Heffing voor techgiganten is ’t volgende bommetje

Techbelasting EU Woensdag presenteert Brussel nieuwe belastingregels voor techbedrijven. Amerika is mordicus tegen.

Techbedrijven brengen hun winsten onder in het land met de gunstigste belastingregels, tot ergernis van deze demonstrant in Frankfurt. De Commissie wil daarom een heffing van 3 procent op de omzet. Foto Ralph Orlowski/Reuters

De timing kan niet slechter. Juist nu een handelsoorlog dreigt met de VS over staal en aluminium, komt de EU met nieuwe belastingregels die vooral Amerikaanse techbedrijven hard kunnen treffen. Dat de twee sectoren – tech en staal – op het eerste gezicht weinig gemeen hebben, lijkt in de stroom verwijten over en weer irrelevant geworden. Aan weerszijden van de oceaan lopen de emoties op.

De belastingplannen die de Europese Commissie woensdag presenteert, gaan over een wereldwijd probleem: de fiscale ongrijpbaarheid van techreuzen, zoals Apple, Amazon en Facebook. Anders dan traditionele bedrijven zijn zij door het veelal digitale karakter van hun producten geografisch moeilijk vast te pinnen door belastingdiensten. Een fenomeen waar ze volop profijt van hebben, want volgens internationale afspraken mogen landen winst alleen belasten als een bedrijf fysiek ook echt aanwezig is, met fabriekshal of kantoor.

Internationaal, binnen OESO-verband, wordt al jaren gepoogd de regels te moderniseren, maar dit proces verloopt moeizaam. Samen met acht andere landen maanden Frankrijk en Duitsland de Commissie eind vorig jaar tot actie. Die stelt nu dat er belasting moet worden betaald waar het geld ook echt is verdiend. Omdat techbedrijven hun winsten vrij simpel kunnen onderbrengen in het land met de gunstigste belastingregels, richt de Commissie zich op de omzet: hierop zou een tijdelijke heffing moeten komen, van 3 procent, te innen door alle EU-lidstaten zelf, totdat er een werkbare manier is gevonden om toch weer de winst te gaan belasten.

Ook op het World Economic Forum in Davos stond de vraag centraal hoe de macht van techreuzen kan worden aangepakt. Lees verder: ‘Hoog tijd dat overheden techmonopolies aanpakken’

Schatkisten hebben het nakijken

Tegenover nieuwszender Bloomberg verdedigde eurocommissaris Pierre Moscovici (Economische Zaken) dinsdag de maatregelen alvast. De effectieve belastingdruk „voor sommige techbedrijven” zou in de EU 9 procent bedragen, terwijl traditionele bedrijven al snel op 23 procent zitten. Volgens de Fransman is dat geen gelijk speelveld en hebben nationale schatkisten het nakijken. „Dit is ook een probleem voor burgers die niet kunnen accepteren dat tijdens de crisis zulke grote offers zijn gebracht, terwijl anderen geen belasting betalen over gecreëerde waarde en winsten.”

Politiek gezien is het een bom. Vanuit de VS wordt de EU al langer met argusogen bekeken, na een reeks fiscale naheffingen tegen onder meer Apple in 2016 (13 miljard euro) en Amazon in 2017 (250 miljoen euro). „Dit is geen anti-Amerikaanse belasting”, benadrukt Moscovici. Die typering „weigert” hij. Volgens hem krijgen zo’n 100 multinationals met de heffing te maken. „Uit Europa, de VS en Azië.”

De heffing is ook omstreden, omdat het belasten van omzet ongebruikelijk is. Wat als een bedrijf verlieslijdend is? Bovendien is een Europese alleingang niet zonder risico, zegt Ronald van den Brekel, belastingexpert van adviesbureau EY. „Als je een aparte belastingheffing introduceert die niet onder verdragen valt, dan verstoor je het evenwicht dat internationaal na jarenlange onderhandelingen op belastinggebied is bereikt.” Hij wil maar zeggen: komen andere landen straks ook met ‘eigen’ ideeën?

De Commissie lijkt zich hiervan bewust, en zegt dan ook nadrukkelijk dat het om een uitzonderlijke, tijdelijke heffing gaat. Voor een zeer specifieke doelgroep bovendien: alleen bedrijven die wereldwijd meer dan 750 miljoen euro omzet boeken, waarvan minstens 50 miljoen euro in de EU, kunnen de heffing tegemoet zien. De Commissie vindt ook dat het concept van ‘fysieke aanwezigheid’ internationaal snel moet worden uitgebreid met ‘digitale aanwezigheid’, zodat de heffing weer van tafel kan.

Lees ook: EU wil ook bedrijven zonder fysieke aanwezigheid aanslaan

Centraal in de discussie staat de vraag waar in de keten waarde wordt gecreëerd. Bij traditionele bedrijven ligt het zwaartepunt in het land van herkomst. Daar worden producten, patenten en merken ontwikkeld, en daar wordt ook veruit het meest belasting betaald. Bij een netwerksite als Facebook, zo redeneert de EU, ontstaat de waarde pas laat in de keten, bij de eindgebruiker. Die kijkt naar betaalde advertenties en deelt data die vervolgens weer te gelde gemaakt kunnen worden. „Facebook is niks zonder de content op Facebook”, zegt Europarlementariër Paul Tang (PvdA). „En het zijn de gebruikers die elke dag allemaal aan het werk gaan om die content te creëren.”

Het gaat om voorstellen, lidstaten moeten zich er nog over uitspreken. Moscovici hoopt zelf eind dit jaar op een akkoord tussen lidstaten, zodat de heffing in 2020 van kracht kan worden. Maar de vereiste unanimiteit is nog ver te zoeken. Een land als Ierland, dat Apple binnenhaalde met soepele belastingregels, heeft veel te verliezen en is tegen.

Hek om de digitale wereld

Internationaal ligt het ook lastig, want kan dat wel: een hek om de digitale wereld zetten? Is de ‘echte’ economie inmiddels niet ook behoorlijk digitaal? „Een aantal landen, waaronder de VS, is van mening dat je digitale bedrijven niet anders moet behandelen”, zegt Van den Brekel. „Tegelijk is het ook duidelijk dat de huidige belastingverdragen onvoldoende aangrijpingspunten bieden om bij louter digitale aanwezigheid te heffen.”

Tang vindt ook dat uiteindelijk de winst belast moet worden. „Deze tussenoplossing heeft mijn voorkeur niet”, zegt hij. „Maar de situatie is niet meer houdbaar. Als Europa het voortouw niet neemt, verandert er niets.”

Volgens Tang moet de Commissie ook wel in actie komen, omdat (groepjes) lidstaten zelfstandig mogen besluiten om dergelijke heffingen in te voeren, zonder Europese coördinatie. Moscovici noemde zo’n „lappendeken” aan allerlei nationale maatregelen dinsdag „het slechts denkbare scenario.”

Europarlementariër Paul Tang (PvdA) schatte op basis van eigen berekeningen dat Google en Facebook in de periode 2013-2015 ruim 5 miljard euro méér hadden moeten betalen dan ze hebben gedaan. Onderstaande kaart is gebaseerd op de berekeningen:

Door onder meer de wet van winner takes all concentreert de macht op internet zich bij een paar techreuzen, die de rest opslokken. Lees ook: Internet blijkt een monopoliemachine
    • Stéphane Alonso