Opinie

    • Japke-d. Bouma

Het is geen feest om te stemmen

Japke-d. Bouma schrijft elke week over de taal die ze om zich heen hoort. Deze week: ‘Het feest van de democratie’.

Hoe was het, woensdag? Hoe laat waren jullie thuis, nog gezoend? Dat zijn de vragen die je altijd krijgt als ergens een feest was, dus ik vraag het ook maar even aan al die mensen die verkiezingen „het feest van de democratie” noemen.

Ik zeg het maar meteen: ik vond het geen feest. Ik vind iets een feest als je de dag erna met een piep in je oor ergens in een berm wakker wordt met spierpijn van het dansen, je een taxi belt, thuis een bak bami uit je koelkast naar binnen werkt en weer gaat slapen.

Dat was dit niet.

Het betreden van het gymzaaltje, de ‘bijzondere’ basisschoolgeur, het stembiljet, de uitvouwstress, de keuzestress, de inkleurstress, de potloodvegenstress, de invouwstress, de welke-stembus-moet-ik-hebben-stress. En dan op de afterparty waar zelfs de verliezers blij zijn, de hele avond speeches aanhoren met clichés als „verbinden, samenwerken, kansen, uitdagingen, trots op onze vrijwilligers in het land, mooi resultaat en het leeft”. Het begint steeds meer te lijken op het feestje van een bijna vergeten oudtante die in een benauwd zaaltje aan de andere kant van het land haar laatste verjaardag viert. Laten we eerlijk zijn, jongens: dat we dáár de term ‘feest’ voor misbruiken moet maar eens afgelopen zijn.

In een afgekoeld stadhuis, met afgekoelde koffie, droge cake en slappe tosti toe. Feest!

Natuurlijk zitten er ook heus wel voordelen aan ons feest van de democratie. Namelijk dat het lekker kort is, dat het, zo las ik op mijn stembiljet, in „een openbaar lichaam is” en hoe vaak kom je daar nou; en dat het om de hoek is. Dus je hoeft er niet voor naar Amsterdam, niet met de nachttrein of bij iemand in een slaapzak op de bank. Maar dan heb je het wel gehad.

Nee dan de oude Grieken. Als je gaat kijken op de plek waar het feest ooit begon, daar staan alleen nog maar een paar zuilen overeind en dan weet je wel wat voor feest het was. Dat zou je hier toch ook wel willen meemaken, grootsch en meeslepend. Dansen op de vulkaan, dat werk. In plaats daarvan zit je de hele avond naar Ron Fresen te kijken op tv.

En dan nog te bedenken waar we het allemaal voor doen: om te zorgen dat onze democratisch uitverkorenen zich weer jarenlang voor ons in het zweet moeten gaan werken en moeten gaan ruziemaken over bestemmingsplannen. Met openbare orde. Hondenpoep en geluidsoverlast. Op raadsvergaderingen, iedere week weer ná hun gewone werkdag op weer zo’n dinsdagavond in een afgekoeld gemeentehuis, met afgekoelde koffie, droge cake en een slappe tosti toe, alsof het een begrafenis is. Maar nee: democratie! Feest!

Lees ook: Zo beleefde Nederland de verkiezingen

Ik stel daarom voor om er óf ook echt een feest van te maken, met drank, Armin van Buuren, een jargonverbod en goede hapjes – een soort project X maar dan zonder vernielingen – óf te stoppen met de term ‘feest van de democratie’ en het gewoon te noemen wat het is, namelijk ‘je burgerplicht’. Niks mis mee. Niet alles hoeft een feest te zijn, hè. Even de tanden op elkaar en als je geen zin hebt, dan maak je maar zin.

‘Feest’ vind ik sowieso veel te vrijblijvend, hou eens op. Voor een feest zet je je beschaving opzij, stemmen ís beschaving. Feesten kan je afzeggen, stemmen niet.

Is dat helder zo?

Taaltips via @Japked op Twitter.
Lees ook: Volg hier live de verkiezingsuitslagen
    • Japke-d. Bouma