Uit de bouwput: klootdolk, kunstgebit en luizenkam

Archeologie

Op de plek van de Noord-Zuidlijn deden archeologen 700.000 vondsten. De komende weken een selectie van het gesorteerde afval van de stad.

Twee bodemvondsten van de Noord-Zuidlijn, beide afkomstig van een bouwput op het Damrak: NZD1.00625KST002 (een Franse plastic bril) en NZD1.00323KST002 (een bovengebit). Foto’s Harold Strak

Kanonskogels, klootdolken en middeleeuwse enkelschoenen. Maar ook klisteerspuiten, tepelhoedjes en frietvorkjes. In de bouwputten van de Noord-Zuidlijn, het metrospoor dat vanaf 22 juli Amsterdam-Noord met Station Zuid verbindt, zijn bijna 700.000 overblijfselen uit het verleden opgediept.

Dat gebeurde onder leiding van stadsarcheoloog Jerzy Gawronski. Zijn team heeft, vooral op het Damrak en het Rokin, archeologisch onderzoek gedaan in de bedding van de Amstel. In die rivier, die vroeger nog door het hart van de stad stroomde, gooiden stadsbewoners hun afval, of ze verloren spullen die in de modder van de rivier wegzonken.

De bodemvondsten vertellen een verhaal over de geschiedenis van Amsterdam en de Amsterdammers. In twee giga-vitrines op Station Rokin zal permanent een selectie van zo’n tienduizend bodemvondsten te zien zijn. De overige artefacten liggen, verpakt in drieduizend kisten, opgeslagen in het depot onder het station – dus min of meer op de plek waar ze zijn opgegraven.

De bodemvondsten worden ook geboekstaafd in Spul – Catalogus archeologische vondsten Noord-Zuidlijn Amsterdam. Harold Strak, een fotograaf die naam maakte door dode insecten zo te fotograferen dat het individuen werden, heeft de 35.000 meest herkenbare objecten vastgelegd. Van die foto’s componeerde ontwerper Willem van Zoetendaal een 600 pagina’s dikke beeldatlas, die op 9 juni, bij de opening van een tentoonstelling in het Amsterdamse fotografiemuseum Huis Marseille, wordt gepresenteerd.

In de aanloop naar die tentoonstelling presenteert de Achterpagina wekelijks een boeketje bodemvondsten uit verschillende categorieën. Donderdag beginnen we met ‘Glas’.

Gawronski en zijn team hebben het opgegraven ‘spul’ geordend aan de hand van stedelijke eigenschappen. Basisprincipe bij de classificatie was dat elk voorwerp een specifieke rol en plek had in de wisselwerking tussen de mens en zijn omgeving.

In het boek worden tien stedelijk-functionele thema’s onderscheiden. Zo zijn de 4.513 teruggevonden fragmenten van pispotten ondergebracht in ‘Interieurinrichting en -benodigdheden’. De pijlpunten, dolken en de ene opgegraven antirellenrookbom vallen onder ‘Wapens & bewapening’.

Elke bodemvondst heeft een nummer waaraan allerlei informatie afgelezen kan worden. Neem de (Franse) bril op de foto hiernaast, uit het hoofdstuk ‘Persoonlijke artefacten & kleding’. Met andere brillen en kunstgebitten maakt de bril deel uit van het subhoofdstuk ‘Persoonlijk hulpmiddelen: protheses 1600-2005’.

De bril dateert uit de periode 1950-2005. Uit het vondstnummer, NZD1.00625KST002, valt af te leiden dat hij bij de Noord-Zuidlijn (NZ) locatie Damrak (D1) is gevonden. 00625 is het volgnummer binnen de opgraving. KST wil zeggen dat het om een kunststof voorwerp gaat, en 002 dat het op die opgravingslocatie het tweede kunststofvoorwerp was.

In juni wordt ook de site belowthesurface.amsterdam gelanceerd. Dan wordt het mogelijk op vele manieren in de database te zoeken, bijvoorbeeld op object, jaartal of materiaal. Dat maakt allerlei interessante vergelijkingen mogelijk. Zo zijn er in de bouwputten van de Noord-Zuidlijn in totaal twintig luizenkammen gevonden.

De kammen die luizenmoeders in de zestiende eeuw gebruikten verschillen niet wezenlijk van de dubbelzijdig getande kammen van veel recenter datum. Met één verschil: toen waren ze niet van plastic maar van ivoor.

    • Arjen Ribbens