Rutte III telt nu niet voor de kiezers

Gemeenteraadsverkiezingen Landelijke kopstukken doen mee, maar de campagne is lokaler dan ze in tijden geweest is.

Minister-president en VVD-leider Mark Rutte voert op de Albert Cuyp campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen.

Als er één ding is opgevallen aan de campagne van de afgelopen weken, is het dit: de lokale verkiezingen zijn lokaler dan ze in tijden zijn geweest.

Vier jaar geleden zei tweederde van de kiezers dat hun stem geheel of gedeeltelijk was bepaald door de landelijke politiek. Deze woensdag geldt dat nog niet eens voor de helft, als we een peiling mogen geloven die onderzoeksbureau I&O Research vorige week hield onder 4.413 kiesgerechtigden.

Niet de Nederlandse identiteit of normen en waarden houden de kiezers deze keer bezig, maar huishoudelijke hulp, een gemeentelijke herindeling of het tekort aan woningen, zo bleek uit een rondgang van NRC. Die voorkeur voor lokale thema’s is straks terug te zien in de uitslag: als de voortekenen niet bedriegen, stemt woensdag een derde van de kiezers op een plaatselijke partij – meer dan ooit te voren.

En dat na een campagne waarin de landelijke kopstukken zich, zoals gebruikelijk, royaal hebben gemengd – en over landelijke onderwerpen spraken. Maar liefst twee stellingen bij het tv-debat van de NOS gingen dinsdagavond over de dividendbelasting, een onderwerp dat helemaal niets te maken heeft met lokale politiek.

Hoe kan dat? Het kabinet-Rutte III is te kort geleden aangetreden om inzet te zijn van een stembusstrijd. Vier jaar geleden waren de raadsverkiezingen een referendum over het heftige pakket aan bezuinigingen en hervormingen van Rutte II.

Gebroken verkiezingsbeloften

Maar waar kan de kiezer Rutte III op afrekenen? Dat weten we nog niet. Het kabinet houdt zich sinds z’n aantreden koest, de eerste eigen begroting wordt pas dit najaar ingediend. En het regeerakkoord biedt weinig zuur en veel zoet, zoals miljardeninvesteringen in zorg, defensie en onderwijs.

Het verschil met 2014 is mooi zichtbaar bij de VVD. Vier jaar geleden was Mark Rutte vrijwel onzichtbaar in de campagne. De partij hield de premier expres buiten beeld: te veel gebroken verkiezingsbeloften, te groot probleem met z’n geloofwaardigheid.

Dit jaar is Rutte dé troef van de VVD: hij is overal op straat en komt naar alle debatten op radio en tv. Het woord ‘geloofwaardigheid’ valt nergens. Rutte is ook het gezicht van de ja-campagne voor de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

Deze keer is het niet de VVD maar D66 dat wordt aangesproken op gebroken beloftes. Mede dankzij het referendum is er veel aandacht voor twee politieke draaien van de Democraten: van tegen naar vóór de Inlichtingenwet, en van vóór naar tegen het raadgevend referendum.

Lees ook: Waarom zou je voor of tegen de Inlichtingenwet stemmen? En 18 andere vragen

Anders dan vier jaar geleden is D66-leider Alexander Pechtold nu geen uitdager: hij vertegenwoordigt de zittende macht, in de gemeenten en aan het Binnenhof. In veel steden dreigt de partij haar koppositie te verliezen aan GroenLinks. Toch lijkt voor Pechtold de klap lang niet zo groot te worden als voor PvdA-leider Diederik Samsom in 2014.

Voor de PvdA dreigt opnieuw een rampzalige uitslag. In de grote steden staat de partij volgens peilingen te halveren en de derde partij op links te worden, na de SP en GL.

Politieke verhoudingen

Hoewel ze het publiekelijk ontkennen, weten landelijke politici dat de uitslag van woensdag consequenties kan hebben voor de politieke verhoudingen aan het Binnenhof. Wat doet verlies bij één of meer regeringspartijen met het humeur en de dadendrang van de coalitie? En wat betekent een nieuwe pikorde op links voor de toon en bereidheid tot samenwerking in de oppositie?

De kiezer lijkt al deze vragen op het Binnenhof een zorg te zijn: de landelijke politiek komt de volgende keer wel weer.

    • Thijs Niemantsverdriet