Recensie

Nelsons laat zijn orkest wendbaar musiceren

De Let Andris Nelsons gold als kandidaat om Mariss Jansons op te volgen bij het Concertgebouworkest. In plaats daarvan werd hij chef van het Gewandhausorchester in Leipzig – eveneens een toporkest, bewijst hun nieuwste cd. De Vierde symfonie van Bruckner vormt de tweede aflevering van een geplande Bruckner-cyclus. Eerder legden Nelsons en zijn orkest de Derde al vast, volgende maand volgt de Zevende. Deze Bruckner is een hoogenergetische live-opname, met een beeldschoon spelend Gewandhausorchester. Nelsons slaagt erin het openingsdeel overtuigend vorm te geven en zijn orkest als een ensemble te laten musiceren: wendbaar en toch met grootse klank. Het Andante is wat log, maar de triomfantelijke fanfares van het Scherzo klinken fris en dansant en zorgen voor een jubelend hoogtepunt. Dat alles wordt voorafgegaan door Wagners Lohengrin Vorspiel – een etherisch mooie, maar eigenlijk overbodige opener.

    • Joep Stapel