Recensie

De Mercedes CLS is naspel voor de belhamels

geniet van de nieuwe Mercedes CLS, maar weet dat die een naspel is. De zon is de Shell van morgen.

De Mercedes CLS bij Mercedes-Benz Nederland BV. Foto Merlijn Doomernik

De nieuwe Mercedes CLS is de derde generatie van de grote vierdeurs coupé die semisportief het gat vult tussen de E- en S-klasse. In zijn positie van frivool alternatief moet hij twee soorten vormelijkheid ontwijken; de burgerlijkheid van de E en het regenteske van de S. Hij doet het met de borst vooruit. In de dik hout-traditie van het merk zet hij de bloemen iets te gretig buiten; je ziet zijn vet haast door de naden glippen. De licht voorover hellende koplampen aan weerszijden van de grille doen aan de Ford Mustang denken, de achterkant herinnert aan de BMW 6 Grand Coupé. Beter goed gejat dan slecht gevonden. De kont van de vorige was een ramp, een vormloze helling met twee gigantische led-spiegeleieren op hoeken die geen hoeken waren.

Bij de introductie geven de makers hoorcollege. De mevrouw van de Kleuren en Materialen – dat zijn trouwens altijd mevrouwen – licht de chroomaccenten en de nieuwe kleurencombinaties toe. Ik bestudeer de stalen aan haar workshopwandje. De CLS is er in de mannenpakkentinten zilver, zwart, donkerblauw, grijs en wit. Verwacht geen vrolijke uitsmijters als appeltjesgroen, citrusgeel of babyblauw. Ironie past niet in het concept dat mannelijke ernst voorschrijft. Rood metallic kon net, rood leer mocht wel. Dat is het bloed van de prooien die hij virtueel verbrijzelt met zijn door een man getekende en door een vrouw verchroomde haaienbek.

Verderop leggen de ingenieurs, omringd door opengewerkte motoren, hun nieuwste vondsten uit. Met elektrische componenten hebben ze de prestaties verhoogd en het verbruik verlaagd. Technische spil van de beide drieliter zescilinders met turbo is EQ Boost; een combinatie van startmotor en dynamo plus een 48 volt-boordnet. Remmen en gas loslaten regenereren energie die via de accu met grotere opslagcapaciteit de elektrische systemen van milieuvriendelijk gewonnen stroom voorziet. De gebruikte elektromotor drijft de auto niet zelfstandig aan, maar ondersteunt de acceleratie met een forse 250 newtonmeter koppel en 22 pk extra vermogen. Daardoor zou een zescilinder nu moeten presteren als de achtcilinders die er niet meer zijn.

Mercedes levert de CLS bovendien met een nieuw ontwikkelde viercilinder benzinemotor, waarmee we mogen rijden zonder de nog geheime technische gegevens te kennen. Ik gok op minimaal 300 pk, want hij gaat hard vooruit. De geluidsdokters hebben er een passende soundtrack aan gekoppeld die de motor bij volgas bijna als een zescilinder laat schetteren. Spaarlustigen zullen geen hinder ondervinden van gekwetste ego’s.

Hondsdol dansorkest

Maar wie koopt een CLS voor de zuinigheid? Welke CLS-rijder zal met de twee magisch klinkende zescilinder diesels 1 op 15 halen, wat ze makkelijk redden? Ik vraag het motoropperhoofd wat EQ Boost aan verbruikswinst oplevert. Dat hangt van veel factoren af, zegt hij. Maar hebben jullie dan geen bezuinigingsdoelstelling, pak ik door? Geen antwoord. Dat geef ik dan maar; mijnheer, de testosteronspiegels van onze CLS-belhamels hebben we helaas niet in de hand.

Ik kijk naar die motoren. Ik zie de duizenden onderdelen, vrucht van 130 jaar werktuigbouw op het scherpst van de snede. Het is voor niets geweest. De vooruitgang heeft besloten; de eerstvolgende lichting volgevreten coupé-Benzen rijdt elektrisch. De CLS is een naspel.

Lees ook: Je rijdt nog niet elektrisch?

Bij het rijden voel je dat. Hij kan zichzelf niet meer overtreffen; hij is al meer postscriptum dan de laatste Mohikaan. De stoelen zijn niet beter, de motoren niet stiller. De BMW-achtige zitpositie met het ver naar je toe te trekken stuur is onveranderd, en hij rijdt betoverend ontspannen als voorheen. Hij is ondanks het boterzachte onderstel tot potig vertier in staat, maar op de strakgetrokken AMG-versie na te week voor de frontlinies.

Lopende agenda-achterstanden zijn bekwaam weggewerkt. Net als de E- en S-klasse heeft hij het digitale widescreen met de beide, in één brede beeldmuur opgenomen schermen voor meters en infotainment. De assistentiesystemen en de semi-autonome stuurvoorzieningen kregen een upgrade. Over de werkelijkheid heeft de auto als vanouds geen enkele regie. Na een uur ochtendspits met de viercilinder, voorzien van het brandstofbesparende start-stop-systeem, noteert de computer een gemiddeld verbruik van 1 op 5. Neemt niet weg dat ik heb genoten van de AMG. De motor walst als het dansorkest van de Titanic anachronistisch hondsdol nog één keer de tent plat. Aan de horizon daalde de zon, de Shell van morgen. De tijd, dat is de moeder aller sportwagens. Die houdt niemand bij.

    • Bas van Putten