Volgens de test was Nahom zwakbegaafd

Vluchtelingenkind Intelligentietesten houden onvoldoende rekening met culturele verschillen. Wie in Eritrea de beste is van de klas, kan in Nederland zomaar onderaan eindigen.

Nahom Andeberham scoorde laag op een intelligentietest, maar leerde in anderhalf jaar tijd Nederlands. Op de achtergrond zijn taalcoach, Arpad Bremer. Foto Merlijn Doomernik

Hij was de beste in de klas en leerde in anderhalf jaar vloeiend Nederlands. De Eritreeër Nahom Andeberham (16) is volgens taalcoach Arpad Bremer bovengemiddeld intelligent, leergierig, pikt snel nieuwe dingen op en heeft een goed gevoel voor taal.

Toch belandde Nahom Andeberham op de praktijkschool Luca in Amsterdam. Dat is een school voor 12- tot 18-jarigen die langzaam leren. Het onderwijs is er niet gericht op een diploma halen, maar op zelfstandig wonen en werken. De leerlingen hebben een intelligentiequotiënt tussen 55 en 80, veel lager dan het gemiddelde IQ rondom 100. Taalcoach Bremer, verbonden aan Boost, een centrum voor nieuwkomers: „Hij is veel te slim voor de praktijkschool.”

Andeberham groeide op in Eritrea en woonde voor hij naar Nederland kwam zes jaar in Soedan. Hij volgde daar wat hij zelf noemt „de vluchtelingen-havo”, met zeventig leerlingen in één klas. In het kader van de gezinshereniging vloog hij in 2016 naar Amsterdam. Zijn moeder en twee jaar jongere broertje hadden in 2014 asiel aangevraagd.

Vluchtelingen die tussen hun 12de en 18de in Nederland arriveren, komen in een schakelklas om Nederlands te leren. Na twee tot drie jaar stromen ze door naar gewone scholen. In Amsterdam komen de meesten terecht op het Mundus College of het Montessori College Oost (MCO) waar ze op hun schoolniveau worden getest. Kinderen onder vmbo-niveau moeten naar een praktijkschool.

Coördinator ‘nieuwkomers’ op het MCO is Albert Stavast. Om hun niveau te testen neemt zijn school vier toetsen af, legt hij uit. Ongeveer één op de vijftien wordt verwezen naar de praktijkschool.

‘Wat een rare test’

Ook Andeberham kwam voor de intake op het MCO. Hij maakte toetsen rekenen, lezen en schrijven, de taaltoets én de Raven, waarbij oplossen van puzzeltjes centraal staat. Die laatste twee zijn leidend bij het schooladvies, zegt Stavast. Andeberham schrok: „Ik dacht: wat een rare test.”

Dat bleek ook uit zijn score. Hij scoorde ruim onder vmbo-niveau en vertrok naar de Luca Praktijkschool.

De Raven-test geeft volgens Stavast „meestal” een goede indicatie. Maar, zegt hij ook, kinderen die geen ervaring hebben met dit soort puzzeltjes ondervinden nadeel.

Op het Luca moet Andeberham nog een test maken: de SON-R-6-40. Een non-verbale intelligentietest die onder meer wordt afgenomen bij vluchtelingenkinderen die minstens een half jaar in Nederland zijn. Die test verschillende aspecten van intelligentie, zoals redeneervermogen en ruimtelijk inzicht.

Hij scoort 71 punten op een maximum van 141. Zwakbegaafd. Advies: na de schakelklas doorstromen naar een reguliere klas op het Luca.

Maar de mensen om Andeberham heen twijfelen: is deze jongen zwakbegaafd? In Soedan was hij altijd één van de besten van de klas, zegt zijn moeder die in Eritrea de middelbare school afmaakte. Zijn vader voltooide de universiteit. Bremer: „Hij moet volgend jaar al naar het mbo en van daaruit door naar het hbo.”

Dat wil Andeberham zelf ook. Maar de praktijkschool geeft geen toestemming. Ongebruikelijk snel stroomt hij vanuit de schakelklas door naar het reguliere onderwijs op die school. Omdat hij de Nederlandse taal binnen anderhalf jaar heeft geleerd, slaat hij twee klassen over en begint in klas 3. Na drie jaar praktijkonderwijs kan hij dan door naar het mbo, vertellen ze hem.

Cultureel sensitief

Volgens Fons van de Vijver, hoogleraar crossculturele psychologie in Tilburg, is de SON-R-6-490 „de minst slechte” intelligentietest, maar onvoldoende „cultureel sensitief”. Collega Jelte Wicherts is het met hem eens: „Het ideaal van een cultuurvrije test hebben we allang laten varen.” Beiden raden af de SON-R-6-490 leidend te laten zijn.

Het lijkt Van de Vijver en Wicherts uitgesloten dat Andeberham een heel laag IQ heeft, omdat hij zo snel Nederlands heeft geleerd. Kinderen met een IQ van 70 leren heel langzaam en pikken instructies niet snel op, volgens Van de Vijver. De hoogleraar vindt dat scholen zich niet „blind moeten staren op de uitkomsten van een intelligentietest”.

Maar dat doen ze wel, zegt neuroinformaticus Sennay Ghebreab, afkomstig uit Eritrea en bijna veertig jaar in Nederland. Hij is hoofd sociale wetenschappen van Amsterdam University College en bestuurslid van Civic, dat zich inzet voor beter overheidsbeleid rond inburgering. Deze stichting krijgt veel signalen over ‘onderadvisering’ van vluchtelingenkinderen in het onderwijs. De onderwijsinspectie concludeerde hetzelfde een jaar geleden al.

In Zweden hebben ze een oplossing, weet Ghebreab. Daar werken op scholen met nieuwkomers Eritrese, Somalische en Syrische docenten. Zo’n docent kan testresultaten toetsen aan eigen observaties. „Zo bepaal je het niveau, dat is eerlijk”, zegt hij. Hoogleraar Wicherts lijkt dat een verstandiger manier om de intelligentie van kinderen te bepalen.

Nahom Andeberham had afgelopen vrijdag weer een gesprek op zijn Amsterdamse praktijkschool. Nu verliep het beter voor hem: de school laat hem naar het mbo gaan, omdat hij een goede werkhouding heeft en uitstekende resultaten boekt. Volgens Rob van Bever, directeur van Luca, komt het overgrote merendeel van de leerlingen na het maken van de intelligentietest op de juiste plek terecht. „Maar Nahom ontwikkelde zich sneller dan verwacht”, zegt hij. „Op het mbo is hij beter op zijn plek.”

    • Martin Kuiper