Recensie

Geïsoleerd in het universum

Dorthe Nors

De nieuwe roman van deze Deense schrijfster draait om de vraag: hoe kun je deelnemen aan het leven en het tegelijk op een afstandje houden? Een vrouw van in de veertig zoekt het evenwicht.

Hoofdpersonage Sonja Hansen denkt aan de film Contact, waarin Jodie Foster op een ruimtereis is ergens ver in het melkwegstelsel Scènebeeld uit de film ‘Contact’

Het enige dat nodig is voor tragiek is volharding. Te leven, een beslissing die mensen in feite iedere dag stilzwijgend maken, brengt dan ook enige tragiek met zich mee. Er valt te betogen dat tot voor kort westerse mensen de tragiek van het leven droegen omwille van iets dat buiten henzelf lag. Dat was religieus van aard. En later verschoof dat naar de (romantische) liefde voor een ander.

Sonja Hansen, de moderne held van Dorthe Nors’ nieuwe roman Spiegel spiegel schouder, treffen we in een levensfase waarin zij zich met beide weinig verbonden weet. Dat zij volhardt, de tragiek draagt, er ook een onderkoelde komedie van smeedt, is haar nu en dan een wreed en eenzaam raadsel.

Wat knap is, is dat het de Deense Dorthe Nors (1970) lukt in haar roman dit ‘nu en dan’ inzichtelijk te maken. Ze vangt de schoonheid van het belang én de rommelige onbelangrijkheid van het in leven zijn. Het lukt haar te tonen hoe mensen (van nu) monter de noodzakelijke samenhang aanbrengen in hun onsamenhangende levens en op lucide momenten grote moedeloosheid ervaren in het construeren hiervan.

Hoe knap dat is, is niet onopgemerkt gebleven, Spiegel spiegel schouder was onder meer genomineerd voor de Man Booker International Prize 2017. Haar geestige en scherpzinnige verhalenbundel Karateslag/Minna zoekt oefenruimte is een van haar weinige boeken die al in het Nederlands vertaald is.

Hoe kun je deelnemen aan het leven en het tegelijk van een afstandje beschouwen? Dat is een van de vragen die Sonja Hansen, een paar jaar over de veertig, vaak bezighoudt. Op de eerste pagina introduceert Nors haar middenin in een rijles. ‘Je bent een echte doorzetter, zei haar moeder altijd en dat klopt; Sonja geeft niet op. Dat zou ze wel moeten doen, maar ze doet het niet […]’ Ze is stroef in de omgang, uitermate zelfbewust en ze speelt niets weg. Juist dit te weten zit haar dwars.

Veel van wat Sonja weet zit haar dwars. Zo vertaalt ze de krimi’s van een beroemde Zweedse schrijver naar het Deens. Maar hoe graag vrouwen lezen over vermoorde vrouwen verontrust haar. ‘Tegenwoordig weet ze vooral hoe lijken in greppels worden gegooid. In greppels, diepe bossen, kalkgroeves en op vuilnisbelten. Overal in de openbare ruimte in Scandinavië liggen verminkte vrouwen en kinderen weg te rotten.’

Uitlaatklep

Haar zuster Kate, met wie het samenleven niet makkelijk is, verdenkt ze ervan deze krimi’s te lezen omdat ze een prima uitlaatklep vormen voor ‘de zelfhaat die ze vast wel heeft’. Kate is een bron van verlangen in Sonja. De roman is in die zin ook een studie naar de afstand die er ongewild kan groeien tussen familieleden. En groter: de afstand die er groeit tussen jezelf en je jeugd. Zo stelt Sonja stuurse brieven op aan het thuisfront, hunkerend naar meer contact. En belt ze veel naar haar zuster Kate in een klein boerendorp buiten Kopenhagen. Sonja heeft het verruild voor de grote stad, om als eerste uit haar gezin te gaan studeren.

Eindelijk neemt Kate de telefoon eens op. ‘Er is toch niets gebeurd?’ Haar afwijzende lauwheid schrijnt. Ze is Sonja niet goed- en niet slechtgezind, ze stelt haar ook geen vragen. Tot Sonja iets over een waarzegster vertelt, die haar een voorspelling deed. De vraag die de zuster dan toch stelt: ‘Zei ze ook iets over mij?’

Sonja hanteert in haar (zelf)beschouwingen een scherpte die vernietigend kan zijn. Dit onbedoeld zelf-schadende van de denkende mens vangt Nors met precisie. Sonja verlangt en probeert, maar bij haar vriendin Molly, die een uitgebreid seksleven instrumenteel inzet als antidepressivum, denkt ze dat ‘het is alsof Molly’s gezicht voorzien is van een rolluik zoals je die wel ziet bij juwelierszaken. Ze kan het luik laten zakken, snel, zodat niemand binnen kan dringen om te pakken wat hij pakken kan. Die techniek beangstigt Sonja.’

En over de eerste ontmoeting met een later ontrouwe geliefde: ‘Ze had geglimlacht en Paul had automatisch zijn gezicht vol opengedraaid. Uit alle gezichtsopeningen stroomde warmte en Sonja had niet door dat ze getuige was van een truc. Ze dacht dat zij die warmte op Pauls gezicht opriep.’ En net als je haar wat minder scherpte gunt: ‘Het is moeilijk om kleren te vinden die passen bij je lichaam en het is moeilijk om de taal passend te krijgen voor de mensen van wie je houdt.’ Nors houdt Sonja steeds balancerend, en nét in het wankele evenwicht van een alleen, groot mens, niet jong, niet oud, ietwat verloren levend in een grote stad.

Ze peurt een gedeelte van haar evenwicht uit het feit dat ze een ontsnappingskunstenaar is. Steeds verlangt Sonja Hansen in gelijke delen naar contact en naar alleenheid. Beschouwen en deelnemen. Wat haar noopt toch weer de benen te nemen zodra het verlangde contact nadert, als het niet in persoon is, dan wel in haar gedachten.

Tussen de gymtoestellen

Mooi vind je dit terug in de vorm van het boek. De hoofdstukken eindigen vaak met een afdwalende Sonja, die zich terugtrekt in zichzelf, als een kleine uitloopscène aan het einde van een film. Sonja die iets voor zich uit humt, iets herhaalt, die met zichzelf in gesprek is, meer dan met iets of iemand in de buitenwereld. Dat ze daarna opnieuw mee moet doen in de handeling van haar eigen leven, voelt dan heel slim aan, als iets dat zich met enige tegenzin voltrekt.

Op een van haar ontsnappingen aan het hier en nu denkt Sonja aan de film Contact. Jodie Foster is daarin op een ruimtereis ergens ver in het melkwegstelsel en wordt zelf ‘mentaal naar een herinnering getransporteerd’. Ze spreekt dan met haar overleden vader op een strand. Sonja ziet zichzelf als Jodie en haar vader zegt: ‘„You feel so cut off, so lost, so alone”, en waar hij op doelt is de mensheid die zich geïsoleerd voelt in het universum.’ Zelf lijkt Sonja Hansen haar netelige positie als mens op aarde samen te vatten als ze beschrijft hoe ze zich eens tijdens een gymles verstopte tussen gymtoestellen, onder het paard: ‘Ik moet me pijnlijk bewust zijn geweest van mijn afzondering en tegelijkertijd hopeloos verliefd op de potentie ervan.’

Alleen, en hopeloos verliefd op de mogelijkheden. Daar kun je het tragische huwelijk in zien tussen beschouwen en deelnemen. En een liefdesverklaring aan het leven.

Correctie (26 maart 2018): In een eerdere versie zijn door een redactionele fout de namen Sonja en Kate omgewisseld in de zin over een voorspelling van een waarzegster. In de versie hierboven is dat gecorrigeerd.