Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Martijn Bink

Ik lag op de bank naar de verkiezingsavond van de NOS te kijken. Het was me die dag in de rug geschoten, er zaten al twee ibuprofen in. Ik verrekte van de pijn terwijl het op en neer klotste van Weert naar de zandgronden van Emmen en weer terug naar Ron Fresen, een man met een mening over elke exitpoll. Ik verheugde me eigenlijk alleen nog maar op een zaaltje van de PvdA, op mensen met nog meer pijn dan ik.

En toen was daar opeens verslaggever Martijn Bink bij een dansschool in Alphen aan den Rijn die constateerde dat het dansen ondanks de uitslagenavond gewoon doorging. Later dook hij in dezelfde plaats ook nog op bij een concert van een Pink Floyd-tributeband en in het uitgaansleven van Leiden, dat ook maar gewoon doorging.

Vraag: „Bent u benieuwd naar de uitslag?”

Antwoord: „Nee, niet echt.”

Er was op die immense NOS-redactie - het was daar echt wel alle hens aan dek, werkelijk iedereen die ooit een microfoon had vastgehouden mocht uitrukken - duidelijk geworsteld met de vraag hoe recht te doen aan de niet-stemmers. Iemand moet geopperd hebben dat die op verkiezingsdag natuurlijk ook maar gewoon doorgaan met leven en daarop moet iedereen naar Martijn Bink gekeken hebben, maar het kan ook goed zijn dat hij zelf zijn hand opstak. Als er iemand goed was in het stellen van vragen waarop je het antwoord al van kilometers ziet aankomen, was hij het.

Nou daar stond hij dan in Alphen, hoepel in de hand.

Of de niet-stemmer er maar eventjes doorheen wilde springen.

Nou daar stond Martijn Bink dan in Alphen, hoepel in de hand

En ja hoor, plof, daar gingen ze, een voor een. Meesterlijk, je kreeg zin in nog meer. Omdat ik niet kon slapen, lagerugpijn is echt klote, verdiepte ik me tot laat in het leven en werk van Martijn Bink. Op de website van de NOS stond: ‘Ooit kregen we op de lagere school de opdracht om te tekenen wat we later wilden worden. Ik tekende een poppetje met een camera en een microfoon. Op jonge leeftijd wist ik dus al dat ik journalist wilde worden.’

De dag na de verkiezingen, er werd alweer vergaderd, sprong er een man van de publieke tribune in de Tweede Kamer. Een zelfmoordpoging. Bizar en treurig tegelijkertijd, maar in mijn hoofd was Martijn Bink al onderweg met een cameraploeg naar Den Haag. Hij ging ooggetuigen vragen wat ze vonden van Ronald Koeman als bondscoach.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

Lees ook de column van Japke-d Bouma over de verkiezingen: Het is geen feest om te stemmen
    • Marcel van Roosmalen