Verdachten in MH17-proces kunnen via videoverbinding worden berecht

Verdachten van de aanslag op de MH17 kunnen ook terechtstaan via een videoverbinding. Dit geldt bijvoorbeeld voor verdachten die zich in Oekraïne bevinden en niet kunnen worden uitgeleverd. De Oekraïense Grondwet verbiedt de uitlevering van eigen onderdanen. Berechting met behulp van een videoverbinding is sinds vorig jaar wettelijk mogelijk.

De nieuwe berechtingsmethode staat genoemd in wetsvoorstellen die de ministers Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) en Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) woensdag naar de Tweede Kamer hebben gestuurd met het oog op een rechtszaak. Eerder was al besloten dat de vervolging en berechting in Nederland zullen plaatsvinden. Er wordt nog gezocht naar een geschikte locatie in Den Haag.

De bestaande Haagse rechtbank is niet geschikt „voor een proces van dit karakter en deze omvang”, schrijven beide ministers. Er zal sprake zijn van een groot aantal procespartijen, waaronder nabestaanden, tolken en een naar verwachting grote publieke belangstelling. Vanwege de vele nationaliteiten onder de slachtoffers wil de regering het mogelijk maken dat het proces wereldwijd integraal via internet zal zijn te volgen.

Overigens is het onderzoek naar de daders van de aanslag op de MH17 van Malaysia Airlines van 17 juli 2014 nog in volle gang. Alle 298 inzittenden, onder wie 193 Nederlanders, kwamen om het leven toen het toestel boven Oekraïne werd neergehaald. Volgens het Openbaar Ministerie is de Boeing neergehaald door een uit Rusland afkomstige Boek-raket.

Voor de opsporing werkt Nederland samen met Australië, België en Oekraïne in het Joint Investigation Team. Het uiteindelijke proces zal gevoerd worden volgens de Nederlandse rechtsregels, met Nederlandse aanklagers, advocaten en rechters. Tegelijk moet volgens de twee ministers rekening worden gehouden met de internationale aspecten.

Het is nog onduidelijk wanneer het proces zal beginnen. Op de begroting is tot en met 2023 jaarlijks 9 miljoen euro gereserveerd.