Stemhulpen zijn ook afgestemd op de lokale politiek

In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen kunnen burgers hulp krijgen bij het bepalen van hun stem. Vier vragen over de lokale stemhulp.

Foto Lex van Lieshout/ANP

Ook bij de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen staan ze weer voor burgers klaar: stemhulpen. Een digitale test die kiezers helpt te beslissen op welke partij ze willen stemmen. Ze worden steeds populairder. Bij de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen heeft bijna de helft van de kiezers er eentje ingevuld. Ook lokaal winnen ze aan populariteit. Vier vragen over lokale stemwijzers.

1. Wat doet een lokale stemhulp?

Volgens de verschillende aanbieders is iedere stemhulp anders, en die van hen absoluut de beste. Maar iedere stemhulp komt op hetzelfde neer: aan de hand van een lijst met stellingen kan de kiezer zijn mening geven over lokale onderwerpen. Het resultaat van alle antwoorden wordt met een weging per vraag vastgesteld. Zo wordt de partij geselecteerd die het beste bij de kiezer past.

Politicoloog Jasper van de Pol promoveerde op het gebruik van stemhulpen. Volgens hem maakt haast iedereen er gebruik van: „De gemiddelde gebruiker is man, iets jonger en hoger opgeleide dan de gemiddelde Nederlandse kiezer.”

2. Wie maken stemhulpen?

Er zijn vier grote aanbieders van stemhulpen voor de gemeenteraadsverkiezingen. Doordat voor iedere gemeente een aparte stemhulp moet worden gemaakt, is het landschap van de stemhulpen net zo versplinterd als het politieke landschap: in sommige gemeenten is niets beschikbaar, op andere plekken zijn er verschillende actief.

De grootste aanbieder is de Kieswijzer van PCM, de uitgeverij van de regiokranten van het Algemeen Dagblad. Zij bieden in 220 gemeenten een Kieswijzer aan. Die gemeenten zijn speciaal geselecteerd op het verspreidingsgebied van de kranten.

De Stemwijzer, die door ProDemos wordt gemaakt, is in 44 gemeenten beschikbaar. Dat zijn gemeenten die zelf hebben aangegeven een Stemwijzer te willen ontwikkelen en de kosten daar ook zelf van dragen.

Concurrent Kieskompas is in 35 gemeenten beschikbaar. MijnStem, een relatieve nieuwkomer, biedt in 64 gemeenten een stemhulp aan. In vijftien gemeenten is een eenvoudigere variant beschikbaar. Die maakte zij op eigen initiatief omdat MijnStem in alle gemeenten met meer dan 100.000 inwoners een stemhulp beschikbaar wilde stellen.

3. Hoe worden stemwijzers gemaakt?

Het Kieskompas, MijnStem en de Stemwijzer maken hun stemhulp op nagenoeg dezelfde manier. Verkiezingsprogramma’s worden geanalyseerd, lokale partijen kunnen inbreng aanleveren en er worden avonden georganiseerd waar de stellingen worden besproken. Volgens directeur Willem Blanken van het Kieskompas is het op die avonden „echt politiek bedrijven.” „Partijen moeten elkaar sommige stellingen gunnen, want er zijn stellingen nodig met onderlinge verschillen.”

Het Kieskompas vraagt partijen ook nog eens om ‘bewijs’ aan te leveren voor hun standpunten. Volgens Blanken kan dat een ingediende motie of een alinea uit een verkiezingsprogramma zijn. Als partijen dat niet kunnen aanleveren, vraagt het Kieskompas hen op de website een ‘standpuntverklaring’ te zetten.

Bij MijnStem worden alleen avonden over de stellingen georganiseerd als de stemhulp door de gemeente wordt betaald. De gratis variant van MijnStem voor gemeenten met meer dan 100.000 inwoners is eenvoudiger: daarvoor worden alleen de verkiezingsprogramma’s geanalyseerd en kunnen partijen zelf inbreng aanleveren.

De Kieswijzer van de regionale kranten, die in veruit de meeste gemeente beschikbaar is, wordt op de meest afwijkende manier gemaakt. Volgens de website van de Kieswijzer zijn de stellingen bepaald dankzij een enquête onder lezers en de kennis van lokale journalisten.

4. Hoe betrouwbaar is de uitslag?

„De uitslag moet je met een korrel zout nemen”, zegt politicoloog Van de Pol. Dat komt volgens hem omdat de rekenmethode van stemhulpen en de selectie van onderwerpen enorm uitmaken voor het resultaat. „Het uiteindelijke advies is vrij arbitrair en niet heel wetenschappelijk”, aldus Van de Pol. Toch raadt hij kiezers aan er een in te vullen: „Het is een leuke en snelle manier om je inhoudelijk te informeren over de politiek.” Want, meent hij: „Het zorgt ervoor dat kiezers niet alleen maar kijken naar hoe leuk de lijsttrekker is.”

    • Victor Pak