Opinie

    • Ellen Deckwitz

Viezelevozelen

Omdat mijn zus voor een congres in Australië zit pas ik de komende weken op mijn neefjes (10 en 12) en na een dag of drie ben je van lievelingsfamilielid alweer veranderd in een volwassene die moeilijk doet als ze hun mond willen afvegen met de theedoek.

„Oh trouwens”, zei de oudste terwijl hij zijn mouw langs zijn mond haalde, „is het goed als Robin vrijdag komt logeren?”

Vrijdag zouden we gaan karten en beide mannen mochten een klasgenootje meenemen. Geen probleem: ik had oordoppen en slaappillen genoeg. Mijn neefje juichte en zei dat hij haar meteen zou bellen. Wacht, dacht ik, haar?

Goed, het zijn uniseks-tijden, een kennis heeft haar dochter Boris genoemd, maar nu was ik wel aan het twijfelen. Moest dat meisje dan bij mij op de kamer? Of toch bij hem? Ze zijn beiden twaalf en dat is een onduidelijke leeftijd: ik was elf bij mijn eerste tongzoen en op de buik van mijn zus kon je tegen die tijd al een ei bakken. Meisjes worden tegenwoordig vroeger ongesteld. Wat als ik door deze logeerpartij mijn zus opeens oma maakte nog voor haar veertigste?! Een baby is natuurlijk welkom, dacht ik, desnoods adopteer ik het wel, maar het kan niet goed zijn voor zo’n meisjeslijf om dan al zwanger te zijn en op een zeker moment werd ik zo moe van mezelf dat ik mijn zus belde. Na dertig keer overgaan nam ze op.

‘Zijn ze dood?” vroeg ze slaperig. „Nee als het goed is niet”, begon ik en legde de situatie uit. Was het oké als een meisje bij haar zoon op de kamer zou slapen? Moest ik toestemming aan haar ouders vragen? Hebben ze tegenwoordig ook condooms in kindermaten?

„Ze zijn twaalf!” zei mijn zus.

„Toen was jij al bijna bij het eindhonk hè”, zei ik.

„Oh ja.” Ze gniffelde even ondeugend, „tja, dan vind ik het toch wel een fijner idee als ze niet alleen zijn. Wat nou als jullie met zijn allen in dezelfde ruimte slapen?”

En zo lag op vrijdagmiddag mijn woonkamervloer bezaaid met matrassen. Even kwam zo’n groep-acht-gevoel weer terug: vanuit de slaapzak tot diep in de nacht stiekem kletsen, de kinderen uitlachen die al voor half vijf in de ochtend in slaap waren gesukkeld, de ontboezemingen in het donker. Ik had voor dit slaapfeest de saliemelk al klaargezet (misschien zou ik er nog een beetje extra kamfer in doen). Toen kwam mijn oudste neefje thuis.

„Wow”, zei hij, „logeerpartij in de woonkamer! Vet gezellig!”

„Ja”, flapte ik er ondanks mezelf uit, „en zo kunnen jullie ook niet stiekem viezelevozelen, ha ha ha ha ha.”

Hij rolde met zijn ogen.

„Robin is lesbisch”, zei hij en liep naar de koelkast.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.

    • Ellen Deckwitz