De paarden op de Dam moeten weg

Paardenkoetsen

Vorige week besloot de gemeenteraad in Amsterdam dat de bekende paardenkoetsen op de Dam hier vanaf volgend jaar niet meer mogen staan.

Een van de paardenkoetsen op de Dam van Karos Citytours. Eigenaar Dikran Migdesyan: „Ik heb vijftien mensen in dienst. Allemaal paardenliefhebbers. Anders kun je dit werk niet doen.” Foto DrazenVukelic/Getty Images

„Kijk”, zegt Dikran Migdesyan (57) , hij wijst naar een man op de Dam met een paraplu in zijn hand - ‘free tours’. Een groepje toeristen heeft zich om de man heen verzameld. Die geeft zo een gratis rondleiding, zegt Migdesyan, maar de winkels waar hij de toeristen langs loodst betalen daarvoor. Business. „Dat mag wel.”

„En daar”, vijf meter verderop, een hotdogkraam. „Dat mag ook.” Maar zijn paardenkoetsen, die al bijna vijfentwintig jaar op de Dam staan en dagelijks gemiddeld vijf ritjes per paard maken, die moeten binnenkort verkassen. Weg uit de binnenstad.

Vorige week woensdag stemde de Amsterdamse gemeenteraad in met een voorstel van de Partij voor de Dieren (PvdD), dat geen nieuwe paardenkoetsvergunningen mogen worden uitgeschreven en dat de bestaande vergunningen voor het centrum vanaf april 2019 niet langer worden verlengd. Of de paardenkoetsbedrijven een andere plek krijgen toegewezen in de stad is nog niet bekend.

De paardenkoetsen nemen, volgens het initiatiefvoorstel (‘Ban de paardenkoets uit Amsterdam’), te veel ruimte in op straat. Ze zijn bovendien „niet bevorderlijk” voor het welzijn van de paarden. Plus een gevaar voor de openbare veiligheid. Zo zouden de afgelopen jaren verschillende incidenten hebben plaatsgevonden, volgens de PvdD. Na de bierfietsen, sinds eind 2017 geweerd uit het stadscentrum, sneuvelt nu dus ook de paardenkoets. Althans: de paardenkoetsen op de Dam – de koetsiers die ritjes leveren op bestelling mogen blijven rijden in het centrum.

Paardenkoets in Centrum. Van Lammeren (PvdD): „De dieren worden ingezet in een hele drukke en smerige stad.”

Foto Petek ARICI/Getty Images

PvdD-raadslid Johnas van Lammeren, afgelopen dinsdag verkozen tot beste raadslid van Nederland, licht telefonisch toe: „Deze dieren worden ingezet in een hele drukke en smerige stad. Dat is geen goed plan. Ik wil niet dat er nog dierenleed is voor het vermaak van toeristen.”

Dikran Migdesyan zucht. Vanuit een café aan de Dam heeft hij bijna zicht op zijn paarden. Al zo lang runt hij Karos Citytours en geeft hij rondritten over de grachten, met als startpunt de Dam. Incidenten waren er nauwelijks, zegt hij. Zijn zaak startte hij aanvankelijk als „werkleertraject”, vertelt Migdesyan, voor dakloze jongeren. Maar dat type jongere opleiden tot koetsier bleek lastig. Het idee flopte, de doelgroep was te grillig.

Inmiddels heeft hij vijftien mensen in dienst. „Allemaal paardenliefhebbers”, zegt hij, „anders kun je dit werk niet doen”. Hij is er trots op dat hij een bedrijf runt dat ritten door het centrum verzorgt. Het idee daarvoor nam hij over uit andere grote steden zoals New York, Wenen, Brugge, vertelt Migdesyan. Maar toen begon het ineens „moties te regenen” vanuit de Amsterdamse PvdD. Er kwam een eerste motie, een tweede, een derde. „Bij de eerste motie namen we ze nog niet zo serieus”, zegt hij.

Zwaar

Volgens Van Lammeren van de PvdD houdt Migdesyan te weinig rekening met het welzijn van de paarden. Zo zouden de paarden op snikhete dagen gewoon in de zon staan en te weinig rusten. Toen het in Amsterdam zo warm was dat werd aangeraden binnen te blijven en er flesjes water werden uitgedeeld in de stad, stonden die paarden gewoon op de Dam, zegt Van Lammeren. Hij stelt dat een zonnesteek dan op de loer ligt, zoals een Amerikaans onderzoek al eens aantoonde.

Migdesyan tovert een verslag uit zijn tas, een rapportage van 20 juni 2017, opgesteld door een dierenarts en in opdracht van de Landelijke Inspectie Dienst. De dierenarts controleerde die dag drie paarden op de Dam op hun fysieke gesteldheid. Conclusie: er was niks aan de hand, aldus Migdesyan.

Daar plaatst Piko Fieggen van de Dierenbescherming desgevraagd een kanttekening bij. Een paard gedijt het best bij temperaturen tussen de min 10 en plus 10, zegt hij, en het drukke centrum is voor zo’n dier een ontzettend stressvolle omgeving. Fieggen: „Een paard is een vluchtdier. In de stad moet hij constant impulsen onderdrukken en hij is voortdurend op zijn hoede – dat is ontzettend zwaar voor een paard.” Wat dan dus haaks zou staan op wat te lezen valt in de Agenda Dieren 2015-2018: Een dierenvriendelijk Amsterdam van de gemeente Amsterdam: „Houders van paarden voldoen aan de welzijnsrichtlijnen voor paarden.”

Wat Migdesyan steekt, zegt hij, is dat de communicatie met de gemeente en het raadslid van de PvdD zo stroef verloopt. Momenteel houdt hij zijn paarden thuis als de thermometer hoger dan 30 graden uitslaat. Dat wil hij in samenspraak met de gemeente best naar beneden bijstellen. En Migdesyan snapt ook wel dat de Dam een drukke plek is geworden. Hij vindt het geen probleem te verhuizen naar het Museumplein of de Stopera. „Maar ze reageren nooit op mijn verzoeken.”

De Dam is voor Van Lammeren slechts de eerste stap. Een logische volgende zou zijn om de paardenkoets verder te weren uit de stad. Want het verschil tussen de omgeving van de Dam en een willekeurige grote straat buiten het centrum zoals de Overtoom is qua drukte en smerigheid niet zo groot, zegt Van Lammeren. Migdesyan ziet dat niet snel gebeuren. Ik voel me een ambassadeur van deze stad, zegt hij: „Ook als ik meer buiten het centrum moet werken en de Dam als standplaats los moet laten, doe ik dat. Ik hou te veel van deze stad om dit op te geven.”

    • Martin Kuiper