Weg met die houdbaarheidsdatum op voedsel

Restvoedsel Minister Schouten wil meer doen tegen voedselverspilling. Het bedrijfsleven doet mee. Gaat het nu wel lukken? Vijf vragen.

Plastic zakken met brood liggen op de broodcontainers in de Haagse wijk Transvaal ANP

Nederlanders verspillen een kwart van hun voedsel. Om daar iets aan te doen trekt minister Carola Schouten (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, ChristenUnie) 7 miljoen euro uit. Dat geld is bestemd voor onder meer onderzoek en campagnes. In 2030 moet de verspilling gehalveerd zijn, hebben bedrijven, wetenschap en overheid dinsdag afgesproken.

  1. Tussen 2009 en 2015 hadden we 20 procent minder moeten verspillen. Dat is niet gelukt. Waarom dan nu wel?

    Omdat nu bedrijven meedoen, omdat de crisis voorbij is en omdat er veel meer aandacht voor de circulaire economie is. Dat zegt Bob Hutten, die een paar jaar geleden nog moeite had zijn Verspillingsfabriek – een bedrijf dat ‘restvoedsel’ weer bruikbaar maakt – van de grond te krijgen. Hij is een spin in het web van de verspillingsdiscussie. „Nu doen 33 belangrijke partijen mee, waaronder dominante bedrijven als Albert Heijn, [cateraar] Albron en McDonald’s. Die kunnen op grote schaal iets doen.”

    Hutten benadrukt dat het systeem moet veranderen. „We moeten af van dingetjes doen. We moeten hele ketens veranderen. Onderzoek en verbeter bij één producent, bijvoorbeeld een preiboer, het hele proces en maak dat tot voorbeeld voor alle preiboeren en groenteverwerkers. En pak op deze manier alle sectoren aan.”

  2. Waarom zouden bedrijven daarin investeren? Vergisten van reststromen is goedkoper dan ze opnieuw gebruiken.

    „Dat denken bedrijven vaak, maar het klopt niet”, zegt Toine Timmermans, die via de Wageningen University & Research een aanjager is van de strijd tegen verspilling. „De kosten van afvalverwerking zijn vaak wel 10 procent hoger dan bedrijven denken, maar ze rekenen indirecte kosten – personeel, vervoer, inkoopkosten et cetera – niet mee.”

    Er zijn bedrijven die dat wel doen en bijna geen afval meer hebben. Zo wil aardappelverwerker Lamb Weston/Meijer alle reststromen, tot aan het zetmeel dat bij het aardappelsnijden vrijkomt, voor menselijke consumptie gebruiken. Bedrijven beginnen in te zien dat ze geld kunnen verdienen met wat zij voorheen afval noemden.

  3. Een derde van ons voedsel wordt thuis verspild, bij consumenten. Moet weggooien van eten niet bestraft worden?

    Er is veel onderzoek gedaan naar consumentengedrag. En Timmermans weet inmiddels: „Negatieve boodschappen werken niet. Benadrukken dat verspilling je 150 euro per jaar kost, prikkelt onvoldoende. Wat wel helpt: als de sociale norm verandert. Doe ik het net zo goed als de buurman?”

    Een deel van de 7 miljoen van Schouten is daarom voor gedragsverandering. Wat ook helpt, verwacht de minister, is als op producten de ‘ten minste houdbaar tot-datum’ verdwijnt, zodat we rijst, pasta of koffie minder snel weggooien. Schouten wil uitbreiding van de Europese lijst voor producten waar geen datum op hoeft, en dat het helemaal niet meer hoeft te staan op zeer lang houdbare producten.

  4. Daarmee gaan we de oorlog toch niet winnen?

    Het is een begin, maar er is meer nodig. Veel winst is te halen als de regels voor gebruik van oneetbare reststromen tot diervoeding worden versoepeld, zegt Timmermans. „Door dierziektes als [de gekkekoeienziekte] BSE is die regelgeving doorgeslagen.” Als organisch afval niet verbrand of vergist hoeft te worden, maar aan dieren wordt gegeven, kan verspilling met een kwart worden gereduceerd. „En dan kunnen we de import van soja fors verlagen.”

  5. Al die bedrijfjes die soep, sap en saus maken van overgebleven groente en fruit – is dat niet het paard achter de wagen spannen?

    Bob Hutten hangt de vlag uit als hij zijn fabriek moet sluiten omdat hij niet meer aan restpartijen kan komen. „Dat zou betekenen dat bedrijven zélf een bestemming hebben gevonden voor niet-perfecte groente en andere resten.” Het doel van de bedrijven die zich bij het initiatief hebben aangesloten, is dan ook om reststromen in kaart te brengen en beter voorspelbaar te maken: als je weet wanneer er waar voedsel overblijft, kun je het opnemen in je productie. Dan hoef je niet op een namiddag naar de Verspillingsfabriek te bellen dat je twee ton paprika’s over hebt.