Ook hier willen partijen ‘microtargeting’

Via Facebook De door Cambridge Analytica in opspraak geraakte technieken worden ook door Nederlandse partijen toegepast.

Ook in Nederland proberen partijen de kiezer gericht te benaderen. Foto ANP / Lex van Lieshout

Microtargeting heet het: door heel veel data te combineren, kun je berekenen wat de kans is dat mensen op je stemmen, en voor welke communicatievorm ze vatbaar zijn. Deze manier van campagnevoeren is groot gemaakt door Obama. Hij zou de presidentsverkiezingen in 2012 mede gewonnen hebben dankzij de slimme inzet van microtargeting. Sindsdien is het ‘hip’, zegt onderzoeker Tom Dobber van de Universiteit van Amsterdam. „We laten allemaal steeds meer data achter en er zijn steeds betere en goedkopere analysemethoden.” Op de website van Cambridge Analytica stelt het bedrijf trots in het bezit te zijn van ‘tot wel 5.000 kenmerken van meer dan 230 miljoen Amerikanen’.

Facebook weet waar je woont omdat jij je telefoon acht uur per nacht op een bepaalde plek hebt liggen

Ook in Nederland proberen partijen de kiezer gericht te benaderen, maar dit gaat lang niet zo ver als in de VS. Dat komt door twee dingen: data genieten hier meer bescherming en partijen hebben een kleiner budget. Campagnes beschikken in de VS over de informatie over of iemand geregistreerd staat als Republikein of Democraat, terwijl in Nederland politieke voorkeur valt onder ‘bijzondere persoonsgegevens’ en daarom niet zonder toestemming verwerkt mag worden. Ook andere informatie is in de VS gewoon op individueel niveau openbaar of te koop.

Een Nederlandse stichting die gebruikmaakt van openbare informatie voor het identificeren van kiezersgroepen is De Politieke Academie. De stichting uit Amsterdam wordt ingehuurd door partijen voor microtargeting ‘op zescijferig postcodeniveau’. Door stembusuitslagen te combineren met meer dan honderd andere kenmerken stellen zij vast waar de achterban van een partij woont, waar potentieel is en welke straten ze beter links kunnen laten liggen. Ze onderhouden contact met alle gemeenten om zo precies mogelijke stembusuitslagen te krijgen en kopen data, zoals gezinssamenstelling, WOZ-waarde en religieuze interesse, in bij bijvoorbeeld het CBS en Cendris. „Andere partijen kijken alleen naar de uitslagen per stembureau. Dan kom je tot een groep van 1.200 mensen. Wij kunnen dat terugbrengen naar 35”, zegt Frank van Dalen, voorzitter van de Politieke Academie.

Dit is een analyse die De Politieke Academie maakte voor de VVD voor de Tweede Kamer verkiezingen in 2012. Blauw is achterban: paars zijn potentiële kiezers en bij rood wonen mensen die een lage kans hebben om VVD-stemmer te worden. De Politieke Academie

Deze gemeenteraadsverkiezingen hebben tussen de 70 en 80 politieke partijen de stichting ingehuurd. Welke dat zijn wil Van Dalen niet zeggen. Hij was zelf eerder gemeenteraadslid voor de VVD, maar „we bestrijken het hele politieke spectrum”, zegt hij. Facebook biedt de mogelijkheid om postcodes te uploaden en vervolgens te adverteren onder mensen die in dat gebied wonen. „Facebook weet waar je woont omdat jij je telefoon acht uur per nacht op een bepaalde plek hebt liggen”, zegt Van Dalen.

Adverteren onder ‘aangepaste doelgroepen’, noemt Facebook deze optie. Volgens onderzoeker Dobber gebruiken alle Nederlandse partijen dit soort mogelijkheden van Facebook. Facebook benadert zelfs actief politieke partijen, zegt hij. Facebook heeft in Amsterdam een kantoor, maar is niet te bereiken voor commentaar [er is geen nummer te vinden].

In de praktijk levert dit interessante voorbeelden op. De Haagse VVD wil mensen bereiken die onlangs in de buurt van hun partijbureau zijn geweest, gebaseerd op informatie van je mobiele telefoon. En partijen richten zich op kiezers van hun concurrenten: Forum voor Democratie wil mensen bereiken die geïnteresseerd zijn in de VVD, Klaas Dijkhoff verspreidt zijn boodschap onder fans van Geert Wilders. Welke partijen precies gebruikmaken van opties is niet te achterhalen: alleen GroenLinks en de PvdA wilden antwoord geven.

Een andere functie heet ‘vergelijkbare doelgroepen’. Hierbij zoekt Facebook aan de hand van een brondoelgroep vergelijkbare profielen, op basis van gegevens die Facebook van je heeft. Ook omstreden is Facebook Pixel: dit is een tool die je op je website kan installeren. Als de gebruiker van je website een actie uitvoert, bijvoorbeeld iets koopt of een pagina bekijkt, wordt dit doorgeven aan Facebook. Zo kan je je richten op mensen die je partijpagina hebben bekeken. Het gevaar van microtargeting is volgens onderzoeker Dobber dat je als kiezer wordt gemanipuleerd. Door de enorme hoeveelheid data weten partijen precies op welke knoppen ze moeten drukken om jou op hen te laten stemmen.

    • Charlotte Bouwman