Opinie

Alleen Erdogan profiteert van deze EU-top

Zolang Turkije doorgaat met haar repressieve politiek, moet de EU geen toezeggingen doen. Intussen staan de Turkse democraten in de kou. Laten we hun helpen, schrijft .

De Turkse president Erdogan met EU-president Tusk (r) en EC-voorzitter Juncker (l) in Brussel. Foto Francois Lenoir / EPA

Het is een nieuwe, zoveelste poging om de betrekkingen tussen Brussel en Ankara te verbeteren: de topontmoeting op 26 maart, aanstaande maandag, in de Bulgaarse havenstad Varna, waar de Turkse president Recep Tayyip Erdogan zal dineren met de Bulgaarse premier en EU-kopstukken Jean-Claude Juncker en Donald Tusk

Dat Turkije en de Europese Unie betere tijden hebben gekend, is mild uitgedrukt en de huidige ontwikkelingen stemmen niet positief. Nog even in het kort: sinds de mislukte couppoging van juli 2016 is er sprake van stelselmatige schendingen van de rechtsstaat en mensenrechten, en de cijfers liegen er niet om. Meer dan 50.000 mensen zijn gearresteerd, 150.000 uit hun functie gezet en ruim 130 mediakanalen werden er tot nu toe gesloten.

In reactie op een zeer omstreden referendum riep het Europees Parlement in juli 2017 op om de toetredingsonderhandelingen met Turkije stop te zetten als de grondwetswijziging onverkort zou worden ingevoerd. In november van datzelfde jaar besloten de Europarlementariërs flink te korten op EU-subsidies aan Ankara.

Een verlammende status quo

De onderhandelingen zitten op een dood spoor. Hebben voorzitter Juncker van de Europese Commissie en voorzitter Tusk van de Europese Raad iets anders te bieden? Er is wel gesuggereerd dat visumliberalisering – vrij reizen naar de EU – of het uitbreiden van de douane-unie – ruimere handelsmogelijkheden – een positieve impuls aan de relatie kunnen geven. Vooral het eerste staat al lang hoog op het verlanglijstje van Ankara. De EU heeft zelfs in het kader van de vluchtelingendeal toegezegd daar werk van te maken.

In de praktijk is daarvan niets terechtgekomen. Turkije voldoet nog steeds niet aan alle eisen en belangrijke EU-landen als Duitsland zijn tegen vanwege de verslechterde politieke situatie in Turkije. Dezelfde bezwaren worden geuit tegen het opwaarderen van de douane-unie. Dat lijkt alleen mogelijk als de Turkse regering op het punt van de rechtsstaat een ommezwaai maakt – en daar ziet het niet naar uit.

De EU wil als gevolg van interne onenigheid niet vooruit, maar ook niet achteruit – het stopzetten van de toetredingsonderhandelingen wordt door een meerderheid van lidstaten geblokkeerd. Een verlammende status quo is het gevolg. Er ligt geen strategie vanuit de EU hoe de autoritaire trend in Turkije te keren, of op z’n minst te vertragen.

Een dialoog is prima, maar moet uiteindelijk wel tot concrete resultaten leiden

De ontmoeting van het Turkse staatshoofd met EU-leiders, zonder enige conditionaliteit vooraf, is wederom een gemiste kans van de Europese Unie om invloed uit te oefenen op de ernstige afbraak van de Turkse democratie. De Varna-top is hiermee verworden tot een fotomoment waarbij de Turkse president kan laten zien dat hij nog steeds welkom is in de EU, en wel op het hoogste niveau.

Een dialoog is prima, maar moet uiteindelijk wel tot concrete resultaten leiden. Maandagavond zal de Europese Unie wederom met lege handen staan. Aan het dubbele nee tegen visumliberalisatie en opwaarderen van de douane-unie kunnen Juncker en Tusk weinig veranderen. Ik zou dat zeker ook niet willen voorstellen op een moment dat de Turkse regering doorgaat met haar repressieve politiek.

Wat me daarbij wel dwars zit, is dat we tegelijk dreigen al die Turken die het niet met Erdogan eens zijn (ongeveer de helft van de bevolking), in de steek te laten. Turkije is méér dan het huidige regime. Daarom zou de EU meer werk mogen maken van een handreiking naar deze grote groep. Een principiële, harde houding tegenover Erdogan, maar tegelijk inzetten op programma’s die de Turkse bevolking helpen, zoals het verdubbelen van studiebeurzen voor studenten, het participeren van (ontslagen) academici aan Europese onder-zoeksprojecten, meer samenwerken met lokale overheden, en concrete steun bieden aan het maatschappelijk middenveld en onafhankelijke media. Het pappen-en-nathouden-beleid van de Europese Unie heeft niet alleen geen enkele impact op het autoritaire pad van Erdogan, maar laat ook nog eens de Turkse democraten volledig in de steek.