Recensie

De Amerikaanse revolutie in zes bewogen levens

Russell Shorto

Was de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog een revolutie of een burgeroorlog? Shorto zoekt een antwoord aan de hand van zes personen, wier levens hij met zwierige pen beschrijft.

Frederic Bartoli: Kayéthwahkeh (Cornplanter), de leider van de Seneca-stam. Foto New York Historical Society/Getty Images

Moet je de strijd die zich tussen 1775 en 1783 in de Britse koloniën in Noord-Amerika afspeelde nu typeren als een onafhankelijkheidsoorlog, of als een revolutie? In zijn boek The Expanding Blaze (Boeken, 12.01.2018) laat Jonathan Israel er geen misverstanden over bestaan: hier werden de ideeën van de Europese Verlichting in de praktijk gebracht, wat resulteerde in een revolutie die op haar beurt weer grote invloed had op de gebeurtenissen die zich vanaf 1789 in Frankrijk voltrokken. Die revolutie richtte zich niet alleen tegen de overheersing door het monarchistische Engeland, maar ook tegen de aristocratische en conservatieve ideeën van een deel van de Amerikanen die in opstand kwamen.

Het traditionele verhaal in de Verenigde Staten is daarentegen dat het hier ging om de strijd van een nobele, vrijheidslievende band of brothers die rebelleerde tegen de onderdrukking en exploitatie van Amerika door inhalige en arrogante Britten. Uit Lied der revolutie, het nieuwe boek van Russell Shorto, blijkt echter dat het hier in feite om een burgeroorlog ging in het toenmalige Britse rijk. Lang niet alle kolonisten steunden de opstandelingen, sommige Britten kozen de kant van de Amerikanen, en verder raakten ook Franse katholieken, Joden, zwarte slaven en native Americans betrokken bij het conflict. Shorto noemt het echter niet zo. Evenals Israel heeft hij het over een revolutie, maar hoewel hij summier ingaat op de nieuwe ideeën die in de achttiende eeuw de ronde deden, beschrijft hij niet de strijd over beginselen en idealen, maar schildert hij deze turbulente jaren met zwierige streken.

Hij doet dat aan de hand van de levens van zes personen, en omdat hij zijn verhaal aanvangt bij de geboorte van de oudste, neemt hij een lange aanloop en begint het boek in 1716. In dat jaar zag George Germain het levenslicht, de derde zoon van de hertog van Dorset. Als knaap diende hij zijn vader, die gouverneur van Ierland was, en maakte vervolgens carrière in het leger.

Tijdens de Zevenjarige Oorlog komt er grote kritiek op zijn optreden in de slag bij Minden (1759), waar hij zich laf zou hebben gedragen. Zijn carrière leek ten einde, maar uiteindelijk werd hij in 1775 minister voor Amerikaanse zaken. Er op gebrand zich te rehabiliteren, en ervan overtuigd dat die ongeorganiseerde kolonisten geen partij waren voor het sublieme Britse leger, koos hij voor een compromisloze koers.

In het begin werden de opstandelingen herhaaldelijk verslagen, maar nadat hun opperbevelhebber, George Washington, afzag van grote veldslagen en voor een guerrilla-tactiek koos, keerde het tij.

Ook Washington is een van de figuren wier levensloop Shorto schildert. In de Franse en Indiaanse Oorlog, zoals de Zevenjarige Oorlog tussen Engeland en Frankrijk op het Amerikaanse continent wordt genoemd, diende hij in de militie van Virginia. Nadat zijn ambitie om officier in het reguliere Britse leger te worden gefrustreerd werd, trouwde hij een rijke weduwe en begon hij een tabaksplantage, waar zwarte slaven het werk deden. Als ondernemer voelde hij zich sterk benadeeld door het Britse koloniale beleid, zodat zijn politiek engagement toenam en hij een van de drijvende krachten achter de afscheiding van het moederland werd.

Een andere kolonist die een rol speelde bij de onafhankelijkheid van de dertien Britse koloniën, was schoenlapper Abraham Yates, die zich opwerkte tot jurist en politicus en de nieuwe Amerikaanse constitutie in een meer egalitaire en democratische richting probeerde te duwen. Omdat hij hier niet in slaagde raakte hij als founding father in de vergetelheid.

Scandaleuze memoires

De drie overige hoofdpersonen worden bij de beschrijving van deze tumultueuze periode zelden genoemd. In het geval van Margaret Moncrieffe Coghlan, de beeldschone dochter van een Britse officier en een roemruchte socialite, is dat begrijpelijk. Een echte rol in de gebeurtenissen speelde zij niet, terwijl sommige historici betwijfelen of haar scandaleuze memoires wel authentiek zijn. Volgens Shorto is dat wel het geval, en hij gebruikt haar levensverhaal om een beeld te schetsen van de elite in de kolonie, en de lastige keuzes waar deze voor kwam te staan.

Een nog veel kleurrijker verhaal is dat van Broteer Furro, een West-Afrikaanse slaaf, die 1739 in Amerika belandde. Daar ontwikkelde hij zich tot een ongelooflijk sterke, beheerste en handige man, die zich vrijkocht en onder zijn nieuwe naam Venture Smith grondbezitter werd.

Ook kleurrijk, en dan vooral bloedrood, is de levensloop van Kayéthwahkeh, een leider van de Seneca-stam die tot het Iroquois-volk behoorde, en die beter bekend is als Cornplanter. Deze zoon van een indiaanse moeder en een kolonist van Nederlandse afkomst, wilde zijn volk zoveel mogelijk buiten de oorlog houden, maar koos op zeker moment toch de kant van de Britten.

De oorlog was bloedig en wreed. Shorto beschrijft hoe ook de Amerikaanse troepen, in een veldtocht tegen Cornplanter en diens mannen, soms overgingen tot het scalperen van vijanden. ‘Sommigen lieten ze levend verbranden in hun huis. Ze vilden twee dode indianen en maakten er beenkappen voor officieren van, en lieten de weerzinwekkende resten achter.’

Lied der revolutie bevat veel van zulke beeldende beschrijvingen. Voor wie hier van houdt is het een aanrader. Wie echter wil begrijpen welke belangen en beginselen een rol speelden en hoe de krachtsverhoudingen zich ontwikkelden, zal het vermoedelijk enigszins teleurgesteld dichtslaan.

    • Rob Hartmans