Ze bracht vrolijkheid in het kamp

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. In het jappenkamp was Mieke Braams-Beversluis (1921-2018) lid van een padvindersgroepje.

Mieke Braams-Beversluis met koala in Australië, 1946. Privécollectie familie

‘We heetten de Stormvogels”, vertelt Bep Maassen (94). „We waren een groep padvindsters van zo’n twintig meisjes vanaf een jaar of zestien, in het kamp Kareës in Bandoeng. Mieke was ouder dan ik. De Stormvogels brachten wat plezier in het kamp. We hielden kringgesprekken waarbij we op zelf geborduurde zitmatten zaten, met behalve onze naam ook symbolen erop – de perkoetoet, een Indische vogel die stond voor geluk, en vuurvliegen voor het licht. Onze motto’s waren Waarheid, Reinheid en Trouw.”

De taken van de Stormvogels in het kamp varieerden: ze assisteerden zieke moeders en voerden voor de kleintjes operettes uit. Zo verlichtten ze de dagen. Na de oorlog vond een deel van de groep elkaar in Nederland terug; toen Lady Baden-Powell, de weduwe van padvinderij-oprichter Baden-Powell, op bezoek kwam wachtten de Stormvogels haar op op Schiphol. De kampjaren waren vormend voor het leven, nog tientallen jaren vonden er reünies plaats; Bep Maassen heeft haar zitmatje nog steeds.

Onze motto’s waren Waarheid, Reinheid en Trouw

Voor Mieke Beversluis was Kareës haar tweede kamp – terwijl haar vader Ton, houtvester van beroep, in mannenkamp Tjimahi zat, werd zij met haar moeder Kiek en jongere zusjes Ankie en Hetty tijdens de Japanse bezetting van Indië (1942-1945) van Ambarawa via Kareës naar Sint Vincentius in Batavia overgeplaatst. Overal ging het leven door: in Ambarawa gaf Mieke les, in St. Vincentius was ze (ongediplomeerd) verpleegkundige. Aan de Stormvogels behield ze de beste herinneringen.

Na de bevrijding belandde het gezin via een tussenstop in Australië in Utrecht, waar Mieke alsnog een studie geschiedenis begon. Zo ontmoette ze Reinier Braams, een student natuurkunde met een veelbelovende wetenschappelijke carrière, rond wie ze de rest van haar leven zou inrichten. Vier kinderen kregen ze, en het gezin woonde drie keer tijdelijk in de VS als het werk van Reinier erom vroeg.

Het gezin Beversluis in het Lone Pine Koala Sanctuary bij Brisbane, Australië, december 1946 (v.l.n.r. moeder Kiek Beversluis- van der Brug, Hetty, vader Ton Beversluis, Mieke, Ankie).Privécollectie familie

Het gezin Beversluis hield in de woorden van Margreet Braams, Mieke’s tweede dochter, „geen trauma’s of echte ellende” aan de kampjaren over, maar de band bleef „enorm hecht”. „Ze hielden altijd iets Indisch. Op Tweede Paasdag en met verjaardagen gingen we rijsttafelen bij opa en oma, en na de onthulling van het Indiëmonument in 1988 ging mijn moeder elk jaar met haar zusjes naar de herdenking. Mama was niet bitter of boos, maar een zeker verdriet over de teloorgang van het land van haar jeugd had ze wel. Ze is nooit meer teruggeweest, zelfs niet toen haar zus Hetty tijdelijk in Indonesië woonde.”

Liever richtte Mieke zich op het heden. Wat politieke voorkeur betreft trokken zij en haar man gelijk op: beiden waren VVD-lid, wat bij Reinier Braams in 1977 leidde tot het verruilen van de universiteit voor de Tweede Kamer, waar hij twaalf jaar VVD-woordvoerder milieu en wetenschapsbeleid was. „Mijn vader was als fysicus een groot voorstander van kernenergie”, vertelt dochter Margreet. „In een jaren zeventig-gezin als het onze gaf dat levendige discussies.” Mieke leidde de Vrouwen-afdeling bij VVD-Utrecht, „op een lieve, empathische manier”, volgens mede-lid Irene Crul. „Ze was geëmancipeerd, maar niet fel.” Tweemaal vertegenwoordigde ze de VVD in de Provinciale Staten.

Ze hielden altijd iets Indisch

Daarnaast was ze actief in de Hervormde Kerk en zat ze twintig jaar in het bestuur van Mytylschool Ariane de Ranitz. Bij de school ging ze voortvarend te werk, zegt oud-directeur Wim Kloppenborg. „Ze was van de praktische oplossingen, ze kwam regelmatig kijken hoe het eraan toeging.” Over politiek, laat staan over haar Indische verleden, sprak ze in deze hoedanigheid nooit. Ze bleef gereserveerd, een nette dame met „een luid, zeer gearticuleerd stemgeluid dat sommigen aanvankelijk een verkeerde indruk gaf”, aldus Kloppenborg.

Mieke Beversluis in 2009.Privécollectie familie

Voor die markante stem heeft dochter Margreet een eenvoudige verklaring. „Mijn moeder had otosclerose, een familiekwaal die wellicht was verergerd door de kamptijd. Wij kinderen wisten niet beter of ze was aan één oor doof en aan het andere slechthorend. Als je ’s nachts bij mama aan het bed kwam en ze had haar gehoorapparaat niet in, moest je hard aan haar schouder sjorren.” Het weerhield haar verder nergens van. In 2002 werd ze koninklijk onderscheiden voor haar vrijwilligerswerk.

Ondanks haar positieve instelling en het contact met haar (klein-)kinderen, was Mieke’s ouderdom niet gemakkelijk. Haar man Reinier overleed in 2001, en tenslotte zou ze ook haar beide zusjes overleven. Toen ze als hoogbejaarde behalve steeds dover ook praktisch blind werd en ze het nieuws niet meer kon volgen, verloor ze langzaam haar levenslust.

Haar negentigste verjaardag was nog een groot feest: een rijsttafel met de familie in Bronbeek, waarbij ze haar ‘gouden jeugd’ in Indië memoreerde. Het land had ze toen al meer dan 65 jaar niet meer gezien, maar de smaken, klanken en landschappen droeg ze bij zich.

Lees ook: De Japanners die Indië bezetten, zetten de Nederlanders gevangen. Ans Speulstra zat als kind in een jappenkamp.
Suggesties voor deze rubriek zijn welkom op necrologie@nrc.nl.