De lokalo’s zijn niet meer weg te denken

Lokale partijen

Net als in 2014 koos een derde van de kiezers voor een plaatselijke partij. Niet het Binnenhof maar lokale issues houden hen bezig.

Vreugde bij Groep de Mos: in Den Haag is de partij van ex-PVV’er Richard de Mos (met bril) de grootste geworden. Foto Matijn Beekman/ANP

En de kaart kleurde…. Ja, wat eigenlijk? Lokaal, zoveel is duidelijk. Maar zoveel gemeenten, zo veel lokale partijen. Ze zijn niet over één kam te scheren. Het enige dat ze gemeen hebben, is dat ze niet aan een landelijke partij zijn gelieerd.

En dat, net als vier jaar geleden, een derde van de kiezers voor hén koos. Misschien leken ‘de lokalen’ eind vorige eeuw nog een achterhaald fenomeen, deze eeuw zijn ze een macht om rekening mee te houden.

Al vroeg in de avond was duidelijk dat de lokalo’s plusjes konden bijschrijven. Baarle! in Baarle-Nassau was met vijf zetels even kort de grootste partij van het land. En terwijl de avond vorderde, volgde winst in steden waar de lokalen voor het eerst de grootste werden, zoals Tilburg (Lijst Smolders) en ver na middernacht Den Haag (Groep de Mos). In twee van de vier grote steden – in Rotterdam bleef Leefbaar de grootste – zal nu een lokale partij het voortouw nemen bij de vorming van een college.

De winst van de lokale partijen ging net als vier jaar geleden ten koste van landelijke partijen. Die hadden vóór deze verkiezingen gewaarschuwd dat lokale partijen geen banden hebben met ‘Den Haag’, met het Binnenhof dus. Maar dát is juist voor kiezers de aantrekkingskracht: de focus van de partij van hun keuze is niet op nationaal, maar op lokaal. Niet op identiteit, maar op bomenkap. Niet op het salaris van de ING-topman, maar op het aantal gebouwde woningen. Wie lokale verkiezingsdebatten volgde en kiezers op straat sprak, hoorde al dat de zorgen plaatselijker waren (en zijn) dan landelijke politici soms denken.

Al is dit niet de enige reden dat op lokalen wordt gestemd. Soms is het afwezigheid van een landelijke partij – de Partij van de Dieren deed in slechts 15 gemeenten mee, de PVV in 30 van de 335. Soms ook juist is afkeer van landelijke politici de reden.

Uit NRC-onderzoek bleek dat tweederde van 700 lokale partijen zich in het partijprogramma profileerde op veiligheid én op groene en sociale thema’s. Uit de uitslag blijkt dat landelijke partijen er op lokaal niveau onvoldoende antwoord op hebben.

Ten onrechte bestaat het idee dat lokale partijen populistisch zijn. Maar het venijnige anti-establishment van begin deze eeuw, toen de Leefbaren opkwamen, is er vanaf, signaleerde eerder Marcel Boogers, hoogleraar regionaal bestuur aan de Universiteit van Twente in deze krant. Een van de redenen daarvoor is dat sommige lokale partijen al jaren meebesturen.

Van een doorbraak voor lokale partijen kan daarom ook niet worden gesproken. De lokalo’s hadden al een derde van de raadsleden en een derde van de wethouders. En zij worden voor het meebesturen – net als landelijke partijen – ook afgestraft. In bijvoorbeeld Den Haag zag de grote verrassing van vier jaar geleden, de Haagse Stadpartij, het aantal zetels van 5 naar 2 terglopen. In Almere kondigde Leefbaar – de afgelopen vier jaar in het college – al aan om na het zetelverlies weer oppositie te willen voeren. Wat dat betreft zijn lokale partijen net ‘normale’ partijen.

    • Titia Ketelaar