Speciale school pionier in seksuele vorming

‘Excellente’ Van Koetsveldschool

Een Amsterdamse school is ‘excellent’ door de wijze waarop seksuele vorming wordt gegeven. De VO-raad is tegen zo’n ‘Michelinster’.

Les weerbaarheid en seksuele vorming op de Van Koetsveldschool in Amsterdam: meisje speelt een emotie na en wordt ‘getroost’ door de juf, bij wijze van oefening. Foto Olivier Middendorp

Juf Lotte heeft een houten bord voor zich staan, waar ze steeds een ander plaatje in schuift. Van een meisje met krokodillentranen, een brede grijns, een rood aangelopen hoofd. De elf kinderen uit de kring moeten bij elk plaatje zeggen hoe dat meisje zich voelt. Is ze woest, boos, bang, verdrietig of blij?

De leerlingen zitten in groep Kikker – groep 3 op een reguliere school, maar dit is de Amsterdamse Van Koetsveldschool. Hier zitten kinderen met een IQ van 35 tot 70, sommigen met een gedragsstoornis of autisme. Leerlingen krijgen vandaag les in het herkennen van emoties, een van de thema’s dit jaar rond seksuele vorming en relaties. Door de hele school hangen afbeeldingen van gezichtsuitdrukkingen en er liggen boeken over boos, blij, bang en verliefd.

Deze week is de ‘week van de lentekriebels’, een jaarlijkse projectweek van kenniscentrum Rutgers waarin scholen lesgeven over seksualiteit en weerbaarheid. Dit jaar komt voor het eerst een lesmethode voor het speciaal onderwijs uit: een aangepaste variant van ‘kriebels in je buik’ van Rutgers. Zo zijn plaatjes versimpeld – want piemels met een gezichtje erop, die zijn voor veel van deze kinderen niet te begrijpen.

Op de Van Koetsveldschool maakt seksuele vorming al langer deel uit van het onderwijs. De school kreeg er onlangs het predicaat excellent voor, een eretitel van de onderwijsinspectie voor scholen die ergens in uitblinken. De blauwe vlag met het woord ‘excellent’ wappert sindsdien trots aan de voorgevel. „Onze leerlingen zijn kwetsbaar”, zegt directeur Camille van Ruth, die de school in vijf jaar tijd van ‘zwak’ naar ‘goed’ bracht. „Bij zo’n 10 procent is het meldpunt Veilig Thuis actief. Het is belangrijk dat zij weerbaar worden.”

Geen schaamtegevoel

Toen orthopedagoog Sandra Zaal en docent Sonja Brilman zo’n twintig jaar geleden op de school kwamen werken, vertellen ze, werd er nauwelijks over het thema gesproken. Leerlingen met een beperking werden niet als seksuele wezens gezien. „De teneur was: laten we maar geen slapende honden wakker maken”, zegt Zaal. „Terwijl hun lichamelijke ontwikkeling niet stilstaat”, zegt Brilman. „Alleen hun sociaal-emotionele ontwikkeling loopt niet parallel.”

Voor kinderen met een beperking is het bijvoorbeeld moeilijk aan te voelen wat geaccepteerd gedrag is. Dus kunnen ze de wc afkomen met hun broek nog op hun enkels, geven ze iedereen een kus of zitten ze steeds aan hun geslachtsdeel in de klas – een schaamtegevoel bereiken veel kinderen niet. Ook voelen ze niet altijd goed aan wat de grenzen bij de ander zijn. „Daarom stimuleren we positief gedrag door het voordoen”, zegt Zaal. „We willen leerlingen die de uitleg niet begrijpen, inprenten wat sociaal geaccepteerde omgangsvormen zijn.”

Dat geldt ook andersom: kinderen met een beperking worden vaker seksueel misbruikt. Ze kunnen moeilijker aan informatie komen over seks, bijvoorbeeld omdat ze die niet begrijpen, of omdat hun omgeving niet weet dat zij seksuele gevoelens hebben. Experimenteren is voor deze groep moeilijker vanwege een gebrek aan privacy. En dan zijn er nog communicatieproblemen: sommige kinderen begrijpen nuances niet, zij hebben expliciete taal nodig. Maar juist voor seks gebruiken volwassenen verbloemde woorden.

Hand in de broek

De afgelopen jaren droeg de Van Koetsveldschool bij aan leerlijnen seksuele vorming voor het speciaal onderwijs. Brilman en Zaal stuitten geregeld op een gebrek aan materiaal: de pictogrammen en handgebaren die de school gebruikt om leerlingen woorden te leren, bijvoorbeeld, waren er niet voor begrippen als ‘baby in de buik’ of ‘hand in de broek’.

De lessen gaan over vragen als: hoe dicht kun je tegen elkaar aanzitten? Hoe begroet je een vriend en hoe een geliefde? En wanneer zeg je: stop, hou op? „Juist voor deze kinderen zijn sociale vaardigheden belangrijk om zich staande te houden in de maatschappij”, zegt Brilman. „Seksuele vorming is daar een deel van.”

De les van juf Urmila bij groep Dolfijn (10-12 jaar oud) gaat vandaag over vertrouwen. „Na school gaan jullie naar een sportclub of de naschoolse opvang”, zegt ze. „Daar vertrouwen jullie mensen. Maar let op, er zijn dingen waar je op voorbereid moet zijn.” Ze laat een item zien van het Jeugdjournaal over misbruik. Een meisje vertelt dat ze het vervelend vindt als iemand haar aanraakt. „Dan zeg ik: stop, hou op!” Sommige kinderen met autisme of hechtingsproblemen zijn overgevoelig voor aanrakingen, vertelt juf Urmila later.

Dan krijgen de leerlingen een groene, gele en rode smiley. Ze moeten omhooghouden wat van toepassing is. „Wie zegt: ik vertrouw op school de juf?” Vrijwel alleen groen de lucht in. „En wie zegt: buiten kan ik een vreemde meneer of mevrouw mijn geheimen vertellen?” Alles rood. „Mensen kunnen slechte dingen doen”, verklaart een jongen zijn keuze. „Misschien nemen ze je zomaar mee.”

Sommige mensen, vat juf Urmilla samen, zijn in bepaalde situaties belangrijker dan anderen. „Weet welke mensen belangrijk zijn voor jou.”