De Spaanse griep leek eerst zo mild

Pandemie

Een eeuw geleden had de dodelijkste ramp ooit plaats: alleen al in Nederland stierven ruim 40.000 mensen aan de Spaanse griep. Een terugblik op hoe het begon.

Rode Kruis-demonstratie in Washington tijdens de grieppandemie van 1918. Foto: National Photo Company

‘De ziekte welke Spanje teistert, schijnt een soort influenza te zijn, die blijkbaar een goedaardig verloop heeft. Gevallen met doodelijken afloop werden tot nu toe niet gemeld.” Zo werd de Spaanse griep op 30 mei 1918 door De Telegraaf bij de Nederlandse lezers geïntroduceerd.

Een jaar later waren er 50 miljoen mensen gestorven aan dat nieuwe influenzavirus. Of 20, of misschien wel 100 miljoen mensen. Het is niet precies bekend. Er waren in 1918 weinig landen met een betrouwbare sterfteregistratie. Nooit eerder in de geschiedenis van de mensheid vielen er zoveel doden door één enkele ramp.

De Spaanse griep was tot eind mei onbekend in Nederland. Andere Nederlandse kranten schreven er een paar dagen eerder voor het eerst over. De koning van Spanje was immers ziek. Ook de minister-president en andere ministers hielden het bed. Eenderde van de Spaanse bevolking was „aangetast”, maar nogmaals: „De ziekte wordt niet als ernstig beschouwd.”

Wie de opwinding over de Mexicaanse griep van 2009 heeft meegemaakt – de eerste detectie van het virus, de ongerustheid over een dreigende pandemie, de vaccinontwikkeling, de opslag van medicijnen, de vaccinatiecampagnes, de sisser waarmee het afliep – kijkt verbaasd terug naar een eeuw eerder.

Terug naar 1918. Artsen wisten dat influenza een besmettelijke ziekte was. Iedere winter was er de jaarlijkse griep – een influenza-epidemie zoals nu nog heerst in Nederland.

Lees ook: 1918: het jaar van nationalisme in een brandend Europa

Maar de ziekteverwekker van influenza was onbekend. Diverse keren werd ten onrechte een bacterie als de boosdoener aangewezen. Het Twentsch Dagblad Tubantia schreef op 18 juli 1918: „Aan den assistent van de Boedapester kliniek voor ooglijders, Dr. Nostlingen, is het gelukt, de bacil van de Spaansche griep te ontdekken. Dit is de zoogenaamde Pfeiferbacil, die de epidemische oogontsteking, bekend onder den naam conjunctivitus, veroorzaakt, welke een gelijksoortig verloop heeft als de Spaansche griep. Een bacteriologisch onderzoek bevestigde de juistheid van deze hypothese.”

Het maakte weinig uit. Of het nu een virus of bacterie was: de artsen stonden met lege handen. Medicijnen waren er niet. Antibiotica, die effectief bacteriën doden, kwamen pas in de Tweede Wereldoorlog.

Trainingskampen

Toch hadden de kranten aanvankelijk gelijk: de eerste golf van de Spaanse griep, van maart tot mei, verliep ogenschijnlijk mild. De miljoenen doden vielen vanaf de late zomer, toen de tweede golf van de Spaanse griep langsrolde. Was het gewoon de jaarlijkse wintergriep die lang aanhield?

Nee. Dat is deze eeuw glashelder geworden, door analyse van schaarse gedetailleerde ziekte- en sterfteregistraties. In Kopenhagen bijvoorbeeld. En in New York. En in de 39 militaire trainingskampen die in 1917 in de Verenigde Staten uit de grond werden gestampt om er snel duizenden recruten op te leiden voor de strijd in de Eerste Wereldoorlog.

Instructies tegen de Spaanse Griep, Bredasche Courant, 16 juli 1918. Bredasche Courant

In die kampen waren influenza-uitbraken, van december 1917 tot in februari 1918 en in maart-april 1918. Er waren zieken en, geleidelijk steeds meer, doden door een longontsteking. De gewone wintergriep „maskeerde de trage, gelijktijdige, opkomst van een ernstige-ziekte-veroorzakend pandemisch virus”, schreven de recrutenkamponderzoekers drie jaar geleden in een infectieziektetijdschrift. Het signaal dat er iets vreemds gebeurde met de griep was vijf maanden voor de meest dodelijke najaarsgolf al te zien. Maar de alarmklok is toen niet luid geluid.

In de militaire trainingskampen woonden vooral jonge mannen. Later bleek precies die leeftijdscategorie uitzonderlijk hard door de Spaanse griep te worden gepakt. Traditioneel is de griep gevaarlijk voor baby’s en 65-plussers. Die leeftijdsverschuiving is in het voorjaar van 1918 heel duidelijk in New York gezien. Daar heerste griep in januari 1918 en opnieuw van februari tot april. De zieken en de doden werden geregistreerd. Het zag eruit als een normale griepwinter. In een publicatie uit 2005 in PNAS staat hoe tijdens het sterftepiekje in januari de extra doden onder de 65-plussers vielen. Maar in februari en maart waren het vooral 15- tot 44-jarigen die aan de griep stierven. De winterse golf werd kennelijk toen al overgenomen door een ander influenzavirus.

Wat zou er met een tijdige waarschuwing zijn gebeurd? Het is moeilijk voorstelbaar dat al die tienduizenden jonge mannen níet naar Europa zouden zijn verscheept, om er in oktober en november, in de loopgraven, opnieuw dat griepvirus tegen te komen. Iets verder gemuteerd, iets ziekmakender.

De conclusie dat de Spaanse griep is ontstaan waar hij het eerst werd gezien is onterecht. Het is alleen duidelijk dat in steden of landen met een goede maandelijkse (of wekelijkse) ziekte- en sterfteregistratie dat nieuwe influenzavirus al in maart 1918 opgemerkt kon worden, met kennis van nu.

Waar het Spaanse-griepvirus als eerste mensen ziek maakte is nog steeds onbekend. Camp Funston, een van die Amerikaanse trainingskampen, is vaak genoemd. Er werkten Chinese arbeiders. Die zouden het virus mee hebben kunnen nemen uit Azië.

Ook het Britse militair kamp Étaples aan de Noord-Franse kust is genoemd als broedplaats: het kamp was overbevolkt en er werd veel eend en gans gegeten, ter plaatse geschoten. Alle influenzavirussen hebben watervogels als natuurlijke gastheer. Die Spaanse griep kan overal zijn ontstaan, maar Spanje is onwaarschijnlijk. Hoe komt die griep dan aan zijn naam?

Geschiedenisquiz
Heel lang hadden de Nederlanders het alleenrecht op de handel met Japan. Wie doorbraken onder dreiging van geweld dit monopolie halverwege de negentiende eeuw definitief?

De Fransen, die een basis zochten om de Engelsen in China dwars te zitten.

De Amerikanen, die hun handel met Azië wilden uitbreiden.

De Chinezen, die na de verloren Opiumoorlogen tegen Engeland vonden dat ook Japan zijn isolement moest opgeven.

Censuur

De perscensuur in de oorlogvoerende landen speelde een rol. De Amerikanen, de Fransen, de Engelsen, de Duitsers wilden geen griepnieuws in de kranten. Het zou de moraal ondermijnen als bekend werd dat meer jonge jongens aan de griep bezweken dan de heldendood stierven door gifgas en granaatscherven.

Terugkijkend zat de Nederlandse krant De Maasbode van 29 juni 1918 waarschijnlijk dicht bij de werkelijkheid: „De Parijsche berichtgever van de Daily Mail schrijft over de influenza-epidemie: Volgens mededeelingen van dokter Legraux, van het instituut Pasteur, stamt de ziekte van het front, waar zij is uitgebroken en wel over de geheele uitgestrektheid er van. Van Duinkerken tot aan de Vogezen. De epidemie bereikte Parijs in Mei, om zich van daar naar Spanje uit te breiden en vandaar weder naar Parijs terug te komen.”

Berichtgeving Rotterdamsch Nieuwsblad, 4 juli 1918. Rotterdamsch Nieuwsblad

Die eerste voorjaarsgolf van het virus ging aan het neutrale Nederland voorbij. Of de neutraliteit er iets mee te maken had is onbekend. Er reisden geen Nederlandse soldaten van en naar de loopgraven. Er was minder grensverkeer, hoewel er vluchtelingen arriveerden.

Begin juli schreven de Nederlandse kranten dat de Spaanse griep in Frankrijk, Engeland en Duitsland om zich heen greep en slachtoffers begon te maken. En toen, op 11 juli was hij in Nederland: „In het Engelsche interneeringskamp te Groningen is de Spaansche Griep uitgebroken. Er zijn ongeveer 100 gevallen. Men hoopt dat de patiënten binnen 2 dagen genezen zullen zijn. Te Losser zijn reeds 38 mensen door de Spaansche griep aangetast. Naar wij vernemen zijn ook hier ter stede enkele gevallen van Spaansche griep geconstateerd.” Zo haalde de Nieuwe Rotterdamsche Courant die dag de epidemie binnen, waar in het volgende halfjaar meer dan 40.000 Nederlanders aan zouden sterven. Eind juli gingen de berichten vooral over zieke mijnwerkers en grieperige gemobiliseerde militairen in hun kazernes. In Losser viel waarschijnlijk de eerste griepdode.

Daarna barst het drama in volle omvang los. Dagelijks zijn er berichtjes over schoolsluitingen, het afgelasten van bijeenkomsten, zieken en doden. Meestal kort. Het Algemeen Handelsblad van 10 december 1918: „In de gemeente Hemelumer Oldephaert (Fr) stierven op één dag in één gezin 4 kinderen aan de Spaansche griep.”

Uit de longen

Honderd jaar later is nog steeds onbekend waarom dat nieuwe virus voor ouderen niet heel gevaarlijk was, maar veel jongeren pakte. Het Spaanse-griepvirus is begin deze eeuw voor wetenschappelijk onderzoek weer tot leven gewekt. Vanaf 1999 werd het virus van de Spaanse griep gereconstrueerd uit fragmentjes van vaak maar 100 basen lengte. Die fragmenten kwamen uit de longen van twee overleden Amerikaanse militairen en van een mevrouw die in Alaska aan griep overleed en in de permafrostbodem was begraven. Een artikel op 7 oktober 2005 in Science bekroonde de reconstructie van het 1918 H1N1 influenzavirus. In goedbeveiligde laboratoria worden er experimenten mee gedaan.

Moet dat wel? Gaan terroristen en schurkenstaten er niet mee aan de haal? Voorafgaand aan publicatie in 2005 is dat afgewogen. De conclusie was dat het belang om te weten groter was dan de angst voor misbruik.

Wat heeft die kennis inmiddels opgeleverd? Zeven Amerikaanse influenzadeskundigen, onder aanvoering van Jeffery Taubenberger die voor de reconstructie van het 1918-virus tekende, hebben zichzelf beoordeeld in 2012 in een minireview in het tijdschrift mBio.

We weten nu dat het 1918-virus echt de moeder van alle pandemische virussen is. De pandemieën van na 1918 – de Aziëgriep van 1957, de Hongkonggriep van 1968 en de Mexicaanse griep van 2009 – zijn veroorzaakt door nieuwgevormde virussen die allemaal delen van het 1918-virus in zich dragen. Sinds 1918 leven we in één ‘pandemisch tijdperk’. Het 1918-virus is door een onbekend mechanisme uit een vogelvirus ontstaan en heeft zich in de eerste maanden of jaren waarin het mensen kon besmetten hoogstwaarschijnlijk verder aangepast tot een echt ‘mensengriepvirus’. Of beter gezegd: een zoogdierenvirus. Daar is nu veel over bekend.

„Het verleden is gebruikt om de toekomst beter te kunnen begrijpen”, schrijven de virologen. Maar toch, in hun conclusie moeten de virologen bescheiden zijn. Hoe „toekomstige pandemieën moeten worden voorkomen of verzacht” is nog onbekend.

Het Spaanse-griepvirus is vaak beschreven als extreem ziekmakend en dodelijk. De onderzoekers uit de groep van Taubenberger die in PNAS autopsies op longen van 68 aan Spaanse griep overleden jonge Amerikaanse militairen uitvoerden, gieten koud, nou ja, lauw water over die bewering. Ze houden het erop dat bijna al die soldaten aan bacteriële longontstekingen overleden: dezelfde manier waarop mensen tijdens andere grieppandemiën en tijdens de jaarlijkse griepepidemiën overlijden. Met misschien een uitzondering waarin een plotselinge hevige afweerreactie (een cytokinestorm) de patiënt doodt. Maar nu er antibiotica zijn waarmee verreweg de meeste bacteriële infecties te bestrijden zijn, lijkt de angst voor een nieuwe influenza-epidemie waarbij 2,5 procent van de wereldbevolking overlijdt – het zouden nu ruim 150 miljoen mensen zijn – onterecht.



    • Wim Köhler