeft doodgeschoten en daarna zelfmoord heeft gepleegd. Op dezelfde dag vond een zware ontploffing plaats in het huis in Zwickau, in Saksen, waar de twee samenwoonden met Beate Zschäpe.

Voordat Zschäpe zich een paar dagen later aangaf bij de politie, verzond ze in totaal 14 dvd’s naar verschillende media, de politieke partij Die Linke en een vereniging van Duitsers van Turkse komaf. Op de dvd eist de NSU negen moorden op migranten op, één moord op een vrouwelijke politieagent en ook nog twee bomaanslagen. Een duidelijke ideologische rechtvaardiging van hun daden geven ze niet.

Een aaneenschakeling van mediaberichten over de moorden wordt op de dvd afgewisseld met eigengemaakte, gruwelijke beelden van de slachtoffers – ook van Enver Simsek, badend in bloed maar nog in leven. Fragmenten van de cartoonfiguur de Roze Panter, met de originele muziek, drijven tussendoor de spot met politie en justitie, die de daders maar niet konden vinden.

Later werd een eerdere versie van de video gevonden, met bij beelden van de zwaargewonde bloemenhandelaar de tekst: „Nu weet ook Enver Simsek hoe belangrijk het behoud van de Duitse natie voor ons is.”

Men had het trio veel eerder kunnen arresteren. Dat dat niet is gebeurd, heeft vermoedelijk veel met structureel racisme te maken.

In die versie werden ook twee nummers gespeeld van een radicaal rechtse rockband, Noie Werte, geliefd bij neonazi’s. De zanger zingt onder meer: „Allen die zich onze vijand noemen zullen we eeuwig haten. En we zullen ze bestrijden tot ze ons land verlaten.” Inmiddels is die zanger jurist, en in januari dook hij in toga opeens op in het NSU-proces, als lid van het advocatenteam van de aangeklaagden. Uitgerekend op de dag waarop Kerim Simsek als een van de nabestaanden aan het woord zou komen.

„Dat was natuurlijk een provocatie”, zegt Simsek met een diepe zucht. „Die mensen hebben nergens spijt van, integendeel, ze zijn trots op wat ze hebben gedaan. Ze blijven bij hun ideologie. De aangeklaagden zaten pal tegenover me, maar ik heb ze geen blik waardig gekeurd.”

Een deel van de dvd heeft Simsek gezien, zegt hij, nu voor het eerst met stemverheffing. „Mensonterend. Dat je zulke afschuwelijke daden pleegt en het dan met zo’n tekenfilmpje ook nog als iets zogenaamd humoristisch presenteert. Ik kan de Roze Panter niet meer zien, zodra ik hem voorbij zie komen zap ik weg.”

Simsek wilde in het proces het woord voeren, zegt hij, omdat bij alle betogen en bewijsstukken rond het terroristentrio „iets heel belangrijks op de achtergrond is geraakt: de slachtoffers. Dat het uiteindelijk om mensenlevens gaat. En om racisme.”

Hoe ziek is het, vroeg hij in de rechtszaal, „om een mens uitsluitend op grond van zijn afkomst of huidskleur te doden? Wat heeft mijn vader jullie aangedaan? Kunnen jullie begrijpen wat het voor ons betekent om op die video onze vader bloedend op de grond te zien liggen, en te weten dat hij daar nog uren hulpeloos heeft gelegen?”

Men praat er liever niet meer over. Zo gaat dat hier in Duitsland.

Structureel racisme

Simsek heeft één van de verdachten vergeven. Als enige heeft Carsten S. zijn medeplichtigheid bekend (aan het leveren van een wapen aan het trio). Ook heeft S. meegewerkt met justitie. „Hij was destijds pas 18 jaar”, zegt Simsek. „Hij heeft berouw getoond, zich eerlijk verontschuldigd en is allang uit de extreemrechtse wereld gestapt. Iedereen maakt fouten. Hem heb ik aangekeken en gezegd dat ik zijn verontschuldiging accepteer.”

Voor de anderen hoopt Simsek op zware straffen. Maar hoe het proces ook uitpakt, hij blijft bitter. „Men had het trio veel eerder kunnen arresteren. Dat dat niet is gebeurd, heeft vermoedelijk veel met structureel racisme te maken. De inlichtingendiensten hadden Mundlos, Böhnhardt en Zschäpe eind jaren negentig al in het vizier. Ze hadden een garage gehuurd waarin bommen en wapens zijn aangetroffen – maar men heeft ze laten lopen. Toen zijn ze ondergedoken en is er nooit meer echt naar ze gezocht, ook niet toen de ene na de andere moord werd gepleegd. De autoriteiten zijn dus in elk geval ook schuldig.

„De parlementaire onderzoekscommissies die na de ontmaskering van de NSU zijn ingesteld, vooral die in Thüringen, hebben goed werk gedaan. Als nabestaanden zijn we uitgenodigd voor een bijeenkomst met de president. En Angela Merkel heeft in het openbaar transparantie toegezegd, haar excuses aangeboden en beloofd dat het in de toekomst veel beter zou worden.

„Maar dat is niet gebeurd. Ook heeft de politie zich niet bij ons verontschuldigd. Men praat er liever niet meer over. Zo gaat dat hier in Duitsland. Niet voor niets zegt men: Duitsland is aan zijn rechteroog blind.

„Op de plaats waar mijn vader is vermoord heeft de buurt een gedenkteken neergezet, maar dat wordt regelmatig besmeurd met hakenkruizen. Extreemrechts wordt in dit land steeds sterker. In de politiek krijgt dat veel te weinig aandacht, men kijkt veel liever weg dan het echt goed aan te pakken. Ik ben hier geboren en opgegroeid, het is mijn land, ik woon en leef hier. Ik loop niet weg omdat ik me wat onzekerder voel. Maar ik ben wel teleurgesteld.”

Af en toen komen de NSU-moorden in Duitsland weer even terug in de belangstelling, zoals onlangs toen de speelfilm Aus dem Nichts, van Fatih Akin, uitkwam (die op 29 maart ook in Nederlandse bioscopen komt). Daarin worden een Turkse kleine zelfstandige en zijn zoontje het slachtoffer van een bomaanslag door een extreemrechts stel dat aan de NSU doet denken.

Er komt een dag dat ik mijn dochter moet vertellen wat er gebeurd is. Ze vraagt nu al: waar is mijn andere opa? Die is er niet, zeg ik dan.

Op de vraag of Simsek blij is dat er zo weer aandacht komt voor de racistische moorden, schudt hij geërgerd zijn hoofd. Hij heeft de onder meer in Cannes bekroonde film niet gezien en is ook niet van plan erheen te gaan. „Als je een film over de NSU maakt, doe het dan goed. Hier wordt het slachtoffer toch weer opgevoerd als drugsdealer – en dat waren mijn vader en de andere slachtoffers juist niet.”

Aanvankelijk dacht Simsek dat het proces een antwoord zou geven op alle vragen die hij nog had. Maar die hoop heeft hij allang opgegeven. „Ik weet nog steeds niet waarom ze uitgerekend mijn vader hebben uitgekozen. En waren er niet nog meer medeplichtigen? En waarom hebben ze het op die drukke locatie gedaan, hebben ze die van te voren verkend? En waarom heeft een van de binnenlandse veiligheidsdiensten dossiers over informanten in extreemrechtse kringen door de versnipperaar gehaald? Wij blijven zitten met het gevoel dat er dingen onder het tapijt zijn geveegd.”

Simsek is er gelaten onder. „Ik ben moslim en ik heb veel steun gevonden in mijn geloof. Tot mijn zestiende was ik echt in de war. Mijn vader was dood, ik was niet helder in mijn hoofd en heel agressief, snel geneigd om geweld te gebruiken als iets me niet beviel. Ik heb veel fouten gemaakt. Ik kan nu zeggen dat ik psychisch echt ziek was, maar jarenlang heb ik dat niet willen erkennen. Als ik het geloof niet had gehad dan was ik misschien ontspoord. Maar nu ben ik een ander mens.”

Bijna achttien jaar na de moord op zijn vader is Kerim Simsek zelf vader. Hij is bijna klaar met zijn studie medische technologie en hij en zijn vrouw hebben een dochtertje van twee jaar. „Er komt een dag dat ik haar moet vertellen wat er gebeurd is. Ze vraagt nu al: waar is mijn andere opa? Die is er niet, zeg ik dan. Maar eens moet ik het uitleggen. En wie weet hoe het er dan, over tien, vijftien jaar, voorstaat in Duitsland.”