Komt de kiezer wel voor een festival, iglo of stemtram?

Opkomst Steeds minder mensen stemmen bij de gemeenteraadsverkiezingen. Ondanks ludieke locaties, acties en brieven.

Opkomst gemeenteraadsverkiezingen daalt

Er rijden woensdag stemtrams en stembussen – zowel dubbeldekkers als Amerikaanse schoolbussen. Er kan gestemd worden op ludieke locaties: een molen in Oisterwijk bijvoorbeeld, een eco-iglo in Leeuwarden, en in het hoogste stembureau, bovenin de A’dam Toren in Amsterdam.

Er zijn verkiezingsfestivals, bijvoorbeeld in Waalwijk, met poffertjes en muziek. In Stadskanaal en Musselkanaal krijgen stemmende ouderen een kopje koffie of thee. In sommige cafés – zoals het Vliegende Paard in Zwolle – staat de stembus naast de bar en kan vanaf middernacht worden gestemd. 23 mbo-scholen, meer dan ooit, hebben een stembureau, dankzij een actie van onder meer de Nationale Jeugdraad. De burgemeester van Amersfoort fietst langs stembureaus in zijn gemeente, alle 91. De burgemeester van Losser stuurde alle 18-jarigen die voor het eerst mogen stemmen een brief, net als veel van haar collega’s.

Wie dit rijtje beziet – en er zijn nog honderden andere acties – zou kunnen denken dat de gemeenteraadsverkiezingen leven.

Maar de vrees bestaat dat de opkomst woensdag laag zal zijn, net als vier jaar geleden. Toen ging 54 procent van de kiesgerechtigden naar de stembus. In Schiedam zelfs maar 42,6 procent van de kiesgerechtigden, in Enschede 43 procent. Zelfs in Staphorst daalde de opkomst: voor het eerst zakte die daar in 2014 nét onder de 80 procent.

En ook toen waren er ludieke stemlocaties, mobiele stembureaus en langere openingstijden.

„Als ik in een optimistische bui ben, dan zeg ik dat de trend minder steil daalt”, zegt Julien van Ostaaijen, bestuurskundige aan Tilburg University. Sinds de opkomstplicht in 1970 werd afgeschaft, daalde het aantal stemmers. Van Ostaaijen deed onderzoek naar de effectiviteit van gemeentelijke acties – ludiek en traditioneel – op de opkomst van 2014.

Hij is voorzichtig. Die rijdende stembureaus „zouden kunnen helpen”. Die brief aan 18-jarigen „lijkt enig effect” te hebben. Stemwijzers „kunnen iets uitmaken”. Stembureaus op stations? „Ik ken geen onderzoek dat duidelijk maakt of mensen anders niet waren gaan stemmen.” Het weer? „Alles draagt een steentje bij.”

„Praktische belemmeringen wegnemen helpt”, zegt hij. Zo draagt het aantal stembureaus per duizend inwoners bij aan de hoogte van de opkomst: hoe meer, hoe hoger. Maar Van Ostaaijen zegt ook dat er wel „150 tot 200 factoren” zijn die „mogelijk” bijdragen aan de opkomst. Die verschillen per gemeente en per individu. Juist daarom is het zo ingewikkeld de opkomst te voorspellen.

Net zo moeilijk is het achteraf te verklaren waarom de opkomst soms opeens hoog is. Vorig jaar was bij de landelijke verkiezingen de opkomst 81,6 procent – sinds 1986 kwamen er in verhouding niet meer zoveel kiezers opdagen.

Open aard

Uit het Nationaal Kiezersonderzoek, dat wordt gehouden sinds 1971, een jaar na afschaffing van de opkomstplicht, bleek echter dat de interesse in politiek vorig jaar nauwelijks hoger lag dan in 2012, toen de opkomst 74,6 procent was. „Wellicht”, concluderen de onderzoekers voorzichtig, kon de hoge opkomst worden toegeschreven aan „de lange tijd sinds de verkiezingen van 2012 of de relatief open aard van de campagne die niet werd gedomineerd door één thema”.

Maar dit ging om ‘populaire’ Tweede Kamerverkiezingen. De opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen ligt structureel lager. Terwijl, zo blijkt ook uit onderzoek, inwoners wél positief zijn over de lokale democratie en relatief veel vertrouwen hebben in hun gemeentebestuur.

Bekend is dat niet-stemmers vaker jong zijn, lager opgeleid, een lager inkomen hebben en vaker werkloos zijn. Dat zijn factoren waar gemeenten – of politieke partijen – weinig directe invloed op hebben.

„Feitelijk staat er: niks helpt”, concludeert David Kok, communicatieadviseur van de Almeerse gemeenteraad, vorig jaar over het onderzoek van Van Ostaaijen. „Ik weiger me daarbij neer te leggen.”

Lees ook: Hoeveel macht heeft de gemeenteraad nou écht?

Almere had in 2014 een opkomst van 48,8 procent en Kok probeert een manier te vinden die omhoog te krijgen. „Er is een groep niet-stemmers – die kun je niet overtuigen – en er is een steeds kleiner wordende groep die altijd gaat. En er is een groep die makkelijk van stemmen afgebracht kan worden, omdat het is druk op het werk bijvoorbeeld. Die moet je bereiken.”

Hij riep eind vorig jaar collega’s van andere griffies op met ideeën te komen. De meeste gemeenten bleken traditionele middelen in te zetten, zoals een verkiezingskrant. Wel hadden ze plannen voor een doelgroepgerichte campagne, maar die was vrijwel altijd voor jongeren bedoeld. Slechts zelden spreken gemeenten rechtstreeks lageropgeleiden aan.

Kok: „De meest kansrijke middelen zijn óf onmogelijk – van deur tot deur langs inwoners gaan – óf ze kosten veel geld – een verkiezingsfestival – óf ze zijn in mijn ogen hopeloos ouderwets – een brief sturen. Maar wat moeten we dan wel?”

Een antwoord heeft hij nog niet. Zijn ludieke actie, de All You Need Is Love-caravan als stemlokaal, werd afgewezen door de Almeerse politieke partijen. Té ludiek.

Opkomst, zegt bestuurskundige Julien van Ostaaijen, zou ook geen doel op zich moeten zijn. Volgens hem gaat het sommige gemeenten er vooral om „het cijfertje omhoog” te krijgen. „Dat kan, dan moeten we de opkomstplicht weer invoeren, kiezers betalen of de gemeenteraadsverkiezingen koppelen aan de populaire Tweede Kamerverkiezingen.”

Want wat wil je nu echt: een hoge opkomst of mensen die bewust gaan stemmen? Hij ziet maar één manier om de opkomst structureel te verhogen: kennisoverdracht en „liefst zo vroeg mogelijk”.

    • Titia Ketelaar