Commentaar

Nederland zou goed een bemiddelende rol kunnen spelen in EU

De Franse president brengt niet wekelijks een bezoek aan de koning en de premier van Nederland. Zeker zo pal voor de bijeenkomst deze donderdag in Brussel van Europese regeringsleiders en de Eurotop van vrijdag viel de visite van Emmanuel Macron aan Den Haag woensdagavond op. Tegen de Tweede Kamer zei minister-president Mark Rutte (VVD) dinsdag dat men niet te veel moest zoeken achter het Franse bezoek. Het zou niets te maken hebben met de Europese Raad. Het was eenvoudig op een eerder moment reeds afgesproken. De irritatie bij SP-woordvoerder Renske Leijten over deze houding van de premier was terecht. Rutte probeerde op een al te opzichtige manier uit te komen onder zijn informatieplicht aan de volksvertegenwoordiging.

Het bezoek van de president en met name diens timing is niet los te zien van een paar recente ontwikkelingen. Zo is tussen Berlijn, waar eindelijk een nieuw kabinet aan het werk is gegaan, en Parijs een sfeer van eendrachtig samenwerken aan de verdieping van de Europese Unie, en dan met name van de Monetaire Unie, opgebloeid. Het was geen geheim dat er tussen bondskanselier Angela Merkel en Macrons voorganger, de socialist François Hollande, weinig liefde verloren ging als het over deze thema’s ging. Met Macron verwacht Merkel beter zaken te kunnen doen, ofschoon diens federatieve Europese lijn niet spoort met die van de Duitse bondskanselier.

Nadat Merkel deze maand opnieuw was ingezworen, was haar eerste daad: het vliegtuig nemen naar Parijs. Tegen de Duitse pers verklaarde ze dat Duitsland onder voorwaarden akkoord zou kunnen gaan met Macrons EMU-plannen. Ofschoon ze niet naliet haar gebruikelijke verzet tegen het „vergemeenschappelijken” van staatsschulden te uiten.

Ook stipuleerde ze dat lidstaten eindverantwoordelijkheid blijven dragen voor hun eigen staatshuishouding. Toch klonk Merkel bereidwilliger dan ooit om zaken te doen. Er valt met haar te praten over „hoeveel competenties men zou willen overhevelen naar het EU-niveau en hoeveel er tussen regeringen afgestemd zou kunnen worden”.

Enter Mark Rutte, die begin deze maand zijn inmiddels befaamde Europese toespraak hield in Berlijn. Daarbij zette hij, zoals eerder genoteerd op deze plaats, in heldere piketpalen het Nederlandse standpunt uiteen. Dat komt erop neer dat Den Haag onverminderd vasthoudt aan de afspraken van het Stabiliteits- en Groeipact: dingen gemeenschappelijk regelen best, maar alleen als de deelnemers hun financiën op orde hebben. Dat moet Merkel bekend in de oren hebben geklonken, want haar eigen voormalige minister Wolfgang Schäuble (Financiën, CDU) heeft die principes jarenlang spijkerhard uitgedragen.

Rutte heeft zich inmiddels aan het hoofd gesteld van een informele groep, de zogeheten ‘Noordelijke Acht’ , die hameren op zaken als strengere naleving van Europese begrotingsregels, sanering van staatsschulden en minder macht voor de Europese Commissie. Het is geen geheim dat Berlijn sympathiek staat tegenover deze groep, zoals bleek bij een recent bezoek van minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) aan Berlijn. Alleen: Merkel zal de laatste zijn die de Frans-Duitse as openlijk wil verzwakken.

Als Macron zijn hervormingen van de Europese Monetaire Unie voor elkaar wil krijgen, en de tijd daarvoor begint te dringen, zal hij dus ook moeten praten met Rutte. Dat is goed gespeeld door de Nederlandse premier, die woensdag via Le Monde liet weten dat zijn enige doel is zijn eigen ideeën te bevorderen en samen te zoeken naar oplossingen. Als Nederland na Brexit de positie van het Verenigd Koninkrijk binnen de EU wil overnemen, lijkt dat inderdaad een begaanbare route. Het oor van Macron heeft hij alvast.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.