Recensie

Liefde en waanzin in verf gevangen

Mensenschilders

Op ‘All too human’ zijn Freud en Bacon de sterren van een tentoonstelling in Tate Britain die iets te veel wil laten zien.

Lucian Freud, Girl With a White Dog (1950-’1) Foto Tate

De meest ontroerende moedervlek in de kunstgeschiedenis: die op de wang van Girl in a Striped Nightshirt (1985) van Lucian Freud. Hij is iets te groot en iets te dik, niet helemaal regelmatig en wekt de suggestie dat er wat donzige haartjes uit groeien. Freud werkte twee jaar aan het portret van het meisje dat nu het uithangbord is voor de tentoonstelling All Too Human. Bacon, Freud and a Century of Painting Life in Tate Britain.

Het thema van All Too Human kun je omschrijven als ‘menselijke materie gevat in verf’. De tentoonstelling richt zich op twee van de belangrijkste Engelse schilders van de vorige eeuw, Lucian Freud (1922-2011) en Francis Bacon (1909-1992), en vier andere met wie zij samen de School of London vormen: Frank Auerbach, Leon Kossoff, Michael Andrews en R.B. Kitaj. Zij waren collega’s in het naoorlogse Londen, vrienden ook, en hoewel ze onafhankelijk van elkaar werkten en hun eigen stijl en thema’s hadden, wilden ze allemaal zo dicht mogelijk op het leven zitten, of zich dat nu uitte in een portret of een schets van een doodgewone straathoek.

Francis Bacon, Portrait (1962) Foto Tate

De eerste twee zalen van de tentoonstelling zijn thematisch het sterkst. The Butcher Stall (1919) van Chaïm Soutine, een vrouw met een schort omringd door vier karkassen in een bloedrood ingekleurde winkel, hangt vlak naast Nuit d’Été (1906) van Walter Sickert, een vrouw met gespreide benen op een bed.

Vlees, rauw en koud, warm en zacht.

Nietzsche

Een sprong in de tijd, twee wereldoorlogen verder. In Study after Velázquez (1950) van Francis Bacon: een man op een stoel, met opengesperde mond en, het enige wat altijd gaaf is bij Bacon, een rij unheimlich regelmatige witte tanden. Daarvoor staat een beeld van van Giacometti, Woman of Venice IX (1956), een bronzen vrouwfiguur, gestript van iedere vorm of vreugde.

Paula Rego, The Family (1988) Foto Tate

De titel van de tentoonstelling, Al te menselijk, refereert natuurlijk aan de bekende uitspraak van Nietzsche en hoe hij beleving boven het transcendente stelde, een verschuiving die behalve in de filosofie ook in de kunst plaatsvond in de tweede helft van de negentiende eeuw. Giacometti en Bacon waren twee wereldoorlogen later nog net iets meer doordrongen van dat ‘al te menselijke’ dat alle goede bedoelingen tart. De naakte waanzin bij Bacon en de totale soberheid van Giacometti maken dat bijna tastbaar.

Bij Lucian Freud is het zijn koele chirurgische blik die tegelijkertijd confronteert en troost. Die twee kanten komen misschien het best tot uiting in Two women (1992), twee vrouwen die Freud teder, bloot, kwetsbaar afbeeldde op een bed. Een bed dat met enkel een laken dan weer sterk doet denken aan een snijtafel.

Lucian Freud overleed in 2011. Lees de necrologie van Sandra Smallenburg: Vlees, intiem en hartverscheurend

Ook in The Big Man toont Freud zich zowel nietsontziend als vol mededogen. Het is een portret van een iets te dikke zakenman in een pak dat nogal karakteristiek spant bij het kruis. De rode vlekken in zijn gezicht verraden een bovenmatige alcoholconsumptie, net als zijn waterige ogen, maar zijn uitdrukking is die van een man die wordt geteisterd door twijfel.

Celia Paul, Painter and Model (2012) Foto Tate

Ruis

In de tentoonstelling is dus ook aandacht voor Londense tijdgenoten. Een zaal is gewijd aan de stadse taferelen van Leon Kossoff en Frank Auerbach. Die doen afstandelijk aan na het geweld van Bacon en Freud en hun inspiratoren Giacometti, Sickert en Soutine. Ook is er een zaal met werken van F.N. Souza, maar zijn figuren vallen uit de toon door de bijbelse thema’s en hun geometrische vormen.

Iets vergelijkbaars geldt voor werken van William Coldstream en Euan Uglow: zij maakten wiskundige studies van het menselijk lichaam, zozeer dat in hun werken maatstreepjes te herkennen zijn die doen denken aan een liniaal van kin naar borst naar navel.

Dat alles zorgt voor te veel ruis in de tentoonstelling. Dat neemt niet weg dat All Too Human grote indruk maakt, dankzij vooral Bacons getormenteerde mensen en dieren en Freuds intieme portretten. Tot de mooiste behoren die van zijn vriend Frank Auerbach en die van zijn moeder, beiden gegroefd en getekend maar door de penseelstreken van Freud geliefkoosd. Of David and Eli: een naakte man met een hond op een bed. De man is niet zo heel jong meer, het vel wat slap. De hond ligt slapend aan zijn zij. Naast het bed een halfverdorde kamerplant. Liefde op leeftijd.

Jenny Saville, Reverse (2002-3) Foto Tate