Opinie

Er valt wel degelijk iets te kiezen bij de raadsverkiezingen

Het grootste deel van Nederland kan woensdag stemmen voor een nieuwe gemeenteraad. In 335 van de 380 gemeenten gaan de stembussen open. Voor de overige plaatsen geldt dat er recentelijk al is gestemd in verband met gemeentelijke herindelingen of dat deze als gevolg van een aanstaande herindeling zijn uitgesteld. Grote vraag is ook dit keer of de dalende trend in de opkomst zal doorzetten. Vier jaar geleden bracht nog maar net iets meer dan één op de twee kiesgerechtigden (54 procent) een stem uit.

Er is sprake van een klassieke paradox. Gemeentepolitiek trekt minder belangstelling, terwijl het beleidspakket van gemeenten steeds meer wordt uitgebreid. In dit verband was 2015 een kanteljaar toen gemeenten van de rijksoverheid meer taken kregen toebedeeld op het terrein van werk, zorg en jeugdbeleid. Het verhaal achter de decentralisatie is dat het beleid en de daarbij behorende keuzes dichter bij de gebruikers moesten worden gebracht. Passend in de gedachte dat een overgang noodzakelijk is van verzorgingsstaat naar participatiemaatschappij. Maar de verschuiving van taken door het vorige VVD-PvdA kabinet was tevens een pure bezuiniging.

De grootschalige herschikking van overheidstaken van het rijk naar gemeenten heeft zich, getuige de verkiezingscampagne niet vertaald in een overeenkomstige verplaatsing van het politieke debat. Dat komt voor een belangrijk deel doordat de hoofdlijnen nog altijd vanuit Den Haag worden bepaald. Gemeenten hebben meer zeggenschap over de uitvoering, maar de ruimte voor het voeren van een autonoom beleid over de overgedragen taken blijkt in de praktijk beperkt. Dat geldt vervolgens ook voor de onderliggende politieke keuzes die kunnen worden gemaakt.

Het wordt allemaal nog ingewikkelder doordat veel kleinere gemeenten hun nieuwe werkzaamheden hebben ondergebracht in gemeenschappelijke regelingen samen met andere gemeenten. Maar wie kan er in een dergelijke constructie nog rechtstreeks politiek worden aangesproken? Het effect van de diverse decentralisaties – en er volgen er nog meer – lijkt vooralsnog dat politieke verantwoordelijkheden niet zijn overgeheveld, maar zijn zoekgeraakt.

Dit is funest voor de publieke zaak. De duizenden vacante raadszetels kunnen nog altijd worden gevuld, maar de animo neemt af. Er zijn steden waar kandidatenlijsten niet of slechts met moeite konden worden gevuld. Het raadswerk waar in veel gevallen een minimale betaling tegenover staat, vergt een flinke dosis kennis en vaardigheden. Eigenschappen die onder druk staan, zoals twee jaar geleden uit een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau bleek. Er dreigt een serieus probleem te ontstaan dat zich niet laat oplossen door nieuwe herindelingen. Grootschaligheid kent immers zijn grenzen.

Er kan worden gestemd voor de dichtstbijzijnde maar tegelijk zo weinig gekende bestuurslaag. Niet voor niets lieten de landelijke politieke kopstukken zich de afgelopen weken weer van hun meest lokale kant zien in een poging de belangstelling voor hun partij te vergroten. Ook dit hoort erbij.

Gemeenten hebben hun taken en verantwoordelijkheden. Vaak gaat het om een afgeleide van wat in Den Haag is besloten. Maar er speelt van gemeentewege daarnaast nog zoveel meer. Denk aan ruimtelijke ordening, huisvesting, cultuur, sportvoorzieningen. Er kan volop gekozen worden. En terecht. Want het gaat wel degelijk ergens om.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.