Recensie

Robuuste robots vs. reuzenreptielen

Sciencefiction In het vervolg op ‘Pacific Rim’ moeten de Jaegers het andermaal opnemen tegen de Kaiju. De film moet het hebben van prettige personages en aardige oneliners.

John Boyega en Scott Eastwood besturen samen een Jaeger in ‘Pacific Rim Uprising’.

Opnieuw gaan er flink wat wolkenkrabbers en andere gebouwen aan flarden in een dure blockbuster. Dit keer is vooral Tokio de dupe, en dat is geen toeval: in 1954 ging Godzilla er al tekeer: het begin van de westerse fascinatie met Japanse monsters.

Vijf jaar geleden bracht Guillermo del Toro (The Shape of Water) zijn hommage aan de mecha, de Japanse robotfilms die hij in zijn jeugd verslond. In Pacific Rim namen door mensen aangedreven gigantische reuzenrobots, de Jaegers, het op tegen Kaiju, monsterlijke wezens die uit zee oprijzen en de wereld overnemen.

Pacific Rim Uprising, het door Del Toro geproduceerde vervolg, speelt zich tien jaar later af. De wereld kent al een decennium vrede. Jake (John Boyega), de zoon van de zelfopofferende held Stacker Pentecost uit de eerste film, volgt met tegenzin een opleiding tot Jaegerpiloot. Na een reeks calamiteiten waarbij illegale Jaegers een rol spelen, lijken de indertijd verslagen Kaiju weer tot leven gekomen. Hoe kan dat en wat is ertegen te doen?

Een Chinese hightechfirma is er op het eerste gezicht bij betrokken, maar wie weet dat Pacific Rim een enorm succes was in China, kan gemakkelijk voorspellen dat Chinezen geen schurkenrol is toebedeeld. Ook is de samenstelling van de piloten in opleiding uiterst divers: ze vormen een regenboogcoalitie. Een vijftienjarig meisje ontpopt zich à la Rey in Star Wars tot stoere heldin.

Pacific Rim Uprising wint niet de originaliteitsprijs, maar blijft nipt overeind dankzij prettige personages, aardige oneliners en robuuste robots.

    • André Waardenburg