opinie

    • Etto C Eringa
    • Jeroen Verhulst

De fiets zou uitgangspunt moeten zijn van verkeersbeleid

De dagelijkse fietservaring in de Spiegelstraat: het recht van de sterkste. Foto Etto C Eringa

Wat hebben Utrecht, Amstelveen en Lansingerland met elkaar gemeen? Het zijn allemaal steden die volgens fietsers bij de top-100-fietssteden van Nederland horen.

In tegenstelling tot de zelfbenoemde fietshoofdstad Amsterdam, dat zo graag pronkt met haar massaal fietsende bewoners. De afgelopen 25 jaar groeide het aantal fietsverplaatsingen in Amsterdam met 50 procent, terwijl het aantal verplaatsingen per auto met 20 procent daalde en die per OV gelijk bleven (Amsterdamse Thermometer Mobiliteit 2016). Tegelijkertijd gingen echter alle miljardeninvesteringen in infrastructuur, zoals de tweede Coentunnel en de Noord/Zuidlijn, naar auto en OV: je kunt zeggen dat het verkeersbeleid van Amsterdam 25 jaar achterloopt op de Amsterdammers.

Om nog wat zout in de wond te strooien wordt nu de burgemeester voor de rechter gedaagd omdat hij de „overtredingen” van de fietsers onvoldoende bestrijdt, en wordt de fietser als meedogenloos roofdier geschetst door Holleeder-biograaf Auke Kok (NRC Amsterdambijlage, 15 maart). Geen investering maar criminalisering, zo staat de fiets er hier in 2018 voor.

Er zijn grote lichtpunten, met dank aan wethouders Litjens en Van der Burg: het Muntplein werd autovrij, er wordt gewerkt aan een fietsringweg rond het centrum, en de Sprong over het IJ kan uitmonden in een grote verbetering van fietsverbindingen tussen de IJ-oevers.

Dat we er nog lang niet zijn, blijkt uit de dagelijkse fietservaring op het wegennet. Dat netwerk bestaat grotendeels uit smalle straten waar alle verkeer gemengd wordt, en dan krijg je situaties zoals in de Spiegelstraat (foto): een jungle waar het recht van de sterkste geldt, meestal logistiek- en bouwverkeer. Dit heeft eraan bijgedragen dat 44 procent van de Amsterdammers zich onveilig voelt op de fiets en het aandeel fiets in het verkeer de afgelopen jaren daalde in de stadsdelen Centrum, Oost en West.

De vraag is of die ervaring de komende jaren gaat veranderen: investeringen in de fiets zijn onderbelicht in de meeste Amsterdamse verkiezingsprogramma’s. In verkiezingsdebatten praatten de politici veel liever en daadkrachtiger over parkeergarages en nog een metrolijn van 6,6 miljard. De noodzakelijke investering in het Plusnet Fiets van een half miljard, genoemd in een voetnoot in het meerjarenplan Fiets, noemt vrijwel geen enkele politicus: weer een koude regenbui voor de fietsende kiezer.

Wie het verbeteren van het Plusnet genoeg beleid vindt, mist visie: een drukke mierenhoop als Amsterdam vereist efficiënt ruimtegebruik. De fiets leent zich daar uitstekend voor en zou het uitgangspunt van verkeersbeleid moeten zijn: niet alleen bij de inrichting van straten, ook met versnelde aanleg van de fietsring en de fietsverbindingen uit de Sprong over het IJ. Ook buiten de A10 is veel te winnen, met fietssnelwegen van het centrum van Amsterdam naar IJburg, Almere en Zaandam.

Dat vraagt wel iets meer dan de recent aangekondigde 30 miljoen voor het gebied tussen Haarlem en Almere. In perspectief: alleen het Zuidasdok, 1 kilometer lang, kost al 1,8 miljard.

Met zo’n bedrag kun je 25 jaar achterstand in fietsbeleid in één keer inhalen, en vergeet niet: één euro voor fietsinfrastructuur bespaart er twee op auto en OV. Infrastructuur voor de fiets is relatief goedkoop, heeft een hoge vervoerswaarde en maakt kostbare nieuwe metro’s en snelwegen overbodig. Er is bovendien draagvlak bij zowel bevolking als politieke partijen, omdat de meeste politici én hun kiezers zich per fiets verplaatsen. Fietsinvesteringen zijn dan ook een linkse noch rechtse hobby: ze leveren domweg het meeste vervoer per euro én per vierkante meter op. Dat de fiets ook nog bestand is tegen de komende energietransitie is mooi meegenomen.

Is ons voorstel dus om heel Amsterdam over te leveren aan overhaaste fietshufters, zoals Auke Kok stelt? Integendeel: zoals de A10 het autoverkeer in het centrum liet afnemen, doet een fijn doortrappende fietsringweg dat met fietsverkeer. Leid je de fietser zo om de grachtengordel, dan krijg je een rustiger centrum en een leefbare stad.

Maar ja, Amsterdam is geen Utrecht. Het eerste college dat de fietser voorrang geeft op auto en metro moet hier nog worden benoemd. Wie pakt de handschoen op?

Leden Fietsersbond Amsterdam
    • Etto C Eringa
    • Jeroen Verhulst