‘Ik wil in mijn eigen hoofd wonen’

Tara Westover

Als kind van Mormoonse ouders werd ze voorbereid op het einde van de wereld. Haar memoir is een wereldwijde bestseller. ‘Het begon te haperen toen ik schreef over dingen die ik mis uit mijn kindertijd.’

Voor iemand die de helft van haar leven in gevangenschap heeft geleefd – gevoelsmatig dan – ligt een petieterig hotel als interviewlocatie niet voor de hand. Schrijfster Tara Westover is te bescheiden om te klagen over de keuze van haar uitgever. Maar aan de manier waarop zij door het raam naar de Amsterdamse grachten tuurt, zie je dat ze liever ergens anders zou zijn. „Ik zou graag iets leuks doen, maar zit hier opgesloten”, zegt zij. „Gelukkig is het uitzicht mooi.”

Westover (1986) is een literaire sensatie. Haar eerste boek Educated (de vertaling Leerschool verschijnt komende week) is een wereldwijde hit. ‘De beste memoir in jaren’, schreef USA Today. Haar boek voerde de bestsellerlijst van de New York Times aan. Oprah Winfrey noemde het een van haar favorieten.

Leerschool samenvatten is niet zo moeilijk. Een meisje groeit op in een groot Mormoons gezin in Idaho, dat zich voorbereidt op het einde van de wereld. Ze gaat niet naar school, heeft geen geboortecertificaat en verzamelt schroot voor haar geesteszieke vader. Gaandeweg ontdekt zij dat de wereld buiten haar geloofsgemeenschap beter bij haar past. Tegen de zin van haar vader gaat zij boeken lezen om te kunnen studeren. Ze haalt een PhD in intellectual history and political thought in het Engelse Cambridge en verbreekt het contact met haar ouders.

Westover ziet dit soort samenvattingen vaak voorbijkomen. Soms ligt de nadruk op ‘religieus fanatisme’, zegt zij. Soms op ‘wilskracht’ of ‘zelf-educatie’. Maar voor haar is Leerschool een zoektocht naar wat het betekent om een identiteit te hebben.

Uw broer Shawn speelt een belangrijke rol in het boek. Hij beschermde u, maar maakte zich ook schuldig aan fysieke en emotionele mishandeling. ‘Hij had mijn definitie van mezelf veranderd’, schrijft u.

Ze knikt. „Die tweeslachtigheid maakte onze relatie ingewikkeld. Shawn kon ongelooflijk lief en gevoelig zijn. Met gevaar voor eigen leven redde hij mij eens tijdens een wilde paardenrit. Maar hij kon ook controlerend, manipulatief en gewelddadig zijn. Dan duwde hij mijn hoofd in de wc-pot. Vanwege zijn zachte kant heb ik zijn problematische kant lang vergoelijkt. Alsof tien rotminuten op een mooie dag weinig uitmaken.”

Shawn dacht te weten wat zijn zusje drijft, denkt en voelt. Hij had er grote problemen mee toen zij als adolescent veranderde. En hij is niet de enige die slecht met verandering om kan gaan, zegt Westover. „Veel mensen hebben de mond vol van democratie en gelijkheid, maar oordelen hard als iemand een andere versie van zijn persoonlijkheid ontwikkelt. Niet voor niets eindig ik mijn boek met harde woorden als ‘verraad’ en ‘leugen’. Want met dat soort begrippen werd ik geconfronteerd.”

Vereist het moed om trouw te blijven aan jezelf als anderen je anders definiëren?

„Ja, maar het vereist vooral overtuiging.”

Waar haalde u die overtuiging vandaan?

„Door mij in de geschiedenis te verdiepen. Als kind groeide ik op met mijn vaders meningen. Zijn meningen waren de mijne. Dat leidde tot ongemakkelijke situaties toen ik naar de universiteit ging. In mijn boek beschrijf ik hoe ik tijdens een college over Joodse geschiedenis vraag wat het woord ‘holocaust’ betekent. Ik had er nog nooit van gehoord. Dat gold ook voor de Protocollen van de wijzen van Sion, een document dat zogenaamd bewijst dat machtige Joden uit zijn op wereldoverheersing. Toen mijn vader mij op de universiteit opzocht, kreeg ik een antisemitische preek van hem. ‘Joden zijn uit op een Derde Wereldoorlog’, zei hij. ‘Lees de Protocollen van de wijzen van Sion.’ Maar door mijn colleges wist ik dat het document fake is en dat het Hitler er niet van weerhouden heeft de Protocollen in Mein Kampf op te nemen. Voor het eerst verschilden mijn vader en ik van mening. Ik werd de ouder, hij het kind. Dat veranderde niet alleen mijn relatie met hem, maar ook die met mezelf. Ik leerde vasthouden aan mijn ideeën, ook bij forse tegenstand.”

Veel mensen denken dat Westover Leerschool schreef om weer in contact te komen met haar ouders, zegt zij. En misschien klopt dat voor een deel ook wel. Ze blijft naar tekenen zoeken dat haar ouders accepteren dat zij haar eigen weg koos. „Al wacht ik er niet meer op.” Maar belangrijker is dat zij met het boek háár beeld van de werkelijkheid schetst. Een harde, grillige werkelijkheid, soms onderkoeld opgetekend. „Ik nam de onmogelijke beslissing om mijn ouders niet meer te zien. Daar moest ik vrede mee zien te krijgen. Het boek heeft mij daarbij geholpen. Het had een therapeutische werking.”

De overweldigende reacties op Leerschool confronteren Westover met een oud gevoel: dat wreedheid beter te verdragen is dan vriendelijkheid. „Complimenten werkten op mij als vergif”, schrijft zij in haar boek. „Ik stikte erin.”

Waarom valt lof u zo zwaar?

„Het voelt ongemakkelijk, omdat ik mijzelf lange tijd alleen door de ogen van mijn broer kon zien. Het woord ‘hoer’ – zijn roepnaam voor mij – heb ik jaren met mij mee gedragen. Natuurlijk is het heerlijk als mensen je met complimenten overladen, maar het is net zo belangrijk voor mij om te beslissen hoe ik over dingen denk. Ik wil in mijn eigen hoofd wonen, en voorkomen dat ik naast mijn schoenen ga lopen. Laatst zei iemand dat mijn boek aan James Joyce doet denken. James Joyce! Ik hoop niet dat ik ooit zo narcistisch word dat ik denk dat ik de nieuwe James Joyce ben.”

Uw boek is in 21 talen vertaald. Heeft u een verklaring voor dat succes?

„Mensen denken graag na over onderwijs. Helemaal als het over niet-geïnstitutionaliseerd onderwijs gaat – dat fascineert. Maar ook het familieverhaal spreekt aan. Veel mensen ervaren problemen met loyaliteit, schaamte en vernedering in gezinsverband. Maar zelden hoor je iemand zeggen: „Mijn ouders denken dat ik geen goed mens ben.” We houden het liever voor ons. En áls daar al boeken over worden geschreven, gaat het vaak om een terugblik van langer geleden. Ik had Leerschool ook aan het eind van mijn leven kunnen schrijven, maar dan was het een heel ander boek geworden. Dan leven mijn ouders niet meer en was het een afrekening geworden. Ik wilde juist in de chaos van het nu schrijven. Niet alleen vanwege de therapeutische werking, maar ook omdat mensen die in dezelfde chaos zitten, zich beter kunnen identificeren. Zelf heb ik dat soort boeken ontzettend gemist.”

Een artikel schrijven als student is heel wat anders dan een memoir van 400 pagina’s. Wie of wat hielp u daarbij?

„Het was een moeizaam, maar boeiend proces. Als kind las ik alleen de Bijbel en Mormoonse theologie. Daarin speelt narratief geen grote rol. Ik heb jarenlang dagboeken bijgehouden, maar die voldoen absoluut niet aan artistieke of retorische maatstaven.” Ze trekt een vies gezicht. „Het was een hoop blablabla. Maar goed, het was dan ook alleen voor mezelf bedoeld.”

Toen zij na haar PhD, in 2014, besloot een boek te gaan schrijven, begon Westover met een Google-search: wat is narratieve kunst? Dat hielp weinig en ook het lezen van romans zorgde voor frustratie. „Het neemt veel tijd in beslag en ik had haast.” Pas door korte verhalen te analyseren – van situaties tot personages, van gezichtspunt tot sfeer en spanning – maakte zij progressie. „Ik ontdekte toen ook de New Yorker Fiction Podcast, waarbij schrijvers hun werk met een redacteur bespreken. Een geweldige manier om te leren schrijven. Zeker zestig procent van mijn schrijverstraining heb ik aan die podcast te danken.”

Een tijd lang maakte Westover deel uit van een schrijfgroep in Londen. Zij legde hoofdstukken van haar boek aan de andere leden voor. „In het begin vonden ze het shit wat ik schreef. En dat was ook zo. Pas na vier maanden kwam ik met een hoofdstuk dat vrijwel onveranderd in het boek terechtgekomen is: over een auto-ongeluk waarbij mijn moeder hersenletsel oploopt.” Het is een van de vele ongelukscènes in het boek. Broer Luke vat vlam, broer Shawn valt van een metershoge pallet af en zelf krijgt Tara een ijzeren spies door haar been. Haar vader komt er het slechtst vanaf: hij verliest een deel van zijn gezicht en vingers als de vonk van een lasbrander in een tank terechtkomt.

Welke passages vond u het moeilijkst om te schrijven?

„Ik dacht dat ik moeite zou hebben met passages over nare herinneringen, zoals de mishandeling van Shawn. Maar juist bij het schrijven over dingen die ik mis uit mijn kindertijd, begon het te haperen: de natuur rond ons huis in het voorjaar, het gepraat en gelach van mijn moeder als zij met kruiden in de weer was. Het kostte minder moeite te accepteren dat mijn broer mij heeft mishandeld, dan toe te geven dat ik mooie dingen heb verloren.”

Zijn er familieleden met wie u nog wel contact hebt?

„Met mijn broers Richard, Tyler en Tony, wat tantes, ooms, neven en nichten. Met de rest heb ik geen contact meer. Maar weet je wat het is? Hoe groter de kloof, hoe kleiner de woede. Jarenlang heb ik mezelf met woede tegen hen beschermd. Woede die doorsijpelde in al mijn relaties. Nu de oorlog voorbij is, voel ik mij zó veel gelukkiger. Ik blijf liefde voor hen voelen.”

    • Danielle Pinedo