Verlies D66 trekt coalitie scheef

Regeringspartijen

Drie van de vier regeringspartijen juichen op woensdagavond. Maar het verlies van D66 is ook lastig voor de coalitiegenoten.

In de hippe rooftopbar waar de VVD bijeen is, op een industrieterrein in Den Haag, klinkt gejuich als blijkt dat D66 in Amsterdam bijna gehalveerd is. Van enige compassie voor de coalitiepartner lijkt woensdagavond geen sprake te zijn. „Ik kijk toch vooral naar de VVD”, zegt Sander Dekker, minister voor Rechtsbescherming. Breed lachend: „Als wij winnen ten koste van een coalitiepartner kan ik daar geen traan om laten.”

Bij het CDA, dat als locatie voor de verkiezingsavond het tl-verlichte partijkantoor in Den Haag had gekozen, zijn de reacties milder. „Het is altijd sneu als collega’s verliezen”, vindt Mona Keijzer, staatssecretaris van Economische Zaken. Bij de ChristenUnie is er vooral medeleven. „Alexander Pechtold heeft zijn nek uitgestoken voor deze coalitie”, zegt ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers.

Wie er bij de drie coalitiepartners van D66 wat langer over nadenkt, weet: het verlies van die partij kan het kabinet-Rutte III stevig onder druk zetten. Vier jaar geleden verloren de coalitiepartijen VVD en PvdA allebei. In het kabinet was toen de stemming: we houden elkaar stevig vast. Nu is er bij de vier partijen één duidelijke verliezer – en daarmee zijn de verhoudingen scheef.

Profileringsdrang

Aan de loyaliteit van D66-leider Pechtold aan het kabinet wordt niet getwijfeld, maar hoe ligt dat bij andere D66’ers? De kans op profileringsdrang groeit.

In het Utrechtse café De Winkel van Sinkel is daar op de uitslagenavond nog niets van te merken. De D66’ers hebben de opdracht gekregen niet openlijk teleurgesteld te zijn – daar houden ze zich aan. Pechtolds boodschap van de avond is ook hún verhaal: ze dragen verantwoordelijkheid, ze zoeken ‘verbinding’ en daar betalen ze nu een prijs voor. Maar ze zien het als een prijsje. Ze zijn, zeggen ze, nog steeds „een zichtbare middenpartij”. En nee, ze hebben bij deze verkiezingen geen „goud” gehaald. „Maar met zilver hebben we ook een plek op het podium”, zegt Pechtold tegen wie het maar wil horen.

Zijn partij voerde een moeizame verkiezingscampagne. Tot twee keer toe moest een draai worden uitgelegd: eerst was D66 voor het raadgevend referendum, daarna tegen, en bij de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten was de partij eerst tegen, toen voor.

Volgens Pechtold zelf komt het verlies door het meeregeren en de versplintering in de politiek „waardoor iedereen al wat inlevert”. En mensen zien de mooie dingen nog niet waar het kabinet-Rutte III volgens hem nog mee komt: „De lastenverlichting, de investeringen in het onderwijs, noem maar op.”

Pechtold en ook andere D66’ers beginnen in Utrecht over hun „geschiedenis”. „Regeren was voor ons steeds halveren”, zegt Tweede Kamerlid Pia Dijkstra. En hoe je het verlies ook ziet, dát is niet gebeurd.”

D66-campagneleider en Tweede Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma noemt de uitslag „een tikje”. Maar hij was na de uitslagenavond „vrij vrolijk” naar huis gegaan.”

In De Winkel van Sinkel hebben de D66’ers na de toespraak van Pechtold, om kwart voor elf, geen zin meer om de uitslagen te volgen op het grote scherm. De discolichten gaan aan, de muziek wordt hard gezet. Gedanst wordt er pas na twaalven.

Bitterballen en bier

Bij het CDA staan paaseitjes, tomaten en komkommerreepjes met dipsaus op tafel. Daar worden de uitslagen met veel concentratie gevolgd. De CDA’ers willen vooral weten: blijft hun partij landelijk, na de lokale partijen, wel de grootste? Ze slaken kreten bij uitslagen van andere partijen, als het over het CDA gaat, blijft het stil. In steden als Rotterdam, Utrecht en Enschede verliest het CDA. Maar niet veel. En de uitslagen uit de regio, waar de partij van oudsher goed scoort, komen nog.

Bij de VVD heeft het verlies van het CDA in de steden een ander effect. Daar wordt stevig gedronken, er zijn bitterballen. En het zelfvertrouwen groeit – vooral als de eerste uitslag van Den Haag binnenkomt. Bij Omroep West zien ze voor zichzelf een verdubbeling van het aantal zetels, van vier naar acht. In 2014 verloor de VVD drie van de zeven zetels, kiezers stapten over naar de Haagse Stadspartij en D66.

Als partijleider Mark Rutte om kwart over elf het podium opstapt, durft hij zelfs al van een „schitterende avond” te spreken: „De VVD bestaat dit jaar zeventig jaar en het ziet ernaar uit, al kan het allemaal nog veranderen, dat wij voor het eerst bij gemeenteraadsverkiezingen de grootste partij van Nederland gaan worden.”

En het veranderde nog. Op donderdagochtend blijkt het CDA toch de grootste partij te blijven. En bijvoorbeeld in Den Haag valt de VVD-winst tegen – niet van vier naar acht, maar naar zeven. Groep de Mos is met negen zetels de grootste.

„Ontzettend irritant”, zegt Bas Erlings, ‘hoofd strategie’ van de VVD, bij een ontbijt op het Binnenhof met collega-campagneleiders. Waarom Rutte al zo snel vooruitliep op een VVD-overwinning? Erlings: „Het ging ineens zo hard in de steden.”

Bij het CDA moeten ze er op donderdag om lachen. „Wij dachten nog”, zegt CDA-campagneleider Nelleke Weltevrede: „Wat weet Rutte dat wij niet weten?”