Recensie

Deze Hazel heeft een authentieke stem

Evelien De Vlieger schreef een onvervalste young adult-roman waarin Hazel van 18 als au pair naar Engeland gaat. Zielengeworstel dus, maar De Vlieger ontroert omdat ze toont in plaats van te benoemen.

‘Stilte is wreed. Stilte is foltering. […] Je moet blijven praten. Je zegt de foute woorden tot de juiste komen. Maar nooit de stilte.’ Dit oprechte pleidooi voor spraak komt uit Wish you were here, de nieuwste titel van de Vlaamse Evelien De Vlieger, terwijl de ironie wil dat stilte juist de krachtige aanjager van deze onvervalste young adult-roman is.

De achttienjarige Hazel, vanuit wier perspectief het verhaal wordt verteld, heeft namelijk een gebroken hart en dat kan alleen helen als ze zich in stilzwijgen hult. Om afstand te nemen van haar mysterieuze liefde B. vertrekt ze, met haar smartphone als pesterige stoorzender op zak, als au pair naar een Britse kustplaats. Daar krijgt ze de zorg voor de achtjarige Isaac en zijn babyzusje, omdat hun moeder Jo weg is. Wat eigenaardig is, niemand wil Hazel vertellen wat er met Jo aan de hand is. Is haar huwelijk voorbij? Is ze ziek? Waarom laat ze niets van zich horen? Zelfs niet aan haar kinderen? Leeft ze eigenlijk nog wel, vraagt Hazel zich af, waarna zich een tragikomische zoektocht naar Jo, en indirect zichzelf, ontvouwt.

Het vooroordeel over Britten

Het wrange gegeven dat Hazel in een gezin belandt dat net als zijzelf gevangen zit in groot verdriet, geeft het verhaal een knappe, psychologische geladenheid, waarbij De Vlieger het vooroordeel dat Britten hun emoties niet graag tonen en van understatements houden, goed uitbuit. Over vader William merkt Hazel bijvoorbeeld op dat hij eruit ziet ‘alsof er een bordje om zijn nek hing met de boodschap: Gesloten wegens familieomstandigheden.’ Illustratief zijn ook de tegendraadse, humorvolle dialogen tussen Hazel en Isaac. Het jongetje – treffend getypeerd als ‘miniprofessor’, wijs voor zijn leeftijd maar tegelijkertijd echt kind - mist zijn moeder intens, maar weet niet veel meer dan dat ze ‘op haar eiland’ is. Waar dat is, moet Hazel niet vragen. ‘Zelfs dad weet dat niet,’ zegt hij.

Hazels authentieke vertelstem creëert een aangenaam lichte toon. Maar achter het schijnbaar voortkabbelende alledaagse gebeuren gaat een hoop zielengeworstel schuil, waarbij De Vlieger overtuigend volgens het credo ‘show don’t tell’ schrijft. Dat levert ontroerende scènes op. Zoals die waarin Isaac, die behalve bij Hazel troost bij God zoekt (‘een fase’ volgens zijn vader), onder het dakraam wil slapen om zijn moeder naar huis te bidden. Even schrijnend is het dat Hazel haar liefde niet bij naam durft noemen en haar hart vol verrassingen bij een slapend kind uitstort. En ronduit pijnlijk zijn Isaacs terloopse opmerkingen over Jo. Dat zij volgens hem gezegd heeft een hekel aan kinderen te hebben, omdat ze ze niet kan opvoeden, suggereert een tragisch voorval.

Een slak als huisdier

Soms laat De Vlieger zich te veel door haar vondsten meeslepen. Zelfs voor iemand die, zoals Hazel, romantische literatuur wil studeren zijn er te veel literaire verwijzingen. En dat Isaac een slak als huisdier heeft is tot daaraan toe, maar dat hij deze Frank een hondenrol toedicht is over de top. Maar De Vlieger komt er mee weg. Hazels behoefte aan overdrijving past haar achttienjarige geest, die uiteindelijk in een romcom-achtig slotakkoord een uitweg uit de verstikkende stilte vindt.

    • Mirjam Noorduijn