Dode zeearend was een ‘vliegende deur’ in topconditie

Fauna Een van de ongeveer 100 zeearenden die in Nederland leven vloog zich dood tegen een windturbine. Een buitenkansje voor ecologen om deze vogel eens goed te onderzoeken.

Arjen Schreuder

Voor een vogel moet er weinig treuriger zijn dan op de eerste dag van de lente op een tafel van wetenschappers te liggen, morsdood, nieuwsgierig bemonsterd door ecologen van Wageningen Research. Onderzoeker Hugh Jansman legt het kadaver van een machtige zeearend op een weegschaal en meldt dat het dier 4.490 gram weegt. „Dat is vrij fors.”

Onderzoeker Hugh Jansman van Wageningen Research met de dode zeearend. NRC

De zeearend werd deze week gevonden in Flevoland, onder de wieken van de windturbines in Zeewolde. Het vierjarige dier, uit de Oostvaardersplassen, werd vermoedelijk verrast door een opwaarts bewegende molenwiek, brak de linkervleugel en stortte vanaf honderd meter neer. Bij die val heeft het mannetje beide poten gebroken en ook is inwendige letsel ontstaan. „Dat leid ik af uit het bloed in de mondholte”, zegt Jansman. De ecoloog slaat de meterslange vleugels uiteen, onderzoekt de veren en concludeert dat de arend in de rui was. De krop is leeg. De klauwen meten 15,5 centimeter, de snavel 6,5 centimeter, van basis tot punt. „Het dier was in topconditie.”

Voor ecologen is het onderzoek een buitenkansje, want lang niet alle dode zeearenden worden gevonden. Waar is het dier aan bezweken? Wat heeft het gegeten? Wat zegt dit over de omgeving?

Klein vogeltje

De onfortuinlijke zeearend is een van de ongeveer honderd exemplaren in Nederland. Het gaat eigenlijk uitstekend met de „vliegende deur” zoals de soort wel eens wordt aangeduid. In de jaren negentig van de vorige eeuw werd nog driftig gedebatteerd of de zeearend wellicht opnieuw in Nederland zou moeten worden uitgezet. Dat is niet gebeurd. De zeearend kwam vanzelf, vanuit oostelijk Duitsland. In 2006 was er voor het eerst een broedpaar, in de Oostvaardersplassen, en sindsdien is het aantal gegroeid. Er zijn vorig jaar twaalf territoria geteld, en in tien van deze leefgebieden werd succesvol gebroed.

De omstandigheden in Nederland zijn aanzienlijk verbeterd, vertelt ecoloog Ralph Buij. Het rivierwater is schoner geworden en er is voldoende voedsel, zoals vis en watervogels. Vooral ganzen zijn er in overvloed. Hoe meer ganzen, hoe meer zeearenden. Mits de zeearenden zich niet tegoed doen aan met lood aangeschoten ganzen. „Eén loodkogel in een gans is genoeg om een zeearend te vergiftigen”, zegt Jansman.

De vogel is min of meer „blind” voor de wieken van windmolens

De onderzoekers vinden het lastig windturbines de schuld te geven van dit individuele zeearenddrama. De vogel is min of meer „blind” voor de wieken en inderdaad zou je bij het plaatsen van windmolens meer rekening kunnen houden met het gedrag van vogels. Je kunt molens buiten de zones plaatsen waar veel vogels vliegen. En ook zou je de turbines kunnen uitschakelen op momenten dat er veel vogelvliegverkeer kan worden verwacht.

Maar vandaag is misschien niet de dag om iemand de schuld te geven. Vlak voordat onderzoeker Jansman de zeearend in plastic wikkelt, voor nader, inwendig onderzoek in Utrecht, showt hij nog even, ter vergelijking, het kadaver van een buizerd. Hij houdt beide dode vogels omhoog, ondersteboven, vastgehouden aan hun poten. Je kijkt ernaar en je denkt: wat een klein vogeltje, die buizerd.

Nadere uitleg van ecoloog Hugh Jansman, gefilmd door verslaggever Arjen Schreuder:

    • Arjen Schreuder