Campagnefinanciering

Verontwaardigde Sarkozy ziet affaire als erfenis Libië-aanval

. Volgens de Franse oud-president Nicolas Sarkozy is er „geen enkel tastbaar bewijs” dat hij voor zijn verkiezingscampagne in 2007 geld heeft aangenomen uit Libië. Tijdens ruim 25 uur verhoor, dinsdag en woensdag, had de politie volgens hem slechts beschikking over stukken die al langer in de pers circuleren. Hij verweerde zich donderdag publiek op tv-zender TF1. Hij zei „diep verontwaardigd” over wat volgens hem een „lastercampagne” is.

Sarkozy wordt verdacht van passieve corruptie, illegale campagnefinanciering en heling van verduisterd Libisch publiek geld. Woensdag is hij formeel in staat van beschuldiging gesteld. Hij mocht naar thuis, maar hij heeft vrijheidsbeperkende maatregelen opgelegd gekregen. Zo mag hij niet meer naar vier landen reizen waar zich andere verdachten of getuigen in de zaak bevinden. Ook mag hij een tiental sleutelfiguren voorlopig niet ontmoeten, onder wie de met hem bevriende oud-ministers Claude Guéant en Brice Hortefeux.

Volgens Sarkozy zijn de beschuldigingen de wereld in gebracht door de „bende van Gaddafi”, nadat hij in 2011 de Libische oppositie had ontvangen om over militaire steun te praten tegen Gaddafi’s regime. „Hoe kan men zeggen dat ik de Libische belangen diende?”, zou Sarkozy volgens een in Le Figaro gepubliceerde tekst tegen zijn ondervragers hebben gezegd. „Ik was het die bij de VN een mandaat heeft verkregen om de Libische staat aan te vallen.”

    • Peter Vermaas